Terug naar overzicht

Elke stap telt

‘Elke stap telt’ is een laagdrempelig wandeltrainingsprogramma voor 55-plussers

waarbij het opbouwen van de conditie en het stimuleren van sociale contacten centraal staan. De interventie richt zich vooral op de niet-actieve, minder actieve 55-plussers. Zowel 55-plussers met als 55-plussers zonder chronische aandoening of beperking kunnen deelnemen aan Elke Stap Telt.
Na afloop van de interventie hebben de deelnemers een actievere leefstijl door wekelijkse beweegactiviteiten zoals wandelen uit te voeren en hebben zij tijdens de interventie één of meerdere nieuwe sociale contacten opgedaan waarmee ze wekelijks samen kunnen wandelen.

Daarnaast zijn de deelnemers, na de interventie, doorgestroomd naar een wekelijks regulier aanbod in de buurt waardoor zij een actieve leefstijl behouden.

Sinds 2013 zijn er door SportZeeland ruim 75 begeleiders/coördinatoren zijn opgeleid. Zij hebben een van de meer dan 100 groepen begeleid.

Vanaf juni 2016 t/m juni 2018 zijn 450 deelnemers bereikt met de interventie. In totaal hebben (sinds 2013) inmiddels ruim 2000 senioren deel genomen aan Elke Stap Telt. Er zijn groepen opgestart in 8 provincies en in 24 gemeenten. En met naar schatting zo’n 75 locaties

We zien dat 89% van de deelnemers een positieve invloed op de sociale contacten en conditie ervaren. 96 % blijft ook na de interventie doorwandelen. De uitvoering van het programma is door de deelnemende senioren gemiddeld als ‘goed’ beoordeeld.

De gemeente Tilburg is een van de gemeenten die in 2017 Elke Stap Telt is gestart. Vanuit het project met KC Sport specifiek gericht op kwetsbare senioren, Zij hebben een fraaie mini-documentaire gemaakt over het project, waarin ook deelnemers aan het woord komen:

https://www.dieperbeeld.nl/portfolio/elke-stap-telt/

Probleembeschrijving

Nederland telde in 2017 meer 65-plussers dan twee decennia daarvoor. Het aantal mensen van 65 jaar of ouder nam in deze twintig jaar met 50 procent toe van 2,1 miljoen naar 3,2 miljoen mensen. De totale Nederlandse bevolking groeide in deze periode met 10 procent veel minder hard. Was in 1997 nog ruim 13 procent van de Nederlanders 65 jaar of ouder, twee decennia later was dit ruim 18 procent. De gemiddelde leeftijd van 65-plussers bleef met ruim 74 jaar ongeveer hetzelfde als twintig jaar eerder (2017). De verwachting is dat het aandeel 65-plussers (3,1 miljoen), waarvan 0,7 miljoen 80 plussers, zal stijgen van 18 naar 26 procent in 2040. In 2040 leven er 4,7 miljoen 65 plussers in Nederland, waaronder 2 miljoen 80 plussers (CBS, 2017).

Andere ontwikkeling die we zien, is dat ouderen sportiever zijn dan voorgaande 65 plussers. Wandelen is de populairste vrijetijdsactiviteit in Nederland met ruim 441 miljoen activiteiten. Het is daarnaast de activiteit die ook bij chronische aandoeningen nog uit te voeren is (Wandelmonitor, 2016).

In 2017 zijn nieuwe beweegrichtlijnen geïntroduceerd, omdat overtuigend bewijs is geleverd dat meer bewegen nog beter is. Daarnaast is de richtlijn aangescherpt met spier- en botversterkende oefeningen voor ouderen. 2 op de 3 ouderen voldoet niet aan de beweegrichtlijn. Ook wil 1 op de 3 ouderen die niet meer sporten graag méér sociale contacten. Van de ouderen die nog wel sporten is dit maar 1 op de 6. 55% van de sporters ziet hun medesporters dan ook als belangrijke sociale contacten (ouderenpanel, 2017) & Pandey et al (2015).

Daarnaast zijn een sociaal isolement en eenzaamheid veel voorkomende problemen bij deze doelgroep. In Nederland zijn er naar schatting ongeveer 200.000 ouderen extreem eenzaam (Rijksoverheid).

Regelmatige lichamelijke activiteit bevordert de kwaliteit van leven en kent diverse gezondheidsvoordelen. Daarnaast is het zo dat de mensen die het minst actief zijn over het algemeen het grootste risico hebben op negatieve gezondheidseffecten. Jaarlijks zijn er circa 3,7 miljoen sportblessures, waarvan iets minder dan 40% medisch wordt behandeld. Voldoende bewegen is ook gunstig voor bepaalde chronische aandoeningen (Loket Gezond Leven, 2017).

