Terug naar overzicht

Elke stap telt

Doelgroep wandelprogramma

‘Elke stap telt’ is een laagdrempelig wandelprogramma voor 55-plussers waarbij het opbouwen van de conditie en het stimuleren van sociale contacten centraal staan. De interventie richt zich vooral op de niet-actieve, minder actieve 55-plussers. Bij de werving van deelnemers wordt extra aandacht besteed aan ouderen die onvoldoende bewegen en/of niet tot nauwelijks participeren in de samenleving. Dankzij de verschillende instapniveaus en de persoonlijke opbouwplannen is de interventie echter ook geschikt voor sportieve 55-plussers.

De groep 55-plussers is een snel groeiende groep. Naarmate men ouder wordt, doen mensen minder aan sport en bewegen met als gevolg dat bijna de helft van de 50-plussers niet voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). Sport en bewegen is een belangrijk middel om gezond en vitaal oud te worden. Bewegen in groepsverband draagt ook bij aan het voorkomen van sociaal isolement. 

Doel wandeltraining Elke stap telt
Na afloop van de interventie hebben de deelnemers een actievere leefstijl door wekelijkse beweegactiviteiten zoals wandelen uit te voeren en hebben zij tijdens de interventie één of meerdere nieuwe sociale contacten opgedaan waarmee ze wekelijks samen kunnen wandelen.
Daarnaast zijn de deelnemers, na de interventie, doorgestroomd naar een wekelijks regulier aanbod in de buurt waardoor zij een actieve leefstijl behouden.

Aanpak
Na een instaptest, wordt door middel van individuele opbouwplannen en een stappenteller gewerkt naar een persoonlijk doel. De interventie duurt twaalf weken. Tijdens de eerste bijeenkomst wordt de wandeltest afgenomen. Op basis van de testresultaten wordt per deelnemer een instapniveau bepaald. Iedereen krijgt een stappenteller en een individueel opbouwprogramma. Het wandelprogramma bestaat uit verschillende niveaus. Elk niveau duurt één week en bestaat uit een wandelschema waarin is aangegeven hoeveel stappen de deelnemer dagelijks moet zetten om het niveau te behalen.

Wekelijks wordt er een groepsbijeenkomst van twee uur georganiseerd. De deelnemers maken een gezamenlijke groepswandeling. Ze ontvangen hun nieuwe opbouwplan voor de komende week, wisselen ervaringen uit en drinken gezamenlijk koffie. Ze krijgen voorlichting over gezondheid gerelateerde onderwerpen, zoals gezonde voeding, actieve leefstijl, omgaan met chronische aandoeningen, omgaan met eenzaamheid en natuurbeleving. Gedurende de 10 weken maken zij kennis met het regulier wekelijkse aanbod in de omgeving. Tijdens de laatste bijeenkomst wordt de wandeltest nogmaals afgenomen en schrijven de deelnemers zich in voor een vervolgaanbod in de eigen regio.

Probleembeschrijving

Uit onderzoek blijkt dat veel ouderen inactief zijn. Naarmate men ouder wordt, doen mensen minder aan sport en bewegen met als gevolg dat bijna de helft van de 50-plussers niet voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) (TNO, 2013). Uit het laatste TNO onderzoek blijkt dat ouderen minder bewegen dan de gemiddelde bevolking. Het percentage personen dat aangeeft geen enkele vorm van lichamelijke activiteit te verrichten, neemt sterk toe na het 65ste levensjaar.

Daarnaast zijn een sociaal isolement en eenzaamheid veel voorkomende problemen bij deze doelgroep. In Nederland zijn er naar schatting ongeveer 200.000 ouderen eenzaam (Rijksoverheid). De groep 50-plussers is een snel groeiende groep. De verwachting is dat er in Nederland in 2035 meer dan 6 miljoen ouderen van 50 jaar en ouder en meer dan 4 miljoen 65-plussers zijn (CBS). Mensen worden ouder en leven langer. Hierdoor is de verwachting dat in de toekomst meer inactieve Nederlanders zijn en meer mensen in een sociaal isolement leven.

Een consequentie van deze groeiende groep inactieve ouderen is de toename van het aantal mensen met gezondheidsproblemen. Er zullen meer mensen met een chronische aandoening of een beperking komen en een toename van mensen met gewrichtsproblemen als gevolg van overgewicht. Daarnaast zal het aantal alleenstaanden onder de ouderen stijgen, met als gevolg een toename in mentale problemen, zoals eenzaamheid en depressie. Een inactieve leefstijl bij mensen met een aandoening verhoogt niet alleen het risico op overgewicht en langdurige aandoeningen, maar ook het risico op functionele beperkingen en daarmee het verlies op zelfstandigheid. 

Doelgroepen

De interventie richt zich vooral op de niet-actieve en minder actieve 55-plusser, die niet tot nauwelijks participeren in de samenleving.

