Terug naar overzicht

Beweegtuin voor ouderen

Doel van deze interventie is om ouderen, 70-plussers zowel mannen als vrouwen, woonachtig in of in de omgeving van een woonzorginstelling/verpleeghuis te laten bewegen in de buitenlucht. Het betreft hier ouderen met of zonder een lichamelijke en/of cognitieve beperking.

Een Beweegtuin bestaat uit beweegtoestellen en een beweegvriendelijke ingerichte buitenomgeving bij of in de nabijheid van een woonzorginstelling/verpleeghuis, buurtcentrum of gezondheidscentrum in de wijk. Onder begeleiding van een fysiotherapeut of activiteitenbegeleider voeren bewoners en ouderen uit de wijk beweegactiviteiten uit in de Beweegtuin. Door bij voorkeur 2x per week extra te bewegen in de buitenlucht treedt er een fysieke verbetering op en neemt ook de sociale interactie toe.

Probleembeschrijving

Momenteel zijn er 2382 verzorg- en verpleeghuizen in Nederland (ZorgkaartNederland, 2017). In totaal wonen er 138.526 65-plussers in een verzorgingshuis, verpleeghuis of revalidatiecentrum (CBS 2014).

  • 75% van de bewoners van zorgcentra en 90% bewoners van verpleeghuizen zijn inactief (Tiessen-Raaphorst et al., 2010). En dat terwijl meerdere onderzoeken aantonen dat bewegen goed is voor de gezondheid (zie “Onbewogen om bewegen: lichamelijke (in)activiteit in zorginstellingen’ VU Amsterdam 2012).
  • Het aantal mensen dat wekelijks sport, neemt af naarmate ze ouder worden. Van de gezonde 55+’ers sport 54% wekelijks, versus 68% onder de gezonde 19- tot 54-jarigen. Dit is bij mensen met gezondheidsproblemen respectievelijk 22 tot 39 procent en 33 tot 56 procent. Fitness wordt door zowel gezonde mensen als mensen met gezondheidsproblemen het meest beoefend. Mensen met een motorische beperking sporten het minst, namelijk 33 en 22 procent (onder 19-54- respectievelijk 55+-jarigen). Ook voldoet deze groep mensen het minst aan de (oude) beweegnorm (RIVM 2015).
  • Ouderen die nog sporten geven in 65% van de gevallen aan dat het krijgen of behouden van een goede conditie een belangrijke reden is om te sporten. Ook actief blijven wordt in 64% van de gevallen genoemd. Sociale contacten zijn voor 40% van de sportende ouderen een reden om te sporten (Feiten en cijfers Nationaal Ouderenfonds).
  • Recent zijn nieuwe richtlijnen geïntroduceerd ter vervanging van de Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen uit 1998 (Gezondheidsraad 2017). In deze richtlijn is specifieke aandacht voor bewegen door ouderen. Naast minstens 150 minuten per week matig intensief bewegen, verdeeld over diverse dagen wordt ook aangegeven dat het belangrijk is om op zijn minst twee keer per week spier- en botversterkende oefeningen te doen, gecombineerd met balansoefeningen.
  •  In 2014 overleden bijna 3000 ouderen door een val of de nasleep daarvan. 88.000 ouderen kwamen na een val op de Spoedeisende Hulp terecht en werden 40.000 ouderen in het ziekenhuis opgenomen. Val-incidenten kosten bij elkaar in dat jaar 810 miljoen euro. Door de vergrijzing zal het aantal incidenten blijven stijgen. Veiligheid NL gaat uit van naar schatting 4800 doden door val-incidenten in 2030 en 1,3 miljard euro aan zorgkosten (VeiligheidNL).

Kortom: bewegen is belangrijk in het kader van een langere zelfstandigheid, eigen regie of het voorkomen van eenzaamheid. Daarnaast draagt bewegen bij aan een betere conditie en coördinatie waardoor de zorgvraag uitgesteld wordt. Ook de overheid onderkent dit en onderneemt actie. In het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg (21017) is één van de opdrachten aan de sector om indicatoren te ontwikkelen voor veilligheidsthema’s in de verpleeghuiszorg, daarbij worden valpreventie en voldoende bewegen nadrukkelijk genoemd. Bewegen komt ook terug als thema bij zinvolle tijdsbesteding.

Ook de Gezondheidsraad (2017) benadrukt dat bewegen belangrijk is voor ouderen:.

