Terug naar overzicht

DOiT (Dutch Obesity Intervention in Teenagers)

DOiT (Dutch Obesity Intervention in Teenagers) is een interventie gericht op het verlagen van overgewicht bij vmbo-leerlingen. DOiT beoogt deze doelstelling te behalen door het aanzetten van een blijvende positieve gedragverandering gericht op gezonde voeding en voldoende bewegen.

Het lespakket bestaat uit 12 lessen verzorging/ biologie en 4 gymlessen. Deze lessen zijn verdeeld over twee schooljaren. Daarbij is DOiT flexible uit te voeren door de docenten vanwege de uitgebreide docentenhandleiding, alternatieve opdrachten, aanvullend lesmateriaal en extra lessen.

Probleembeschrijving

Overgewicht is thans één van de belangrijkste volksgezondheidsproblemen. Overgewicht en obesitas tijdens de adolescentie zijn de twee grootste voorspellers van overgewicht op latere leeftijd (Barnekow-Bergkvist et al., 2001; Singh et al., 2008; Kvaavik et al., 2003; Serdula et al., 1993). Als de oorzaken niet worden aangepakt, kan overgewicht overgaan in obesitas. Overgewicht verhoogt de kans op het krijgen van aandoeningen aan het bewegingsapparaat, hart- en vaatziekten (Must & Strauss, 1999; Rexrode et al., 1998) en Diabetes Mellitus type 2 (Carey et al., 1997; Chan et al., 1994). Daarnaast worden veel jongeren met overgewicht gepest en gestigmatiseerd, wat de kans op lage zelfwaardering en psychosociale problemen vergroot (Schrijvers & Schoemaker, 2010).

De afgelopen jaren is er een toename van de prevalentie van overgewicht bij Nederlandse jongeren. De prevalentie van overgewicht bij kinderen van 2 tot 20 jaar is gemiddeld 13% en ernstig overgewicht komt bij gemiddeld 2% voor (2010a; de Wilde et al., 2009). Tussen 2002 en 2004 hadden kinderen van 13 jaar ruim 15% overgewicht en bijna 3% ernstig overgewicht (TNO Kwaliteit van Leven, 2006). Onder jongeren met een verschillende sociaal economische status en etnische achtergrond varieert de prevalentie (Fredriks et al., 2005; Hulshof et al., 2003; Wang, 2001). Turkse jongeren (23% jongens en 30% meisjes) en Marokkaanse jongeren in Nederland (16% en 25%) hebben vaker overgewicht dan Nederlandse jongeren in grote steden (13% en 17%) en veel vaker overgewicht in verhouding tot de overige Nederlandse jongeren (9% en 11%) (Fredriks et al., 2005).

Gezien de huidige toename van overgewicht bij jongeren en de gevolgen voor individu en maatschappij, is het van belang overgewicht te voorkomen of vroegtijdig te signaleren en behandelen.

De puberteit is een periode waarin jongeren vaak minder gaan sporten en ongezonder gaan eten (Kimm et al., 2002; Lytle et al., 2000; Riddoch et al., 2004; van Mechelen et al., 2000). De sociale omgeving kan een belangrijke bijdrage leveren aan het bevorderen van een gezonde leefstijl. Kinderen zijn geneigd om eet- en beweeggewoonten van hun ouders over te nemen (Schrijvers & Schoemaker, 2010). Ouders met een ongezonde leefstijl, maar ook reclame of toegang tot televisie of computer in de thuisomgeving stimuleert jongeren om ongezonde keuzes te maken (Golan & Crow, 2004; Rosenkranz & Dzewaltowski, 2008).

Daarnaast speelt de schoolomgeving een belangrijke rol. Jongeren brengen dagelijks vele uren door op school en kunnen leeftijdsgenoten beïnvloeden. Tijdens de puberteit ontwikkelen jongeren cognitieve en gedragscompetenties die nodig zijn om gezondheid te begrijpen en te veranderen (Frenn et al., 2003; Killen et al., 1989). Daarom kan een schoolinterventie gericht op een gezonde leefstijl en preventie van overgewicht jongeren helpen bij het veranderen van het ongezonde gedrag

en de toenemende prevalentie een halt toe roepen.

