Terug naar overzicht

Bewegen als Warming up voor re-integratie ‘Bewegen Werkt’

BWR (Beweging als Warming-up voor Re-integratie) is een re-activeringsprogramma waarin bewegen, leefstijl en arbeidsrelevante competenties centraal staan. De reactivering bestaat uit het letterlijk in beweging brengen van mensen (meestal) met grote afstand tot arbeidsmarkt en/of (sociale of maatschappelijke) participatie. Gedurende het programma verbetert door de gestructureerde, frequente en groepsgewijze aanpak fysieke – en mentale fitheid en de gezondheid. Daardoor neemt de kans op een succesvol vervolgtraject richting (meer) participatie (werk en/of sociale en maatschappelijke participatie) toe.

Probleembeschrijving

AARD

Het probleem waar BWR zich op richt is de verminderde (arbeids)participatie bij groepen die de fitheid (mentale/ fysieke) en/of de benodigde structuur missen om succesvol te participeren. Participatie heeft geen eenduidige definiëring. Voor BWR wordt bij participatie uitgegaan van een niet optimale positie op de participatieladder (positie 5 of lager), zoals die door het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) wordt gehanteerd (SRG, 2014).

Het verhogen van de arbeidsdeelname is een van de centrale doelstellingen van het arbeidsmarktbeleid (Regeerakkoord 2012). (Vlasblom, 2015)

ERNST

De arbeidsdeelname van 15-65-jarigen in Nederland is 79% in 2012, dit is echter inclusief mensen met kleine banen (<12 uur per week) (Vlasblom, 2015). In datzelfde jaar is het percentage mensen dat betaald werk verricht binnen de totale groep die werk zou kunnen verrichten echter maar 66,5% (Bruto-arbeidspercentage) en het werkloosheidspercentage 7,1% (CBS, 2016). In 2014 is de situatie niet verbeterd met een Bruto-arbeidspercentage van 65% en een werkloosheidspercentage van 9% (CBS, 2016). Wanneer je naar bovenstaande arbeidsdeelname kijkt, blijkt er een gat te zijn tussen de 65% participerende mensen (dit is de groep werkenden binnen de potentiele beroepsbevolking en de 9% werkzoekenden in de potentiele beroepsbevolking. Van alle mensen die kunnen werken in Nederland (potentiele beroepsbevolking) is zo’n 26% niet aan het werk en niet op zoek naar werk. Dat betekent dat een flink deel van de Nederlandse bevolking (meer) kan werken, maar dat nu niet doet. Een deel van deze groep ontvangt ondersteuning van de overheid (Movisie. 2016) In 2012/2013 waren dat uitkeringen voor ongeveer: 360.000 WWB’ers (Wet Werk en Bijstand), 100.000 WSWers (Wet Sociale Werkvoorziening), 232.500 Wajong’ers (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten).

Cijfers over de mate van participatie van de niet (betaald) werkzame bevolking zijn nauwelijks beschikbaar. Enkele gemeenten geven aan dat in de periode 2013-2014 rond de 60% van de WWB’ers zich op trede 1,2 en 3 bevindt. (Coevorden, 2015 (n=ong 1000) en Bakker 2014 (Gemeente Midden Drenthe (n=ong 500)) en IASZ, 2014 (n=onbekend)).

SPREIDING

De arbeidsdeelname varieert duidelijk naar opleidingsniveau van de mensen. Laagopgeleiden nemen minder deel aan arbeid (64%) dan middelbaar (79%) en hoger (87%) opgeleide mensen (cijfers van 2012 uit: Vlasblom, 2015). Uit diverse gemeentelijke onderzoeken blijkt dat naast opleidingsniveau ook gezondheidsproblemen, psychische problemen, slechte taalbeheersing en/of verstandelijke beperking samenhangen met het gebruik van meerdere voorzieningen (uitkeringen) (Movisie, 2016).

Van de niet-werkenden in de potentiele beroepsbevolking is driekwart niet op zoek naar werk. De voornaamste reden daarvoor is een slechte gezondheid. Deze is de belangrijkste belemmering voor bijna de helft van de inactieven die niet op zoek zijn naar werk (Vlasblom, 2015).

Groepen met een zwakke arbeidsmarktpositie volgen relatief weinig scholing, zoals ongeschoolden (16%) en vmbo’ers (25%), en werknemers met een minder goede gezondheid (33%). (Vlasblom, 2015).

