Terug naar overzicht

Fitness 2.0

Het aanbod van zowel fitnesscentra als andere sport- en beweegaanbieders sluit voor een aantal doelgroepen onvoldoende aan bij de wens en behoefte van potentiele sporters. Het hoofddoel van ‘Fitness 2.0’ is daarom het stimuleren van sport- en beweeggedrag bij volwassenen van 18 jaar en ouder met gezondheids- en/of beweegachterstand, door het samenstellen van een passend sport- en beweegaanbod middels een ‘lokale sportmenukaart’. Deze lokale sportmenukaart komt tot stand door middel van een lokale samenwerking van het fitnesscentrum met andere sport- en beweegaanbieders.

Een groot deel van de doelgroep bestaat uit inactieven die nog helemaal geen sportervaring hebben en graag diverse sport- en beweegactiviteiten zou willen uitproberen. Daarnaast is er een grote groep mensen die minder zelfredzaam is. Deze doelgroep wordt vaak doorverwezen naar Fitness 2.0 door de 1ste lijnszorg of via welzijnsinstellingen. Het fitnesscentrum is voor deze mensen de ideale locatie om eerst gericht aan de fitheid te werken alvorens aan de sport of-beweegactiviteit van hun voorkeur te kunnen gaan deelnemen.

Voor al deze doelgroepen zou het Fitness 2.0-concept dé oplossing kunnen zijn. Het fitnesscentrum en de lokale sportaanbieders gaan een duurzame samenwerking aan om een lokale sportmenukaart te creëren met passend sport- en beweegaanbod voor de diverse doelgroepen. Potentiele sporters blijken namelijk graag meerdere sporten en verenigingen op één lidmaatschap te willen hebben, passend bij elke beurs. Om in contact te komen met de vindplaatsen voor de kwetsbare doelgroepen bouwt de fitnessondernemer ook een netwerk met verwijzende instanties binnen welzijn en de 1ste lijnszorg waar samenwerkingsafspraken mee gemaakt worden.

Potentiele deelnemers komen middels een intake binnen bij het fitnesscentrum, doorlopen daar een introductieperiode die 3-6 maanden kan duren. Gedurende deze periode gaat men onder deskundige begeleiding deel nemen aan diverse sport- en beweegactiviteiten die door het fitnesscentrum zowel binnen als buiten de muren van het fitnesscentrum. Zodra de deelnemer er aan toe is, maakt de deelnemer een keuze uit het sport- en beweegaanbod van de lokale sportmenukaart. Dat is allemaal mogelijk binnen één sportabonnement, afgesloten bij het fitnesscentrum. Het zou kunnen dat een deelnemer besluit om te blijven fitnessen, en daarnaast tevens gaat wandelen bij de wandelclub, met ondersteuning van een beweegmonitor en persoonlijke coaching, en tevens eens per week een potje gaat voetballen bij de voetbalclub.

Het aantrekken en professioneel begeleiden van nieuwe doelgroepen is de specialiteit van het fitnesscentrum. Deelnemers langdurig in beweging blijven houden is het sterke punt van de sportvereniging!

Probleembeschrijving

In februari 2014 geeft een derde van de Nederlandse bevolking (6-79 jaar) aan minder dan 12x te hebben gesport in de afgelopen 12 maanden (Mulier Instituut: sportdeelname 2013, april 2014). Regelmatige lichamelijke activiteit bevordert de kwaliteit van leven en kent diverse gezondheidsvoordelen (US DHHS, 1996; PAGAC, 2008), en uit onderzoek uit het Verenigd Koninkrijk blijkt dat inactiviteit bijdraagt aan verschillende ziekten, zoals beroerte, diabetes Mellitus type 2 en coronaire hartziekten. Aan dergelijke ziekten werd 1,3 miljard euro uitgegeven (1,8% van de totale zorguitgaven). Deze kosten zouden dus te voorkomen zijn door meer te sporten en bewegen (Panhuis-Plasmans e.a., 2012).