Vanwege stijgende levensverwachting en nieuwe generaties ouderen, zien we dat zij langer actief blijven met sporten en bewegen. Wel hebben steeds meer ouderen een of meerdere chronische aandoeningen, waarbij (meer) bewegen aanbevolen wordt. Voor hen is meer bewegen gewenst om gezondheidsproblemen te minimaliseren. Denk hierbij aan diabetes mellitus type 2. Ook zien we dat in Zeeland 53% van de Zeeuwen matig tot zeer ernstig eenzaam is boven de 65 jaar. Interventie richt zich niet alleen op stimuleren van bewegen, maar draagt ook bij aan opbouwen van sociale contacten.(Zeelandscan, 2017). Daarnaast zal het aantal alleenstaanden onder de ouderen stijgen, met als gevolg een toename in mentale problemen, zoals eenzaamheid en depressie. Op dit moment is in Zeeland 25,1 procent een zogenoemde kwetsbare oudere en zien we dat steeds meer mensen alleen wonen (Zeelandscan, 2017). Een inactieve leefstijl bij mensen met een aandoening verhoogt niet alleen het risico op overgewicht en langdurige aandoeningen, maar ook het risico op functionele beperkingen en daarmee het verlies op zelfstandigheid.

Sport en bewegen zijn belangrijke middelen om gezond oud te worden, langer zelfstandig te functioneren en een sociaal isolement te voorkomen. Fysieke activiteit helpt om uithouding, evenwicht, spiersterkte, lenigheid, behendigheid en coördinatie te verbeteren. Bovendien voorkomt bewegen in groepsverband eenzaamheid en depressie. Het sociale aspect, de gezelligheid, is minstens zo belangrijk als het bewegen zelf (RIVM, 2011) & Schop – Etman (2017) & Qu et al (2014).

Doelgroepen

De interventie is geschikt voor alle 55-plussers. Na de eerste jaren, waar groepen bijzonder gemêleerd waren als het ging om instapniveau en aandoeningen, zijn vervolgprojecten meer gericht op kwetsbare senioren. Kwetsbaar vanwege chronische aandoeningen, sedentair gedrag en soms het ontbreken van sociaal contact. De actieve senioren uit de eerste projecten zijn veelal benaderd als beweegbuddy of wandelmaatje, om het bij hen aanwezige wandelvirus over te brengen op de doelgroep 55-plus met geen of weinig wandelervaring (en met eventueel beperkt door chronische aandoeningen)

Intermediaire doelgroep

  •  Vrijwilligers; zij worden ook wel ‘buddy’s’ of ‘wandelmaatjes’ genoemd. Dit zijn actieve senioren die de deelnemers begeleiden tijdens de wekelijkse wandelingen en groepsbijeenkomsten en die de deelnemers motiveren om het trainingsprogramma vol te houden en af te maken. Hiervoor hebben zij een scholing gevolgd die uit verschillende onderdelen bestaat: voorlichting over de inhoud van het project, afname van de wandeltest, werking van de stappenteller, motiverende gespreksvoering en monitoring/evaluatie. De scholing wordt gegeven door SportZeeland.
  • Lokale coördinatoren vanuit sport- of welzijnsorganisaties; zij zijn verantwoordelijk voor de lokale coördinatie van de interventie. Naast het werven en aansturen van de vrijwilligers, hebben de lokale coördinatoren ook contact met de deelnemers. Zij verzorgen tijdens de werving een voorlichtingsbijeenkomst voor potentiële deelnemers en zijn tijdens de interventie wekelijks aanwezig bij de groepsbijeenkomsten. Ook coördineren zij de wandeltest. De lokale coördinatoren hebben dezelfde scholing als de vrijwilligers gevolgd met daarbij extra uitleg over de inhoud en organisatie van het programma.
  • Thuiszorg- en zorginstellingen; er wordt samenwerking gezocht met thuiszorg- en zorginstellingen om ouderen en voornamelijk kwetsbare ouderen te bereiken. Ook deze intermediaire doelgroep heeft contact met de deelnemers door wekelijkse bij de groepsbijeenkomsten aanwezig te zijn. De scholing, zoals hierboven beschreven, hebben zij ook gevolgd.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Na afloop van de interventie hebben de deelnemers een actievere leefstijl door wekelijkse beweegactiviteiten zoals wandelen uit te voeren en hebben zij tijdens de interventie één of meerdere nieuwe sociale contacten opgedaan waarmee ze wekelijks samen kunnen wandelen.