Doelgroepen

De primaire doelgroep van DOiT zijn leerlingen in het eerste en tweede leerjaar van alle niveaus van de Nederlandse VMBO-scholen. In 2008 zat 55% van alle middelbare school leerlingen op het VMBO (2010a).

Vooral jongeren met een lage sociaal economische achtergrond hebben minder goede eetgewoontes en bewegen minder dan jongeren met een hoge sociaal economische achtergrond (Hanson & Chen, 2007). Mede gezien het feit dat nietwesterse allochtone leerlingen de hoogste prevalentie van overgewicht hebben (zoals beschreven bij punt 1, blz. 6) en vaker naar het VMBO onderwijs gaan (2010b) is het een logische stap om juist bij deze doelgroep te interveniëren. Bovenstaande informatie geeft aan dat er veel gezondheidswinst te behalen valt door juist deze groep gezonder en actiever te laten worden.

Intermediaire doelgroep

Bij de uitvoering van DOiT zijn docenten van de vakken lichamelijke opvoeding (LO), biologie en/of verzorging betrokken. De intermediairs die bij de uitvoering/implementatie van DOiT zijn betrokken, zijn bij de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) of lokale Sportservice werkzaam. Zij kunnen het programma implementeren op de scholen, waar de docenten de lessen verzorgen.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

DOiT is gericht op preventie van overgewicht bij VMBO-leerlingen.

Het doel van DOiT is de preventie van overgewicht door een blijvende positieve gedragverandering met betrekking tot voeding en beweging.

Subdoel

De gedragingen waar DOiT zich op richt bevinden zich aan beide zijden van de energiebalans:

ENERGIE INNAME:
– Afname consumptie zoete/ vette tussendoortjes.
– Afname consumptie gesuikerde (fris)dranken.
ENERGIE GEBRUIK:

– Toename actief transport (met de fiets of lopend ergens naar toe gaan).
– Afname stil zitten in de vrije tijd (TV kijken en computer gebruik).
Per les zijn er stappen richting het tot stand komen van een blijvende positieve gedragsverandering voor de leerlingen (beschreven in de docentenhandleiding). Deze stappen zouden de leerlingen moeten doorlopen om uiteindelijke een blijvende positieve gedragsverandering te bereiken. De leerlingen worden via het DOiTprogramma stap voor stap begeleid in het veranderen van hun gedrag. De volgende stappen zijn daarbij te onderscheiden:

1. Kennis

  • Leerlingen weten wat voedingsstoffen, voedingsmiddelen zijn en kennen de indeling volgens de schijf van vijf.
  • Leerlingen kunnen eetmomenten, light producten, ongezonde snacks benoemen en kunnen etiket lezen.
  • Leerlingen weten de negatieve gevolgen van suiker houdende dranken.
  • Leerlingen weten wat een gezonde lunch is.
  • Leerlingen weten wat de functie, soorten en het effect van lichamelijke activiteit zijn.
  • Leerlingen weten wat gewoontes zijn en hoe ze ontstaan.
  • Leerlingen weten wat de invloed van de omgeving is op hun gedrag.
  • Leerlingen zijn bekend met de marketingtrucs van winkels.