Het percentage van de bevolking (6-79 jaar) dat lid is van een sportvereniging was in 2013 30%. De jeugd (6 t/m 17 jaar) is vaker lid (76% in 2013) dan de bevolking in de andere categorieën (Mulier Instituut: sportdeelname 2013, april 2014). Er is een aanzienlijke terugval te zien van het aantal leden na het 17e levensjaar. Deze leden verkiezen vrije sportenvormen als hardlopen, zwemmen, fietsen en fitness boven het lidmaatschap van de sportvereniging. Een belangrijke oorzaak is een maatschappelijk en culturele ontwikkeling waarin individualisering en functie binnen gezin, werk en sociale netwerken veranderen.

Om deze mensen aan zich te kunnen binden als men eenmaal volwassen is, zullen sportverenigingen hun sport- en beweegaanbod anders moeten gaan aanbieden (Tiessen-Raaphorst e.a., 2010). Het aanbod moet beter passen bij de veranderde wensen, behoeften en fysieke beperkingen van een volwassene . In de top 10 van meest beoefende sporten staat fitness op nummer 1 (19%) gevolgd door zwemsport (11%) , wandelsport (10%), hardlopen/joggen/trimmen (9%) en voetbal (7%); en uit de Sportersmonitor (Gfk 2013-Sportdeelname maandmeting 2013-september 2013) blijkt ook dat 51% van de Nederlanders interesse heeft om binnen de sportvereniging gebruik te maken van aanbod dat verder gaat dan alleen het aanbieden van de eigen hoofdsport. 39% van de Nederlanders (15-80 jaar) heeft interesse om (in de toekomst) fitness te beoefenen in de fitnessruimte van de sportvereniging. 32 % van deze groep mensen doet zelfs al aan fitness. Hier blijkt de behoefte om fitness met ander sportaanbod te combineren. Hoewel steeds meer sportverenigingen ‘Open Clubs’ worden, zijn velen nog onvoldoende in staat om zelfstandig zo’n kwaliteitsslag te maken en behoort een lokale samenwerking met een fitnesscentrum daarom tot een mogelijkheid. Fitness 2.0 biedt een lokale aanpak die de kracht van zowel fitnesscentra als de lokale sportvereniging combineert tot duurzaam sport- en beweegaanbod voor diverse doelgroepen.

Doelgroepen

Inactieve volwassenen (18 jaar en ouder) met gezondheids- en/of beweegachterstand, die gemotiveerd zijn (weer) te gaan starten met sporten- en/of bewegen. Deze doelgroep is uit te splitsen in;

  1. Volwassenen die vanuit het verleden sport- of beweegervaring hebben, maar nog niet genoeg fit zijn om hun voorkeursactiviteit te kunnen uitvoeren.
  2. Volwassenen die geen sport- en beweegervaring hebben, en nog niet weten welke sport- en beweegactiviteiten het best bij hen past. 
  3. Volwassenen die minder zelfredzaam zijn, vaak arm/lager opgeleid zijn en/of gezondheidsklachten (overgewicht, chronische ziekten, psychische klachten) hebben.

Intermediaire doelgroep

Zorg en welzijn
Omdat zij in nauw contact staan met de doelgroep 3 en daardoor een betere inschatting kunnen maken van de wensen en behoeften die bij deze doelgroep leven, spelen buurtorganisaties op het gebied van zorg (fysiotherapeuten, diëtisten, huisartsen, wijkverpleegkundigen) en welzijn (buurthuizen/gemeentelijke instellingen) een belangrijke rol als ‘vindplaats’ om doelgroep 3 door te verwijzen naar ‘Fitness 2.0’.

Lokale sport- en beweegaanbieders
Voor het bereiken van doelgroep 1 (mensen die in het verleden lid zijn geweest van de sportvereniging of ander sport- en beweegaanbod), kunnen sport- en beweegaanbieders een belangrijke wervende rol spelen om oud-leden weer uit te nodigen voor het vernieuwde Fitness 2.0-aanbod.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het hoofddoel van Fitness 2.0 is het structureel in beweging brengen van volwassenen van 18 jaar en ouder met gezondheids- en/of beweegachterstand, door het samenstellen van een passend sport- en beweegaanbod middels een lokale ‘sportmenukaart’.

Deze sportmenukaart komt tot stand door middel van een lokale samenwerking van het fitnesscentrum met andere sport- en beweegaanbieders.