Dankzij de verschillende instapniveaus en persoonlijke opbouwplannen is de interventie ook geschikt voor sportieve 55-plussers. Sportieve 55 -plussers worden vooral benaderd als ‘buddy’ (wandelmaatje).

Intermediaire doelgroep

  • Vrijwilligers; zij worden ook wel ‘buddy’s’ of ‘wandelmaatjes’ genoemd. Dit zijn actieve senioren die de deelnemers begeleiden tijdens de wekelijkse wandelingen en groepsbijeenkomsten en die de deelnemers motiveren om het trainingsprogramma vol te houden en af te maken. Hiervoor hebben zij een scholing gevolgd die uit verschillende onderdelen bestaat: voorlichting over de inhoud van het project, afname van de wandeltest, werking van de stappenteller, motiverende gespreksvoering en monitoring/evaluatie. De scholing wordt gegeven door SportZeeland.
  • Lokale coördinatoren vanuit sport- of welzijnsorganisaties; zij zijn verantwoordelijk voor de lokale coördinatie van de interventie. Naast het werven en aansturen van de vrijwilligers, hebben de lokale coördinatoren ook contact met de deelnemers. Zij verzorgen tijdens de werving een voorlichtingsbijeenkomst voor potentiële deelnemers en zijn tijdens de interventie wekelijks aanwezig bij de groepsbijeenkomsten. Ook coördineren zij de wandeltest. De lokale coördinatoren hebben dezelfde scholing als de vrijwilligers gevolgd met daarbij extra uitleg over de inhoud en organisatie van het programma.
  • Thuiszorg- en zorginstellingen; er wordt samenwerking gezocht met thuiszorg- en zorginstellingen om ouderen en voornamelijk kwetsbare ouderen te bereiken. Ook deze intermediaire doelgroep heeft contact met de deelnemers door wekelijkse bij de groepsbijeenkomsten aanwezig te zijn. De scholing, zoals hierboven beschreven, hebben zij ook

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Na afloop van de interventie hebben de deelnemers een actievere leefstijl door wekelijkse beweegactiviteiten zoals wandelen uit te voeren en hebben zij tijdens de interventie één of meerdere nieuwe sociale contacten opgedaan waarmee ze wekelijks samen kunnen wandelen. 

Daarnaast zijn de deelnemers, na de interventie, doorgestroomd naar een wekelijks regulier aanbod in de buurt waardoor zij een actieve leefstijl behouden.

Subdoel

  • De deelnemers hebben na afloop kennis over het nut en belang van een actieve leefstijl.
  • De deelnemers hebben kennis over verschillende gezondheidsonderwerpen, zoals gezonde voeding, actieve leefstijl, juiste wandeluitrusting, depressie en eenzaamheid.
  • De deelnemers hebben kennis over chronische aandoeningen en hoe hiermee om te gaan.
  • De deelnemers kennen het belang van het opbouwen van fysieke activiteit.
  • De deelnemers hebben hun conditie verbeterd, dit is terug te zien op de score van de eindwandeltest ten opzichte van de beginwandeltest.
  • De deelnemers hebben het wandelen geïntegreerd in het dagelijks leven waardoor zij voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen.
  • De deelnemers hebben nieuwe sociale contacten opgedaan tijdens de groepsbijeenkomsten.
  • De deelnemers weten welke mogelijkheden tot vervolg beweegaanbod er zijn in de eigen regio.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Het gehele traject (zonder de voorbereidings- en evaluatiefase) duurt inclusief start- en slotmoment 12 weken, bijeenkomsten van 2 uur. 

Fase 1: voorbereidingsfase (1 tot 2 maanden)

  • Scholing lokale coördinatoren. Deze scholing neemt ongeveer 1,5 dagdeel in beslag.
  • Werven vrijwilligers. 
  • Scholing vrijwilligers. Deze scholing neemt ongeveer één dagdeel in beslag.
  • Plannen en organiseren van het programma (wandelingen, inclusief de informatiebijeenkomsten).
  • Werven deelnemers (maximaal 15 per groep).
  • Voorlichtingsbijeenkomst voor potentiële deelnemers.

Fase 2: Uitvoering programma
Startmoment (2 uur)

  • Deelnemers informeren over het trainingsprogramma (eenmalig 30 minuten).
  • Deelnemers instructie geven over het gebruik van de stappenteller (eenmalig 15 minuten).
  • Afname van de wandeltest en invullen van het formulier ‘Hoe ziet mijn week eruit’ om te bepalen of de deelnemer al dan niet een instapper is. Zowel instappers als niet-instappers mogen deelnemen. (De wandeltest duurt zes minuten. Op basis van de resultaten wordt er een berekening gemaakt en wordt de stappenteller ingesteld. Dit gebeurt eenmalig en duurt in totaal 45 minuten).
  • Deelnemers worden geïnformeerd over de persoonlijke opbouwplannen en krijgen hun eerste opbouwplan (wandelschema) mee naar huis (30 minuten). Wandeltrainingsprogramma (10 weken) 10 groepsbijeenkomsten van 2 uur waarbij de deelnemers hun nieuwe opbouwplan ontvangen, samen koffie drinken, informatie krijgen over gezondheid gerelateerde onderwerpen en gezamenlijk een wandeling maken. De gezamenlijke wandeling duurt gemiddeld 1 uur. Voor het volgen van het opbouwplan wandelen de deelnemers dagelijks met af en toe een rustdag. De afstand van deze wandelingen is afhankelijk van het niveau waar de deelnemer zich bevindt. 
  • Na 5 weken in kaart brengen hoeveel deelnemers op schema lopen.

