Een 10 voor belangrijk adviesrapport ‘Plezier in bewegen’

De Nederlandse Sportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving adviseren leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs twee keer per dag matig intensief te laten bewegen.

Kenniscentrum Sport geeft een 10 voor het gezamenlijke adviesrapport: als waardering én met onze eigen 10 tips naar aanleiding van het rapport ‘Plezier in bewegen’.

foto schoolbord met daarop gekalkt de 10 tips voor plezier in bewegen

1. uniek gezamenlijk advies: nu integraal oppakken

“Het is uniek dat er zo’n stevig gezamenlijk advies ligt nu”, zegt directeur Bert van Oostveen, die bij de presentatie aan minister-president Rutte aanwezig was op 10 september. “Het is nu een zaak om door te pakken: niet alleen door de sport, niet alleen door het onderwijs en niet alleen door ‘de maatschappij’, maar echt samen. Het Sportakkoord biedt daarvoor veel goede aanknopingspunten en ook ligt er een initiatiefwet op het bewegingsonderwijs bij de Tweede Kamer. Ik hoop dat de gesignaleerde capaciteitsproblemen in het onderwijs ‘getackeld’ gaan worden.”

2. sport en bewegen niet alleen op school, maar ook daarbuiten

Hoewel er al een aantal goede voorbeelden is, bieden veel scholen sport en bewegen nog te beperkt aan. Het vanzelfsprekend maken van bewegen op scholen – ook buiten de gymles – is daarom nodig. De Nederlandse Sportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving adviseren daartoe leerlingen in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs twee keer per dag matig intensief te laten bewegen. Kenniscentrum Sport is blij met dit advies, maar er is meer…sport en bewegen hoort ook een vanzelfsprekend onderdeel te zijn buiten het onderwijs.

3. betrek leerlingen en leerkrachten over wat haalbaar en leuk is in de klas

De raden lijken wel meer ‘over’ dan ‘met’ leerlingen en leerkrachten gepraat te hebben.

Uit vierjarig onderzoek van SMART MOVES! (VUmc) blijkt volgens Peter-Jan Mol, adviseur bij Kenniscentrum Sport, onder meer dat het aansluiten bij wensen en behoeften van leerlingen, leerkrachten en schoolleiders essentieel is, wil het kans van slagen hebben om meer sport en bewegen in te voeren op school. Beweegtussendoortjes in de klas moeten voor leerkrachten bijvoorbeeld van korte duur zijn, zelf uit te voeren zijn, met geen of weinig voorbereiding en inzetbaar wanneer de leerkracht merkt dat de leerlingen dat nodig hebben. “Betrek leerkrachten, schoolleiders én leerlingen bij het ontwerp van meer bewegen op school. Maak hen onderdeel van de beweegteams die de drie raden aanbevelen”, aldus Peter-Jan Mol.

4. zorg voor draagvlak bij schoolleiding en collega-leerkrachten

Leerkrachten geven verder aan dat zij draagvlak nodig hebben bij de schoolleiding en bij hun collega-leerkrachten om meer aandacht aan sport en bewegen te kunnen besteden. Opname in het schoolbeleid strekt tot de aanbeveling. Ook het aansluiten bij bestaande initiatieven zoals de Gezonde School Aanpak, zou een goede stap zijn.

Uit het SMART MOVES! onderzoek blijkt overigens ook dat meer aandacht voor sport en bewegen op school sowieso niet leidt tot mindere schoolprestaties. Gezien het positieve effect van sport en bewegen op bijvoorbeeld de fysieke gezondheid van kinderen, zou dit al voldoende reden kunnen zijn het advies van de drie raden op te volgen!

5. sport en bewegen op vele vlakken effectief voor ontwikkeling jeugd

Sport en bewegen zorgt voor een betere gezondheid, meer zelfvertrouwen bij leerlingen en het is goed voor de sociale en cognitieve ontwikkeling: leerlingen leren samenwerken, doelen stellen en met teleurstellingen omgaan. Maar het is op veel meer vlakken effectief. De vele effecten zijn door Bailey e.a. (2013) ingedeeld op basis van de zes kernwaarden die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden: fysieke waarde, emotionele waarde, sociale waarde, persoonlijke waarde, intellectuele waarde en financiële waarde. Wist je bijvoorbeeld dat activiteiten die gestructureerd worden aangeboden, zoals een gymles op school, worden geassocieerd met een hogere tevredenheid met het leven? En wist je dat sport en bewegen heel duidelijk positieve effecten hebben op de hersenstructuur en executieve hersenfuncties, op motorische en beweegvaardigheden en op fitheid, die voor het leren in het onderwijs allemaal van belang zijn?