Doelgroepen

Bewegen als Warming- up voor Re-integratie (BWR) van Bewegen Werkt (BW) is bedoeld voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt of die nagenoeg niet meer participeren (participatieladder trede 1 tm 5 – SRG, 2014). De grootste groep bestaat uit uitkeringsgerechtigden (WW, WIA, WWB, Wajong), maar soms ook nuggers. Zij beschikken weliswaar over re-integratie-, of participatiepotentieel, maar missen de benodigde structuur, vaardigheden en/of fysieke en mentale fitheid om succesvol te kunnen deelnemen aan een re-integratie- of participatietraject. Vaak gaat het om laagopgeleide mensen van diverse nationaliteit.

Er zijn aparte subgroepen te onderscheiden: jongeren van 17-27 jaar, volwassenen van 27+ tot 55 en ouderen van 45+ tot en met 80+, activeringsgerichte deelnemers (startend op participatieladder 1 tm 3) en ‘richting werk’ deelnemers (startend op participatieladder 3 tm 5).

In het vervolg van dit document zal de doelgroep beschreven worden als (potentiele) deelnemer(s).

Treden participatieladder (SGR 2014):

Geïsoleerd 1

Sociale contacten buitenshuis 2

Deelname georganiseerde activiteiten 3

Onbetaald werk 4

Betaald werk met ondersteuning 5

Betaald werk zonder ondersteuning 6

Intermediaire doelgroep

Docenten

De BWR docenten begeleiden de deelnemers/groepen in alle onderdelen en zijn vanuit (in dienst van) Ergo Control de projectleider en stimulator van het project. Elke groep heeft een eigen docent en soms nog een tweede of assistent docent. Van docenten wordt gevraagd dat ze affiniteit met de doelgroep hebben en de gewenste opleiding (zie opleiding en competenties uitvoerders).

De rollen die een docent heeft zijn:

  • Coachen
  • Trainen
  • Testen
  • Begeleiden
  • Signaleren
  • Rapporteren

Clientbegeleider van opdrachtgevers

De cliëntbegeleider begeleidt vanuit (en in dienst van) de opdrachtgever (onder andere gemeenten en UWV) de (potentiele) deelnemer (als casemanager) en naar BWR (of andere interventies) verwijst. Elke deelnemer heeft (idealiter) 1 cliëntbegeleider. Cliëntbegeleiders kunnen meerdere deelnemers hebben (aangemeld).

De rol die de cliëntbegeleider kan hebben:

  • Klantmanager binnen Arbeid en re-integratie/WMO/Zorg (als aanmelder en begeleider)
  • Arbeidskundige UWV (als aanmelder)
  • Verzekeringsarts UWV (als aanmelder)
  • Deze rol kan ook ingevuld worden door een maatschappelijke onderneming die samenwerken met werk- en/of activeringspleinen van gemeente (als aanmelder en begeleider).

Contactpersonen van opdrachtgevers

De contactpersoon is vanuit (en in dienst van) de opdrachtgever de projectleider van het project. Hij is eindverantwoordelijke ten aanzien van beslissingen (bv selectiecriteria/aantallen obv oa budgetten).

De rol die de contactpersoon kan hebben:

  • Beleidsmedewerker binnen Arbeid en re-integratie/WMO/Zorg

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Deelnemers stijgen na deelname aan BWR op de participatieladder minimaal 1 trede. Dit betekent dat de deelnemer na BWR doorstroomt naar bijvoorbeeld (meer) werkhervatting, vrijwilligerswerk, arbeidsbemiddeling, scholing of sociale activering (in vervolg beschreven als vervolgtrajecten).

Op groepsniveau wordt de doelstelling in overleg met de opdrachtgever bepaald: Veel opdrachtgevers houden een stijging van 1 trede bij minimaal 35% van de groep aan. Bij jongeren geldt meestal 35%. Bij UWV ((WW, WIA) geldt meestal 50%.

Subdoel

Om ervoor te zorgen dat de deelnemers de mogelijkheid krijgen door te stromen naar vervolgtrajecten (bijvoorbeeld scholing, vrijwilligerswerk of werkhervatting) en stijgen op de participatieladder zet BWR in op de volgende subdoelen:

  1. Deelnemers verhogen hun werknemersvaardigheden (dagstructuur, doelen stellen, mondelinge communicatie, flexibiliteit, luisteren, initiatief, zelfstandigheid en samenwerken, vergroten hun netwerk). SMART voorbeeld: Bijvoorbeeld bij jongeren worden vaker doelen gesteld op tijdig aanwezig zijn. Aanwezigheid wordt per sessie genoteerd met een 80% aanwezigheid over het hele programma als doel.
  2. Deelnemers verhogen hun fysieke fitheid (grondmotorische vaardigheden: uithoudingsvermogen, kracht, lenigheid, coördinatie, snelheid). SMART voorbeelden: Op individueel niveau worden doelen gesteld gericht op bijvoorbeeld stijging absolute Vo2max in mlO2/kg/min of aantal sit-ups/min of het volhouden van de beweegactiviteiten (van BWR) opbouwen van 1 naar 3 uur.. Op groepsniveau wil Bewegen Werkt een stijging zien op 1 of meer grondmotorische vaardigheden voor minimaal de helft van de groep. Het kan voorkomen dat er specifieke afspraken worden gemaakt met een opdrachtgever over de algemene fitheid op groeps-of individueel niveau. In deze gevallen gaat het heel vaak om praktische zaken als het uiteindelijk kunnen volhouden van de intensiteit van het programma (soms kunnen deelnemers in eerste instantie maar een uur van het beweegprogramma volgen, maar aan het einde alle onderdelen binnen het dagdeel).
  3. Deelnemers verbeteren hun sociale vaardigheden (communiceren (luisteren, (duidelijk) praten), respectvol omgaan met anderen, feedback geven en ontvangen, copingsstijlen). SMART voorbeeld: assertiviteit verhogen of het tijdig leren aangeven/herkennen van grenzen bij grensoverschrijdend gedrag bijvoorbeeld binnen spelsituaties, waarbij deelnemer zichzelf bij voor de oefening een cijfer geeft en achteraf nogmaals. Dit kan herhaald worden tot een bij intake gewenste score of ander doel wordt bereikt.
  4. Deelnemers verhogen hun zelfvertrouwen (succeservaringen in bewegen en omgaan met anderen). SMART voorbeeld: bij aanvang fysieke scores (bv Vo2 max of aantal sit-ups) en daarna fysieke voortgangsscores noteren op de BW scorekaart. Deze worden door docent en deelnemer besproken met accent op successen, zodat er bewustwording optreedt.
  5. Deelnemers hebben meer kennis en zijn zich meer bewust van hun eigen (regelmogelijkheden in) leefstijl, gezondheid en (reële/SMART) doelen stellen (bewustzijn en keuzes maken). SMART voorbeeld: het herkennen van meer plezier na de training t.o.v. voor aanvang (bij vertrek thuis); plezierscore meting gedurende minimaal 1 maand. Dit om bewustzijn te ontwikkelen over de positieve effecten van deelname aan bewegen in een groep.
  6. Deelnemers verbeteren hun leefstijl (BRAVO thema’s – Bewegen, Roken, Alcohol, Voeding en Ontspanning (incl slaap) – gezondere voedingsmiddelen, beter dagritme in eten, activiteiten/bewegen/sporten en slapen (dagboeken), bewustwording en zo nodig aanpassing (of hulp zoeken wat betreft alcohol en rookgedrag). Meer SMART: rapporteren van hoeveelheid ontspanning of beter slapen/nachtrust (score 0-10) na het programma (outtake) versus voor het programma (intake).

Voor de subdoelen geldt dat per individu 1 tot 3 doelen vanuit deze doelen worden gekozen, die op individueel niveau SMART gemaakt worden

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Toelichting op figuur 1 in bijlage 1.

De processtappen van een voorbeeld BWR programma staan in figuur 1. Dit bevat de processtappen (contact en evaluatie/beslismomenten) van het moment van start van het project (contract) tot en met afsluiting deelnemer. Aan de rechterzijde een tijdslijn in weken (lichtblauw).

De ovale vakjes betreffen start en/of einde van het traject.

De ruit vakjes betreffen beslismomenten ten aanzien van wel/niet deelname en vervolgacties/trajecten.

In de linker kolom (blauw/oranje) staan de acties waar de opdrachtgever en/of contactpersoon van de opdrachtgever een actieve (aan deelneemt) of passieve (informatie ontvangt) rol in heeft. In de middelste kolom (blauw/oranje) de acties zoals die vanuit BWR worden ondernomen.

De oranje vakken betreffen optionele stappen. Afhankelijk van de invulling van het contract, zoals vooraf bepaald in overleg tussen opdrachtgever en BWR.

Lokaal is de BWR docent (soms de manager BWR) projectleider en bepaald in overleg met de contactpersoon van de opdrachtgever de inrichting van het programma. De deelnemer wordt na aanmelding door de cliëntbegeleider (van opdrachtgever) door de BWR docent begeleidt in het BWR programma (soms ondersteund door andere (externe) docenten voor specifieke onderdelen) van begin tot eind.

Locaties en Uitvoering

BWR kan landelijk worden uitgevoerd. Voorwaarde is dat er minimaal 8 deelnemers beschikbaar zijn. Waar mogelijk kan aangesloten worden bij al bestaande projecten.

BWR wordt uitgevoerd door Ergo Control. Docenten zijn in dienst van Ergo Control (EC) en worden intern verder opgeleid. EC is een BV binnen de Bewegen Werkt Holding.