2. Individuele bewustwording

  • Leerlingen weten wat de energiebalans is, hoeveel ze op een dag moeten eten en bewegen en wat de gevolgen van een slechte balans zijn.
  • Leerlingen monitoren hun eigen gedrag door middel van een eet- en beweegdagboek en vergelijken hun eigen gedrag met de norm en hun klasgenoten.
  • Leerlingen hebben inzicht in de eigen ontbijtgewoonten.
  • Leerlingen ervaren tijdens de les lichamelijke opvoeding de praktische toepassing van de functie, soorten en het effect van lichamelijke activiteit op je lichaam.
  • Leerlingen zijn zich bewust van gewoontes die ze hebben (met betrekking tot voedings- en beweeggedrag).
  • Leerlingen weten welke invloed zelfvertrouwen heeft op het veranderen van het eigen gedrag.
  • Leerlingen hebben inzicht in de mogelijkheden die school biedt om gezond of ongezond te eten.
  • Leerlingen hebben inzicht in het gedrag van mensen uit hun omgeving, zoals vrienden, ouders of andere familieleden.
  • Leerlingen herkennen de invloed van winkels en media op hun gedrag.
  • Leerlingen weten welke sportmogelijkheden zij op en rondom school hebben.
  • Leerlingen zijn bekend met de sportverenigingen in de omgeving.
  • Leerlingen zijn zich bewust van de smoezen om niet gezond te leven en de moeilijke situaties die je op een dag kunt tegenkomen.
  • Leerlingen weten bij wie ze in hun omgeving om hulp kunnen vragen.

3. Gedragsverandering

  • Leerlingen stellen een persoonlijk doel op voor hun ontbijtgedrag.
  • Leerlingen stellen (met behulp van de docent en een online advies op maat) een persoonlijk doel op voor het veranderen van hun gedrag.
  • Leerlingen weten hoe ze hun ouders moeten betrekken bij hun gedragsverandering.
  • Leerlingen ervaren hoe een succesvolle gedragsverandering tot stand komt.

4. Volhouden van nieuw gedrag

  • Leerlingen kunnen reflecteren en evalueren op hun eigen gestelde doel en stellen hun doel indien nodig bij.
  • Leerlingen maken een implementatieplan voor het bereiken van hun gedragsdoel.
  • Leerlingen bedenken oplossingen voor moeilijke situaties bij het volhouden van het gedrag.
  • Leerlingen weten bij wie ze hulp kunnen vragen voor het volhouden van hun gedrag.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

DOiT is een twee schooljaren durend lesprogramma gericht op preventie van overgewicht. Elk leerjaar bestaat uit zes lessen verzorging/ biologie en minimaal twee gymlessen (genaamd DOiT Active). Alle lessen duren 50 minuten.
In het lesprogramma is er aandacht voor het maken van individuele keuzes en bewustwording van de invloed van omgevingsfactoren op deze keuzes. De lessen sluiten aan bij de algemene onderwijsdoelen en zijn onder te brengen bij de verschillende kerndoelen van de vakken LO, biologie en verzorging. De lessen zijn lesvervangend voor de bestaande lessen over voeding en beweging en worden gegeven door de vakdocenten van LO, biologie en/of verzorging.
Het programma richt zich op de volgende vier risicogedragingen:

  • eten van zoete/ vette tussendoortjes (snoep en snacks).
  • drinken van gesuikerde (fris)dranken (frisdrank en vruchtensap).
  • weinig met de fiets of lopend ergens naar toe gaan (bewegen en sporten).
  • stil zitten in de vrije tijd (TV kijken en computer gebruik).

Deze vier gedragingen hebben alle vier invloed op de energiebalans van jongeren en zijn daarnaast gedragingen waar ze zelf invloed op kunnen hebben. Punt 6 vanaf blz. 14 beschrijft de theoretische onderbouwing voor de keuze voor deze vier gedragingen. Daarnaast wordt de verbinding tussen het probleem, de gedragingen en de aanpak beschreven.
De leerlingen worden tijdens de lessen begeleid bij het veranderen van hun gedrag. Tijdens de lessen leren de leerlingen over alle vier de risicogedragingen en hun relatie met de energiebalans. Door een dagboekje bij te houden onderzoeken de leerlingen wat hun ‘probleemgedrag’ is (bewustwording door monitoren). Voor het opstellen van een persoonlijk doel kiezen de leerlingen vervolgens voor één van de vier gedragingen.
Er is om meerdere redenen gekozen om de leerlingen voor één van de vier gedragingen te laten kiezen:

  1. Het feit dat er een keuze is, verhoogt de kans dat het gekozen gedrag succesvol aangepast/veranderd wordt. Bovendien zou het falen – dus het niet succesvol veranderen van gedrag – negatieve uitwerkingen kunnen hebben voor andere gedragsveranderingsprocessen.
  2. Het is niet haalbaar om in een relatief korte periode voldoende aandacht aan meerdere gedragsveranderingen te besteden. Ook hier geldt: het ‘falen’ van het niet behalen van een gesteld doel kan demotiverend werken.
  3. Niet alle gedragingen zijn ‘probleemgedragingen’, omdat niet alle gedragingen bij alle leerlingen een ‘probleem gedrag’ zijn en leerlingen op deze manier goed kunnen focussen.