  • intensief bewegen verlaagt het risico op een hartaanval en hartfalen dat wil zeggen voldoende activiteiten uit te voeren bij minstens matige intensiteit: het onderzoek laat zien dat 75 minuten per week matig;
  • relatief is de meeste winst te behalen door van lichamelijk inactief, actief te worden;
  • krachttraining verbetert de loopsnelheid en spierkracht;
  • bewegen hangt samen met een lager risico op lichamelijke beperkingen, cognitieve achteruitgang en dementie.

Maar het is ook belangrijk in het kader van:

  • valpreventie (Kwetsbare ouderen die thuis een gerichte therapie krijgen tegen hun val-angst, vallen beduidend minder vaak dan andere kwetsbare ouderen (Tanja Dorresteijn, Universiteit Maastricht);
  • behouden van beweegmogelijkheden;
  • terugwinnen van verloren (beweeg)mogelijkheden;
  • in contact komen met anderen (tegengaan van eenzaamheid, vergroten van sociale contacten).

Bewegen draagt bij aan algemene kwaliteit van leven door verbeteren van de fysieke mogelijkheden, mentale gesteldheid en sociaal welbevinden van de ouderen. Door buiten te bewegen te integreren in het reguliere beweegaanbod, komen ouderen als vanzelfsprekend meer buiten zonder extra druk op het personeel of de formatie van de begeleiding. Een interventie als de Beweegtuin kan door in de buitenlucht ouderen aan het bewegen te krijgen aan alle bovenstaande punten een positieve bijdrage leveren.

Bewegen en ouderen worden vaak geassocieerd met herstel of revalidatie. Bewegen kan echter ook uitstekend worden ingezet als preventiemiddel om gezonder te leven, plezier te hebben en een algemeen gevoel van fitheid te krijgen. De buitenvariant, zoals de Beweegtuin, is hierbij bijzonder geschikt, omdat de gezonde buitenlucht een positieve invloed heeft op de gesteldheid van ouderen. In een gevarieerde Beweegtuin komen ook ouderen om te genieten van de zon, de planten en de dieren. En zien bewegen doet bewegen; het komt regelmatig voor dat een wandelaar aanschuift bij een groep die oefeningen doet op beweegtoestellen.

De interventie Beweegtuin voor ouderen heeft effect omdat ouderen die niet of nauwelijks bewegen door middel van de beweegtuin in combinatie met begeleiding, weer meer gaan bewegen. Ook blijkt dat ouderen die wel voldoende bewegen, met de komst van een Beweegtuin meer gaan bewegen. Met als doel om zich vitaler te voelen, langer gezonder te leven en een algeheel gevoel van fitheid te krijgen. Ook is bewegen een uitstekend middel om de kans op “vallen” tegen te gaan (valpreventie). Bovendien geeft een Beweegtuin aanleiding voor familie en mantelzorgers om samen naar buiten te gaan omdat er altijd iets te beleven valt.

Maar ook de sociale effecten van een Beweegtuin mogen niet onderschat worden. Ouderen krijgen meer zelfvertrouwen in eigen kunnen en in hun eigen lichaam. En ze doen tijdens het bewegen ook meer sociale contacten op, onder het mom “samen in bewegen zijn”.

Doelgroepen

Ouderen, 70-plussers zowel mannen als vrouwen, woonachtig in of in de omgeving van een woonzorginstelling/verpleeghuis. Het betreft hier ouderen met of zonder een lichamelijke en/of cognitieve beperking.

Een Beweegtuin in de nabijheid van een fysiotherapiepraktijk of gezondheidscentrum kan ook ingezet worden voor therapie en revalidatie van een jongere doelgroep.

Doordat de Beweegtuin bestaat uit beweegtoestellen die geschikt zijn voor bewoners met of zonder lichamelijke beperking (toestellen zijn zoveel mogelijk “rolstoelproof” bijvoorbeeld) en een omgeving waarin ook gewandeld en genoten kan worden van de omgeving, kan in feite iedere oudere onder begeleiding gebruik maken van de Beweegtuin. Men kan zowel in groepsverband als individueel gebruik maken van de Beweegtuin.

Intermediaire doelgroep

Intermediaire doelgroepen

  • Zelfstandige fysiotherapeuten of fysiotherapeuten die werkzaam zijn in een woonzorginstelling/verpleeghuis en bewegen als preventiemiddel en revalidatie-instrument inzetten.
  • Beweegbegeleiders/activiteitenbegeleiders/buurtsportcoaches die beweegactiviteiten als beweegstimulering inzetten in een zorgcentrum.
  • Ergotherapeuten die de Beweegtuin inzetten als onderdeel van het dagelijks leven van ouderen (nut van bewegen in dagelijks leven).
  • In sommige situaties: Sportconsulenten/sportmedewerkers van lokale sportbedrijven of provinciale sportraden die de beweegactiviteiten in de Beweegtuin verzorgen in opdracht van het zorgcentrum (bijvoorbeeld wanneer de reguliere mankracht hier niet aan toekomt).