Ondersteuning

Er is een uitvoerig stappenplan voor de implementatie beschikbaar voor docenten. Deze is verwerkt in het klantvolgsysteem waardoor docenten gesteund worden in de implementatie. Tevens is deze terug te vinden in het handboek BWR (voor docenten). Zowel handboek BWR als klantvolgsysteem zijn niet toegankelijk voor derden. Hieronder een kort overzicht van de implementatie in fases.

BWR wordt door BWR docenten in dienst van Ergo Control uitgevoerd. Er is ook een train de trainer methodiek, maar opgedane ervaring leert, dat we zeer strenge eisen moeten stellen aan de mensen die dit willen volgen (minimaal HBO afgeronde opleiding ALO of PMT) Om hoge kwaliteit te kunnen garanderen voeren we het bij voorkeur met eigen mensen uit.

Voorbereidingsfase:

  • Afstemming tussen contactpersonen en cliëntbegeleiders van opdrachtgevers en BWR docenten
  • Aanmeldingen verzamelen (intern bij opdrachtgever)
  • Regelen accommodaties, materialen (voor intake en programma), eventueel sportarts voor intake (Ergo Control),
  • Maken en inrichten van planning programma (rooster programma en voorlichting), klantvolgsysteem en urenregistratiesysteem (Ergo Control).l

Voorlichtingsfase:

  • Potentiele deelnemers (aanmeldingen) uitnodigen
  • Informatie envelop klaarleggen (uitnodiging intake, vragenlijsten voor intake)
  • Presentielijst zoveel mogelijk klaarmaken
  • Voorlichting verzorgen, presentielijst bijwerken waarop NAW (telefoonnummer en mailadres) wordt vastgelegd
  • Definitieve aanmeldingen (na voorlichting) vastleggen, diegene informatie meegeven, en planning intake maken.
  • Contactpersoon opdrachtgever informeren over presentie.
  • Deelnemers invoeren in klantvolgsysteem

Intakefase:

  • Uitnodigen deelnemers (definitieve aanmeldingen), meestal per brief
  • Eventueel enkele dagen voor intake nabellen deelnemer ter bevestiging
  • Benodigde documenten klaarleggen (Hand-out startdatum, locatie, tijd, programma, scoreformulieren intake)
  • Intakematerialen klaarzetten (bv. Bloeddrukmeter)
  • Na intake gegevens en presentie verwerken tot oa plan van aanpak (in klantvolgsysteem en richting opdrachtgever)

Startfase:

  • Deelnemersmappen definitief maken (incl rooster, huisregels, kennismakingsopdracht)
  • Presentielijst klaarmaken en materialen programma klaarzetten
  • Achteraf presentie verwerken (klantvolgsysteem een aan opdrachtgever)
  • Evaluatiemomenten met deelnemers en opdrachtgever inplannen

Uitvoeringsfase:

  • Evaluatiemomenten met deelnemers (en opdrachtgever) uitvoeren en nieuwe inplannen
  • Plannen van aanpak zo nodig aanpassen en communiceren hierover met deelnemers en opdrachtgevers.

Afsluitingsfase

Materialen

Informatie/werving:

Uitvoering:

  • Handboek BWR voor docenten; handboek voor BWR-competenties voor docenten – niet voor externen
  • Bewegen Werkt map deelnemers – niet voor externen
  • Scorekaarten (soort logboek/trainingskaart) – niet voor externen
  • Deelnemersvolgsysteem via eigen ontwikkeld Be-aWaRe softwareprogramma – niet voor externen

Evaluatie:

  • Proces-evaluaties oa binnen Blik op Werk keurmerk (samenvatting voor externen via www.Blikopwerk.nl)
  • Effect-evaluatie (de onderzoeken vanuit Erasmus en RUG) – wel voor externen
  • Deelnemersvolgsysteem (Be-aWaRe) – niet voor externen

De materialen ‘wel voor externen’ zijn op te vragen via info@ergocontrol.nl.

Oordeel commissie

BWR is een belangrijke interventie voor een kwetsbare doelgroep. De beschrijving en onderbouwing zijn goed en doordacht met werkzame elementen vanuit theorie en praktijkonderzoek. Aandachtspunt is de selectie van deelnemers; advies is om de opdrachtgever in een eerder stadium proberen te beïnvloeden, zodat er meer grip is op de selectie van kandidaten.

Uitvoerbaarheid

BWR is een goed uitvoerbaar programma. De doelgroep is breed, met veel ruimte voor maatwerk naast de basisaanpak. Wel lijken de vereiste competenties voor BWR-docenten nogal commercieel ingestoken; advies is om ook meer agogische competenties zoals luisteren en coachingsvaardigheden in het profiel op te nemen.

 

Belangrijke documenten

Printen