Naast deze gedragsverandering worden leerlingen door het programma zich bewust van de invloed van omgevingsfactoren op hun eigen gedrag, zoals het kantineassortiment, het lokale sportaanbod en de rol van de eigen ouders. Om een blijvende gedragsverandering tot stand te laten komen en te behouden is het van belang dat leerlingen zich bewust zijn van de invloed van hun omgeving. Helaas zijn de leerlingen vaak niet in staat om zelf de omgeving te veranderen, daarom is het van groot belang om de ouders te betrekken in het programma.
Ouders ontvangen een informatieboekje met voeding en beweeginformatie, adviezen en uitleg over het programma. Het boekje bevat praktische tips en advies om hun eigen kind te helpen.
Tevens zijn er huiswerkopdrachten die de kinderen en ouders samen maken, zoals het inventariseren van de eigen koelkast, een interview, het invullen van een eet- en beweegdagboek, TESTiT (online advies op maat) en het dragen van een stappenteller. Daarnaast staan er op de bijgeleverde CD nieuwsbrieven voor de ouders en wordt DOiT bij voorkeur aan het einde afgesloten met een ouderavond.

Locaties en Uitvoering

Op en door middelbare scholen.

Ondersteuning

Er is een uitgebreide handleiding voor docenten beschikbaar die hen in staat stelt om het DOiT-programma zelfstandig te implementeren. De handleiding biedt flexibiliteit in de uitvoering van het programma. Er is nog geen handleiding of protocol voor overdracht of implementatie voor de GGD of Sportservice beschikbaar. Tijdens het geplande implementatie onderzoek worden implementatie materialen ontwikkeld, waarbij de nodige persoonlijke ondersteuning, protocollen en handleidingen de overdraagbaarheid van DOiT moet

ondersteunen.

Materialen

De materialen van het DOiT-programma zijn:

  • 2 lesboeken met bijbehorende werkbladen (32 stuks)
  • beweeg-/eetdagboekje (CHECKiT)
  • ouder informatieboek
  • website (www.doitproject.com)
  • docentenhandleiding en CD met aanvullende lesmaterialen, waarmee de docent op schoolniveau DOiT volledig kan implementeren.
  • video ‘supermarkt’ van Het Klokhuis (te bestellen of digitaal op de website te bekijken).

Interesse in het DOiT lesmateriaal kan vanaf september 2010 doorgegeven worden aan de contactpersoon van het EMGO+ Instituut (Vumc). De docentenhandleiding biedt voldoende informatie en handvatten voor de docent om het lesmateriaal op schoolniveau te implementeren.
Op dit moment wordt er een implementatie/disseminatie onderzoek voorbereid voor de periode 2010-2012. De resultaten van het onderzoek moeten bijdragen aan een breder draagvlak voor een integrale implementatie van DOiT op lokaal niveau. Tijdens dit onderzoek staat het ontwikkelen van implementatiematerialen en strategie centraal, zoals een implementatiehandleiding. Deze handleiding kan gebruikt worden om het lesprogramma DOiT te implementeren als onderdeel van een integrale aanpak. Medio 2011 verwachten wij de implementatiehandleiding gereed te hebben. De resultaten van het onderzoek kunnen aan het einde van 2012 worden verwacht. Tot die tijd is het DOiT-lesmateriaal te bestellen bij het EMGO+ Instituut (Vumc).

Belangrijke documenten

Printen Uitgebreide beschrijving (pdf)