Daarnaast zijn de deelnemers, na de interventie, doorgestroomd naar een wekelijks regulier aanbod in de buurt waardoor zij een actieve leefstijl behouden. In de praktijk zien we dat nieuwe wandelgroepen ontstaan. Wel is er meer aandacht vanuit de organisatorische kant om deelnemers aan te laten haken bij bestaande structuren. In de praktijk blijkt dit af en toe lastig te zijn en zien we dat er nieuwe wandelgroepen ontstaan.

Subdoel

  • De deelnemers hebben na afloop kennis over het nut en belang van een actieve leefstijl.
  • De deelnemers hebben kennis over verschillende gezondheidsonderwerpen, zoals gezonde voeding, actieve leefstijl, juiste wandeluitrusting, depressie en eenzaamheid. 
  • De deelnemers hebben kennis over chronische aandoeningen en hoe hiermee om te gaan. 
  • De deelnemers kennen het belang van het opbouwen van fysieke activiteit.
  • De deelnemers hebben hun conditie verbeterd, dit is terug te zien op de score van de eindwandeltest ten opzichte van de beginwandeltest.
  • De deelnemers hebben het wandelen geïntegreerd in het dagelijks leven. De interventie Elke Stap Telt levert een bijdrage aan meer bewegen, zoals omschreven is in het advies van de Gezondheidsraad (2017).
  • De deelnemers hebben nieuwe sociale contacten opgedaan tijdens de groepsbijeenkomsten.
  • De deelnemers weten welke mogelijkheden tot vervolg beweegaanbod er zijn in de eigen regio.
  • De vrijwilligers zijn op basis van de scholing die ze hebben gevolgd in staat andere ouderen positief te motiveren en te begeleiden.
  • De lokale coördinatoren zijn in staat deelnemers te werven en de wandeltest te coordineren.
  • Medewerkers van thuiszorg- en zorginstellingen zijn op basis van de scholing die ze hebben gevolgd in staat andere ouderen positief te motiveren en te begeleiden.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Het gehele traject (zonder de voorbereidings- en evaluatiefase) duurt inclusief start- en slotmoment 12 weken, bijeenkomsten van 2 uur.

Fase 1: voorbereidingsfase (1 tot 2 maanden)

– Scholing lokale coördinatoren. Deze scholing neemt ongeveer 1,5 dagdeel in beslag. Hieraan zijn kosten verbonden.

– Werven vrijwilligers.

– Scholing vrijwilligers. Deze scholing neemt ongeveer één dagdeel in beslag.

– Plannen en organiseren van het programma (wandelingen, inclusief de informatiebijeenkomsten).

– Werven deelnemers (maximaal 15 per groep).

– Voorlichtingsbijeenkomst voor potentiële deelnemers.

Fase 2: Uitvoering programma

Startmoment (2 uur)

– Deelnemers informeren over het trainingsprogramma (eenmalig 30 minuten).

– Deelnemers instructie geven over het gebruik van de stappenteller (eenmalig 15 minuten).

– Afname van de wandeltest en invullen van het formulier ‘Hoe ziet mijn week eruit’ om te bepalen of

de deelnemer al dan niet een instapper is. Zowel instappers als niet-instappers mogen deelnemen.

(De wandeltest duurt zes minuten. Op basis van de resultaten wordt er een berekening gemaakt en

wordt de stappenteller ingesteld. Dit gebeurt eenmalig en duurt in totaal 45 minuten).

– Deelnemers worden geïnformeerd over de persoonlijke opbouwplannen en krijgen hun eerste

opbouwplan (wandelschema) mee naar huis (30 minuten).

Wandeltrainingsprogramma (10 weken)

– 10 groepsbijeenkomsten van 2 uur waarbij de deelnemers hun nieuwe opbouwplan ontvangen,

samen koffie drinken, informatie krijgen over gezondheid gerelateerde onderwerpen en

gezamenlijk een wandeling maken. De gezamenlijke wandeling duurt gemiddeld 1 uur. Voor het

volgen van het opbouwplan wandelen de deelnemers dagelijks met af en toe een rustdag. De

afstand van deze wandelingen is afhankelijk van het niveau waar de deelnemer zich bevindt.

– Na 5 weken in kaart brengen hoeveel deelnemers op schema lopen.

Slotmoment (2 uur)

– Eenmalige bijeenkomst van 2 uur waarbij de wandeltest nogmaals wordt afgenomen en wordt

vergeleken met de test aan het begin van het trainingsprogramma.