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Ouderen (70+) meer laten bewegen, bij voorkeur 2 keer per week extra, in de buitenlucht waarbij er zowel fysieke verbetering optreedt en de sociale interactie toeneemt.

Subdoel

  • Ouderen onderhoud en verbeteren motorische vaardigheden, zoals het uithoudingsvermogen, kracht, lenigheid en balans en coördinatie.
  • Ouderen vormen een positieve attitude ten aanzien van buiten bewegen (plezier in bewegen) en schatten het eigen “kunnen” op het gebied van bewegen en motoriek beter in.
  • Ouderen (zowel met als zonder lichamelijke of cognitieve beperking) zijn met plezier in beweging.
  • Ouderen, (wijk)bewoners en begeleiding hebben meer sociale contacten.
  • Begeleiders als fysiotherapeuten, buurtsportcoaches, MBvO lesgevers krijgen door trainingen meer kennis van het gebruik en de inzet van de beweegtoestellen bij revalidatie en/of groepslessen.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Startfase

  • Contact met zorgorganisatie en/of gemeente.
  • Inventarisatie van wensen en behoeften + bekijken van de locatie.
  • Er wordt een ontwerp gemaakt en een offerte voor beweegtoestellen.
  • Ook worden tips gegeven hoe tijdens het ontwikkel- en realisatieproces alle belanghebbenden op de hoogte gehouden kunnen worden. Doel is structureel draagvlak en enthousiasme te creëren.

Training en scholing

Na de realisatie van de beweegtuin wordt een introductiescholing verzorgd voor alle professionals en begeleiders van activiteiten in de beweegtuin. De introductiescholing ‘Fit+ mogelijkheden vanuit functioneel perspectief’ duurt 1 dagdeel.

Toepassen

  • De Beweegtuin wordt zowel individueel (bij revalidatietrajecten en bij specifieke lichamelijke klachten) als in groepsverband ingezet. In groepsverband ligt de nadruk op het samen met elkaar met plezier in beweging zijn.
  • Deze interventie wordt in 90% van de situaties onder begeleiding van fysiotherapeuten, buursportcoaches, MBvO lesgevers etc uitgevoerd. Vitale ouderen kunnen ook zelfstandig gebruik maken van de Beweegtuin. Advies is om ook bij deze vitale groep de eerste paar oefensessies altijd zorg te dragen voor begeleiding.
  • De Beweegtuin kan het hele jaar ingezet worden, de nadruk ligt op de periode maart t/m oktober. De beweegtoestellen laten het wel toe om er ook in de winterperiode gebruik van te maken. In de “zomerperiode” (voorjaar, zomer, herfst) gaan de ouderen gemiddeld zo’n 1-2 keer per week onder begeleiding naar de Beweegtuin. Een sessie duurt, afhankelijk van vaardigheid van de deelnemers, ongeveer 30 minuten tot een 1 uur.
  • De groep bestaat uit ongeveer 10-12 ouderen en 1 of 2 begeleiders. Die in een circuitmodel de verschillende beweegtoestellen gebruiken. Hierbij legt de begeleider de nadruk op een juiste uitvoering van de oefeningen en een ongedwongen sfeer.
  • Rondom de beweegtoestellen is voldoende ruimte voor lesgevers om tips en adviezen (verbaal) te geven en om ouderen fysiek te begeleiden wanneer dat nodig is. In de directe omgeving van de beweegtoestellen kan gekozen worden voor extra beweegaanleidingen in de vorm van bijvoorbeeld oefenpaden en jeu-de-boules voorzieningen.

Evaluatie

  • Monitoring, werven van deelnemers en afstemming rondom programmering vraagt periodiek aandacht.
  • Advies is hiervoor iemand binnen de organisatie verantwoordelijk te maken om te voorkomen dat het erbij in schiet.

Locaties en Uitvoering

De interventie wordt toegepast bij woonzorginstellingen, verpleeghuizen, woongroepen voor ouderen, buurtcentra en gezondheidscentra in de wijk. Het advies en ontwerp is een samenspel tussen Nijha als interventie-eigenaar en fysiotherapeuten/begeleiders. De begeleiding van activiteiten en oefeningen vindt plaats door geschoolde begeleiders als fysiotherapeuten, MBvO-lesgevers, buurtsportcoaches.