Slotmoment (2 uur) 

  • Eenmalige bijeenkomst van 2 uur waarbij de wandeltest nogmaals wordt afgenomen en wordt vergeleken met de test aan het begin van het trainingsprogramma. 
  • In kaart brengen of de deelnemers hun einddoel hebben behaald. 
  • Deelnemers die het trainingsprogramma volledig hebben doorlopen, ontvangen een certificaat.
  • Doorstroom naar regulier sport- en beweegaanbod, mogelijkheid tot inschrijven.
  • Deelnemers vullen een evaluatieformulier in en schrijven in voor een vervolgactiviteit (wekelijks  reguliere activiteit).

Fase 3: Evaluatie

  • Verwerken van de (5- en 10- weken) registraties.
  • Evaluatie met vrijwilligers.
  • Evaluatie van totale programma en eventueel bijstellen.
  • Potentiële vrijwilligers werven voor het wandeltrainingsprogramma. 

Locaties en Uitvoering

De interventie wordt binnen een wijk of dorp uitgevoerd. De wekelijkse bijeenkomsten starten vanuit een centraal punt. Dit kunnen verschillende locaties zijn, zoals welzijnsorganisaties, sportorganisaties, woonzorgcentra, verenigingen, dorpscentra enzovoorts. De gezamenlijke wandelingen worden binnen of buiten de wijk of het dorp gelopen. De deelnemers volgen de opbouwplannen (wekelijkse wandelschema’s) verder in hun eigen tijd.

In de uitvoering van de interventie wordt samengewerkt met gemeenten. De lokale coördinatie van Het project ligt bij een sport- of welzijnsorganisaties of woonzorgcentrum. De professionals zijn verantwoordelijk voor de lokale uitvoering, evaluatie en coördinatie van de (verschillende) groep(en) die binnen de gemeente starten. Coördinatoren kunnen zelf de groepen wekelijks begeleiden of een begeleider hiervoor inhuren.
Daarnaast wordt in de begeleiding van de groepen gebruik gemaakt van ‘buddy’s’ of ‘wandelmaatjes’. Per groep zijn er (2-4 vrijwilligers). Dit zijn actieve senioren die de deelnemers motiveren gedurende het trainingsprogramma. Zij begeleiden de gezamenlijke wandelingen en zijn wekelijks aanwezig tijdens de informatiebijeenkomsten. Vrijwilligers kunnen ook betrokken worden bij het uitzetten van wandelingen.

Ondersteuning

Wanneer de interventie op een nieuwe locatie uitgevoerd gaat worden, wordt er eerst een afspraak gemaakt om uitleg over de interventie te geven. Vervolgens worden de coördinatoren en vrijwilligers geschoold. Zij ontvangen daarna de wandelbox met daarin ook de handleiding, waarin precies staat beschreven hoe de interventie uitgevoerd moet worden. Tijdens het hele proces kan er om adviseringvan SportZeeland worden gevraagd.

Materialen

Voor de uitvoering van de interventie is er een wandelbox beschikbaar. De wandelbox is alleen verkrijgbaar als de scholing is gevolgd. Met de wandelbox kan er een groep van 15 personen worden opgestart. De wandelbox kan wordt verstrekt na het volgen van de scholing en bestaat uit de volgende materialen (documenten zijn digitaal beschikbaar):

  • 15 stappentellers (4 extra stappentellers voor de begeleiders);
  • 15 opbouwplannen;
  • 15 keycords;
  • 15 scorekaartjes;
  • 15 pennen;
  • CD met basisdocumenten.

Basis documenten (voorbeelden):

  • draaiboek (handleiding voor lokale organisaties (zie bijlage 1);
  • formulier ‘hoe ziet mijn week eruit’;
  • certificaten;
  • voorbeeld PR materiaal;
  • handleiding afnemen instaptest;
  • werkbladen verzamelstaat instaptest;
  • presentatie ‘Waarom bewegen moet’;
  • registratieformulieren;
  • tips wandelen in groep;
  • evaluatieformulier;

Voor de uitvoering van de wandeltest zijn nog nodig (zelf aanschaffen of regelen):
6 pionnen, stopwatch en meetlint 20 meter.

Belangrijke documenten

Printen Uitgebreide beschrijving (pdf)