– In kaart brengen of de deelnemers hun einddoel hebben behaald.

– Deelnemers die het trainingsprogramma volledig hebben doorlopen, ontvangen een certificaat.

– Doorstroom naar regulier sport- en beweegaanbod, mogelijkheid tot inschrijven.

– Deelnemers vullen een evaluatieformulier in en schrijven in voor een vervolgactiviteit (wekelijks

reguliere activiteit).

Fase 3: Evaluatie

– Verwerken van de (5- en 10- weken) registraties.

– Evaluatie met vrijwilligers.

– Evaluatie van totale programma en eventueel bijstellen.

– Potentiële vrijwilligers werven voor het wandeltrainingsprogramma.

Locaties en Uitvoering

De interventie wordt zo lokaal mogelijk georganiseerd en zo dicht mogelijk bij de deelnemers.
Een geschikte locatie voldoet aan de volgende voorwaarden:
– dichtbij voor de doelgroep (liefst op loop of fietsafstand)
– ruimte voor (gezellig) samenzijn, kopje koffie, uitleg van begeleider of informatiebijeenkomst
– veilige buitenruimte dichtbij voor het uitvoeren van de wandeltest
– bij voorkeur gelegen dichtbij een interessant wandelgebied, zoals park, of groene buitenomgeving.

Het kan de eigen locatie zijn van een sport- of welzijnsorganisatie, maar ook een buurthuis, verzorgingshuis of sportkantine. Van belang is vooral aan te sluiten bij de doelgroep, waardoor bv buurthuis, fysiotherapiepraktijk met praktijkruimte of verzorgingshuis passender is indien met oudere of kwetsbare doelgroepen gewerkt wordt, daar waar een (sport)kantine geschikter is wanneer de doelgroep vitaler is.

Het is wel van belang dat de afstand EN het wandelen en de sportieve omgeving als uitgangspunt wordt genomen in de keuze voor de locatie, boven bijvoorbeeld de inzet van de eigen locatie in een minder geschikte omgeving (qua afstand tot de deelnemers, of qua bebouwing / groen)

Uit onderzoek van Vries, de., Nieuwenhuijzen & Farjon (2017), blijkt dat mensen buiten gelukkiger zijn dan binnen. En als ze buiten zijn, zijn ze gelukkiger in een omgeving die overwegend natuurlijk is dan in een overwegend bebouwde omgeving.

In de meeste gevallen is het een lokale (sport)uitvoeringsorganisatie of welzijnsorganisatie die de lokale coördinatie vervult. Zij kunnen ook goed de doelgroep bereiken en doorverwijzen. Ook sportverenigingen (met een combinatiefunctionaris/buurtsportcoach) kunnen de interventie goed uitvoeren.

Ondersteuning

Wanneer de interventie op een nieuwe locatie uitgevoerd gaat worden, maken we als interventie eigenaar eerst een afspraak om uitleg over de interventie te geven. Vervolgens worden de coördinatoren en vrijwilligers geschoold. Zij ontvangen daarna de wandelbox met daarin ook de handleiding, waarin precies staat beschreven hoe de interventie uitgevoerd moet worden. Tijdens het hele proces kunnen coördinatoren advies vragen aan SportZeeland.

Materialen

Voor de uitvoering van de interventie is er een wandelbox beschikbaar. De wandelbox is alleen verkrijgbaar als de scholing is gevolgd door lokale coördinatoren. Met de wandelbox kan er een groep van 15 personen worden opgestart. De wandelbox wordt, tegen betaling verstrekt na het volgen van de scholing en bestaat uit de volgende materialen (documenten zijn digitaal beschikbaar):

  • 19 stappentellers (4 extra stappentellers voor de begeleiders);
  • 16 opbouwplannen;
  • 15 keycords;
  • 15 scorekaartjes;
  • 15 pennen;
  • USB met basisdocumenten.

Basis documenten (voorbeelden):

  • draaiboek (handleiding voor lokale organisaties (zie bijlage 1);
  • formulier ‘hoe ziet mijn week eruit’;
  • certificaten;
  • voorbeeld PR materiaal;
  • handleiding afnemen instaptest;
  • werkbladen verzamelstaat instaptest;
  • presentatie ‘Waarom bewegen moet’;
  • registratieformulieren;
  • tips wandelen in groep;
  • evaluatieformulier;

Voor de uitvoering van de wandeltest zijn nog nodig (zelf aanschaffen of regelen):

6 pionnen, stopwatch en meetlint 20 meter.

Belangrijke documenten

Printen