Gebruik van de Beweegcirkel

Hoe werkt de Beweegcirkel?

Je kan er zelf voor kiezen om de gehele cirkel door te nemen, enkele stappen te behandelen of de algemene boodschap te bespreken. Dat is natuurlijk ook afhankelijk van de behoefte van de gebruiker. De cirkel is echt een hulpmiddel. Jij als professional kan waarschijnlijk inschatten wat de ander nodig heeft qua begeleiding, stimulans of extra uitleg.

Hoe is de Beweegcirkel opgebouwd?

De Beweegcirkel bevat 5 stappen die gebaseerd zijn op verschillende gedragstheorieën en -methodieken. Het doorlopen van deze stappen helpt om inzicht te krijgen in huidig beweeggedrag, om plannen te maken om meer te bewegen en om dit ook vol te houden. Hoe lang je stil staat bij elke stap is afhankelijk van de behoefte van de gebruiker

De vijf stappen:

  1. Wat doe jij op een dag?
  2. Welke beweegactiviteiten kun je doen?
  3. Wat past in jouw dag?
  4. Ga ervoor!
  5. Welke vervolgstap zet jij?

Aan het eind van de cirkel vind je verdiepende informatie over de beweegrichtlijnen. Elke stap bevat een invuloefening met voorbeelden ter inspiratie.

Zijn de invuloefeningen op? Download hier nieuwe, zodat je oneindig gebruik kan maken van de Beweegcirkel!

Stap 1: Wat doe jij op een dag?

De eerste stap is in kaart brengen wat iemand al doet qua beweging. Inzicht in huidig beweeggedrag is belangrijk om vanuit daar te kijken of iemand extra beweegmomenten kan gebruiken.

Invullen hoeveel iemand beweegt in de ochtend, middag en avond, maakt het gemakkelijk om een totaalbeeld te krijgen. Voor veel mensen is het namelijk lastig om in één keer naar de gehele dag te kijken. Vind iemand het lastig om dit in te vullen, dan kan het helpen om hem te vragen een gemiddelde dag te beschrijven. Jij als professional kan dan de beweegmomenten uit die beschrijving filteren.

Elke beweging telt, zoals het huis schoonmaken, spelen met de kinderen, hond uitlaten en een uurtje zweten in de sportschool.

Heb je deze stap gezamenlijk ingevuld, dan kun je samen kijken naar de momenten op een dag waarin iemand meer kan bewegen. Is dat de ochtend? Of misschien wel de middag?

Stap 2: Welke beweegactiviteiten kun je doen?

Stap 1 geeft inzicht in wat iemand al doet. Stap 2 helpt om inspiratie te krijgen voor meer beweging en om een doel te stellen. Om bewegen zo laagdrempelig mogelijk te maken hebben we voorbeelden per situatie gegeven: in huis, om huis en buitenshuis.

Voorbeeld: Zijn de kinderen thuis en kan iemand niet weg om te bewegen of te sporten? Maak van de gelegenheid gebruik om te stofzuigen, of ga lekker spelen met de kinderen. Beiden zorgen voor meer beweging.

Nu duidelijk is wat iemand al doet aan beweging en wat er nog meer mogelijk is, kan je samen een doel stellen. Wat wil iemand bereiken? Het helpt om het doel concreet te maken. 1000 stappen meer per dag zetten, of de trap oplopen zonder buiten adem te raken zijn haalbare doelen die iemand zelf in de gaten kan houden en waarbij je snel progressie ziet. Dit werkt motiverend. Concrete doelen stellen is voor veel mensen lastig. Voor jou als professional een mooie rol om daarbij te helpen.

Vanuit het doel dat iemand heeft, kan je gezamenlijk kijken wat die persoon kan doen om dat doel te bereiken. Om bewegen vol te houden is het belangrijk dat iemand iets doet wat hij leuk vindt. In de Beweegcirkel staan een aantal voorbeelden.

Stap 3: Wat past in jouw dag?

In stap 3 ga je de beweegactiviteit indelen in de dag. Hierbij kan je Stap 1 weer terugpakken: in welk dagdeel is het mogelijk om meer te bewegen? Het kan zijn dat dit voor elk moment is. Het is geen probleem om dan drie dingen in te vullen. Let er wel op dat de doelen en veranderingen voor de persoon zelf nog wel haalbaar voelen.

Deze stap maakt gebruik van ‘Als, dan plannen’. Het formuleren van een plan op deze manier maakt het concreter en dit helpt in het uitvoeren en volhouden. Het zorgt er namelijk voor dat iemand op het moment zelf geen beslissing meer hoeft te maken. Deze is al eerder gemaakt: tijdens het formuleren van het als-dan plan.

Stap 4: Ga ervoor!

 

Na het maken van alle plannen is het tijd om aan de slag te gaan. Meer bewegen, en dus gedrag veranderen, gaat niet zonder tegenslagen en moeilijke momenten. In deze stap kun je achterhalen wat voor de ander moeilijke momenten zijn. Is dat ‘s avonds op de bank? Of in het weekend? Het (h)erkennen van moeilijke momenten helpt om er mee om te gaan. Ook hier kan je een plan maken om het bewegen vol te blijven houden, ondanks de onvermijdbare moeilijke momenten.

Om bewegen vol te houden werkt belonen stimulerend. Bespreek met wat de ander graag doet om zichzelf te belonen en zo het bewegen vol te blijven houden.

Stap 5: Welke vervolgstap zet jij?

De laatste stap is de mogelijke vervolgstap. Wil iemand misschien nog meer gaan bewegen? Of toch iets anders gaan doen?

Het moment waarop je aan deze stap kan beginnen, is erg afhankelijk van de situatie. Misschien heeft iemand het wel nodig om wat langer met stap 4 bezig te zijn en om de zoveel tijd weer even te bespreken wat er goed gaat en wat nog lastig is.

Merk je nou dat de persoon met wie je in gesprek bent toe is aan iets nieuws, pak dan vooral stap 5 erbij. Hier vind je voorbeelden voor wat iemand kan doen als het al heel goed gaat. Maar ook als het nog niet zo goed gaat kun je stap 5 bespreken. Hier staan namelijk tips om om te gaan met moeilijke momenten en bewegen vol te houden.

Heb je vragen?

Heb je vragen of loop je ergens tegen aan? Laat het ons dan vooral weten via onderstaande knop

Stel een vraag!

De Beweegcirkel

De Beweegcirkel helpt jou als professional om anderen stapsgewijs te begeleiden en te stimuleren om meer te bewegen. De beweegrichtlijnen vormen de basis van de cirkel.
Lees meer

Beweegrichtlijnen

De beweegrichtlijnen geven aan hoeveel je minimaal moet bewegen. De positieve effecten van bewegen werken volgens een continuüm, een stijgende lijn. Meer beweging is dus altijd beter!
Lees meer