6. meer onderzoek is nodig naar effect bewegen op schoolprestaties

Er is nog geen eenduidig bewijs voor de effectiviteit van bewegen op cognitieve prestaties, algemene schoolprestaties of taalvaardigheden, zo blijkt uit verschillende onderzoeken uitgevoerd binnen SMART MOVES!. Enkele kwalitatief goede studies tonen wel aan dat kinderen op scholen die minimaal drie keer per week gedurende minimaal 2 jaar aan een (vrij intensief) beweegprogramma deelnemen beter presteren op rekenen en wiskunde, maar dat is tot dusverre nog maar voor weinig scholen weggelegd. Kwalitatief betere en langere studies zijn nodig waarbij relevante uitkomstmaten voor de schoolpraktijk worden gemeten. Lees meer over de effecten van sport en bewegen op de leerprestaties kinderen.

7. vind het wiel niet opnieuw uit en maak gebruik van effectieve interventies

Verschillende inspirerende sport- en beweegaanpakken in en om het primair, voortgezet en middelbaar onderwijs zetten sporten en bewegen al succesvol in. Denk bijvoorbeeld aan de Gezonde School om bij aan te sluiten.

8. kinderen bewegen onhandiger; Sportakkoord biedt kansen voor gezamenlijke aanpak

Eind 2017 heeft de Gezondheidsraad recente wetenschappelijke inzichten over de relatie tussen bewegen en gezondheid verwerkt in nieuwe beweegrichtlijnen. Voor de jeugd (4-18 jaar) geldt dat bewegen goed is, dat meer bewegen beter is en dat veel stilzitten voorkomen moet worden. Geadviseerd wordt om:

  • elke dag minstens een uur aan matig intensieve inspanning te doen. Langer, vaker en/ of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel.
  • Minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te doen.

Uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor blijkt dat 55 procent van de 4- tot 12-jarige kinderen in 2017 aan de Beweegrichtlijnen voldeed. Van de 12- 17 jarigen voldeed slechts 44% hieraan. Uit tal van recente onderzoeken, waaronder de meest recente Staat van het onderwijs van de Onderwijsinspectie (2016), blijkt dat de motorische vaardigheid van kinderen de laatste twee decennia is afgenomen, dat zij steeds minder vaak bewegen en dat hun fitheid is afgenomen. Hier heeft niet alleen het onderwijs een rol in! In het Sportakkoord is het deelakkoord ‘Van jongsafaan vaardig in bewegen’ opgenomen, waaronder veel partijen hun handtekening hebben gezet. Dit biedt goede handvatten voor de uitvoering van het advies.

9. vergeet rol ouders niet: goed voorbeeld doet goed volgen

Het stimuleren van sport en bewegen geschiedt idealiter niet alleen vanuit het onderwijs en de sportvereniging. Ook de wijk, maar zeker ook het gezin thuis hebben een belangrijke rol in het stimuleren.

‘Kinderen zullen actief gedrag gemakkelijker aanleren en volhouden wanneer hun ouders dit stimuleren. Zo kunnen ouders kinderen faciliteren en enthousiasmeren, zelf het goede voorbeeld geven en samen met hun kinderen (buiten)spelen. Maar dan moeten ouders zich wel bewust zijn van het belang van sport en bewegen en van hun eigen rol daarin,’ aldus Rebecca Beck, adviseur Kenniscentrum Sport.

Het is van groot belang dat ouders een rol spelen bij het opdoen van positieve sport- en beweegervaringen van kinderen, met als einddoel een leven lang actief zijn! Scholen, rijksoverheid, gemeenten en sportverenigingen kunnen het samen met ouders mogelijk maken dat er meer aandacht komt voor sporten en bewegen van kinderen in en buiten school.

10. laat kinderen hun sport ontdekken: bied gevarieerd naschools aanbod in de wijk

In de wijk bevinden zich verschillende sportaanbieders die in het naschoolse aanbod een rol kunnen spelen. Een goede samenwerking tussen school en sportaanbieders in de wijk zorgt ervoor dat een kind verschillende sporten leert kennen en kan kiezen welke sport het beste bij hem of haar past. De buurtsportcoach kan helpen bij het totstandbrengen van deze verbinding.

Meer weten?

Het adviesrapport ‘Plezier in bewegen’ vind je hier.