Samenwerkingspartners in de uitvoering:

  • Zorgcentra / woonzorginstellingen
  • Provinciale sportraden (voor financiering en advies van Beweegactiviteiten in Beweegtuin)
  • Overkoepelende zorgorganisaties (bij realisatie van meerdere Beweegtuinen verspreid over “hun” locaties)
  • Provinciale sportraden die in opdracht van zorgcentra soms de beweegactiviteiten in de Beweegtuin uitvoeren en daarnaast zorgcentra in het voortraject inzicht in geven in de landelijke en provinciale subsidiemogelijkheden.
  • Fysiotherapiepraktijken en/of gezondheidscentra die zich richten op beweegstimulering van ouderen in de wijk.
  • Lokale sportbedrijven die als doel hebben om verschillende doelgroepen in beweging te krijgen, krijgen in sommige situaties opdracht van zorgcentra om in de uitvoering te helpen bij het uitvoeren van de beweegactiviteiten in de Beweegtuin.

Ondersteuning

Doordat de Beweegtuin voor ouderen een fysieke component in zich heeft (de beweegtoestellen en de beweegvriendelijke buitenruimte) krijgt het direct een structureel karakter. Belangrijk is om de Beweegtuin onderdeel te laten zijn van het totale beweegbeleid en –aanbod van een zorgorganisatie en het ook als zodanig hierin op te nemen. De toestellen zijn laagdrempelig en spreken voor zich, waardoor de begeleiding relatief eenvoudig overdraagbaar is aan andere fysiotherapeuten of activiteitenbegeleiders. Ook het oefeningenboekje FIT+ levert een bijdrage wanneer overdracht of wisselingen plaatsvinden. Daarnaast is elk beweegtoestel voorzien van een pictogram waarop zichtbaar is welke spiergroepen er getraind worden c.q. aan bod komen. Nijha adviseert zorgcentra zeker in de eerste maanden, ouderen alleen beweegactiviteiten te laten doen in de Beweegtuin onder leiding van deskundige begeleiding.

Werving en communicatie

De huidige generatie ouderen heeft beperkte beweegervaring. Het is dan ook nodig ze continu te blijven stimuleren en beweegactiviteiten steeds weer onder de aandacht te brengen. Daarvoor is een communicatie- en wervingsplan onmisbaar.

Materialen

De Beweegtuin is een beweegvriendelijke ingerichte buitenomgeving met een goede balans tussen beweeg- en beleefelementen, zitgelegenheden en wandelroutes. Voorbeelden van FIT+ beweegelementen:

  • Evenwichtsbalk
  • Loopbrug
  • Rekstok Hoog
  • Rekstok Laag
  • Heuptwister zittend
  • Trap
  • Crosstrainer
  • Cyclone
  • Arm Rotation
  • Pulley
  • Opties: zitbankjes (actie vraagt ook om rustmomenten), jeu de boules baantje en oefenpaden met verschillende ondergronden.

De toestellen zijn laagdrempelig en speciaal ontwikkeld voor ouderen en afgestemd op hun bewegingsmogelijkheden. Zo zijn de meeste toestellen ook geschikt voor ouderen in een rolstoel. Om goed aan te sluiten op de leef- en belevingswereld van ouderen zijn de toestellen hoofdzakelijk gemaakt van hout met gekleurde metalen accenten in een herkenbare omgeving.

De toestellen zijn ontwikkel door en verkrijgbaar bij sport- en speeltoestellenleverancier Nijha die ook het advies en het ontwerp van Beweegtuinen verzorgt en naast de beweegtoestellen ook de verdere buitenruimte beweegvriendelijk kan inrichten. Er is een folder beschikbaar met de verschillende beweegtoestellen en de mogelijkheden die deze toestellen bieden voor een Beweegtuin. Ook is er een website (www.nijha.nl/beweegtuin) waar alles te vinden is over de interventie Beweegtuin, de beweegtoestellen en het beweegvriendelijk inrichten van de omgeving. Ook worden hier ervaringen gedeeld.

Oefenboekje FIT+

Voor afnemers van de FIT+ beweegtoestellen is er een oefeningenboekje ontwikkeld. Begeleiders van activiteiten kunnen deze als hulpmiddel gebruiken. Voor elk toestel zijn een aantal oefenvormen beschreven inclusief de juiste houding en voor 4 niveaus het aantal herhalingen.

Belangrijke documenten

Printen