Onderzoeksprogramma bevordert samenwerking tussen sport en zorg

Onderzoeksprogramma Sport 2012-2017 versterkt het wetenschappelijke en multidisciplinaire onderzoek op het terrein van sport en bewegen, zo blijkt uit het rapport dat vrijdag 29 september 2017 is verschenen. Het is helder dat alle sportonderzoeken samen ervoor hebben gezorgd dat er een nieuwe en andere dynamiek is ontstaan. Naast dat er gewoonweg meer onderzoekers de ‘sport’ onder de loep hebben genomen, is er ook sprake van veel meer co-creatie tussen onderzoekers en de praktijk. “Het was meer dan alleen een ‘moetje’”, aldus de rapporteurs.  

Bureau Bartels geeft in de eindevaluatie van het Onderzoeksprogramma Sport 2012-2017 tien aanbevelingen, zoals:

Zet voor de komende periode ook in op een bredere verspreiding van de ontwikkelde kennis en instrumenten buiten de partners in het consortium. Maak gebruik van bestaande partijen, zoals het Kenniscentrum Sport.“

en ook:

“Laat in de laatste fase de aandacht voor ondersteuning en stimulering van kennisverspreiding en -gebruik vanuit het programma niet verslappen en blijf leren van de ervaringen die nu nog in de projecten worden opgedaan.

In de andere aanbevelingen wordt geadviseerd om vanaf de start ook de gebruikers te betrekken, zodat onderzoek goed blijft aansluiten bij de behoeften uit het werkveld.

Kenniscentrum Sport heeft gedurende de looptijd van het programma al regelmatig gecommuniceerd over de verschillende onderzoeken en resultaten uit het programma.

Zoals:

De subsidieoproep Sport en Bewegen 2017 – die zich richt op aanvragen die multidisciplinair onderzoek op het terrein van (top)sport en bewegen versterken en gebruik van opbrengsten (kennis en data) stimuleren –  is nog open tot 5 oktober 2017. De samenwerking tussen kenniscentra onderling en met de praktijk is een belangrijke voorwaarde voor eventuele honorering.