Subdoel

De beoogde subdoelen bij de einddoelgroep zijn:

  • Deelnemers starten met bewegen in een veilige en betrouwbare omgeving; 
  • Deelnemers kunnen kiezen uit een ruim en divers aanbod aan sport- en beweegactiviteiten, niet alleen passend bij hun wensen en behoeften, maar ook passend bij elke beurs;
  • Deelnemers krijgen plezier en vertrouwen in het bewegen (onder begeleiding van een competente instructeur) zowel binnen als buiten de muren van het fitnesscentrum, en mogelijk ook bij de deelnemer thuis;
  • Deelnemers bereiken in een tijdsbestek van 3-6 maanden het fitheidsniveau waarop men kan deelnemen aan de sport- en beweegactiviteiten van hun voorkeur;
  • Deelnemers gaan duurzaam bewegen volgens de NNGB; 
  • Afhankelijk van de keuze van de doelgroep is het, in navolging van de richtlijnen vanuit de ACSM (American College of Sports Medicine), aan te bevelen om meer intensieve bewegingsvormen te kiezen. Te denken valt dan aan de Fitnorm (3 x per week minimaal 20 minuten zwaar intensief bewegen) en de Spiernorm (2-3x p.w. 10 oefeningen gericht op grote spiergroepen met 8 tot 15 herhalingen). 
  • Deelnemers worden lid van het fitnesscentrum en/of van de sportvereniging?

Rand voorwaardelijke subdoelen:

  • het fitnesscentrum realiseert een duurzame samenwerking met zowel de verwijzende partijen uit 1elijnszorg en welzijn als met lokale sport- en beweegaanbieders in de buurt waarheen doorverwezen wordt;
  • de fitnessondernemer creëert, samen met de andere sport- en beweegaanbieders, een menukaart van sport- en beweegactiviteiten, waardoor deelnemers een ruime keuzemogelijkheid hebben;
  • de fitnessondernemer biedt mede namens de deelnemende lokale sportorganisaties een op maat Fitness 2.0-abonnement aan zodat deelnemers maar op één plaats hoeven te betalen voor alle sport- en beweegactiviteiten;
  • het fitnesscentrum zorgt middels concrete procedurele afspraken en een ‘warme overdracht’ voor een goede doorstroming vanuit het fitnesscentrum naar de andere sport- en beweegaanbieders.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Bij deze planning wordt er vanuit gegaan dat de fitnessondernemer nog géén netwerk heeft. Als de ondernemer al een ver gevorderde samenwerking heeft met zowel doorverwijzers als andere sport- en beweegaanbieders zal met name stappen 2 en 3 overgeslagen kunnen worden.

Voorbereiding: (1e tot 3e maand)

  1. Beschrijving probleem analyse en inventarisatie doelgroepen (1e drie maanden)
  2. Samenwerkende partijen (doorverwijzers vanuit 1elijnszorg en welzijn, en sport- en beweegaanbieders) bijeenzoeken (1e drie maanden)
  3. Netwerkvorming, samenwerkingsafspraken formaliseren (1e drie maanden)
  4. Samenstellen menukaart, van lokaal sport- en beweegaanbod (1e drie maanden)
  5. Plan van Aanpak maken (1e drie maanden)

Uitvoering: (4e t0t 9e maand)

  1. Doelgroepen benaderen (vanaf 4e maand)
  2. Kennismaking en intake deelnemer (vanaf 4e maand)
  3. Deelnemer start met het beweegprogramma in het fitnesscentrum (vanaf 4e maand). Intensiteit en frequentie van het beweegprogramma hangt per persoon af van de fysieke staat en het persoonlijke doel.
  4. Voortgangsevaluatie met deelnemer (in de 3e en 6e maand ná de start)
  5. Doorstroom naar andere sport- en beweegaanbieders (vanaf 3e tot 6e maand ná de start)

Duurzaamheid:

  1. samenwerkingspartners komen op reguliere basis bijeen om de voortgang van de samenwerking te bespreken. 
  2. monitoring beweeggedrag op deelnemersniveau ( in 3e, 6e, 12e en 24e maand na de start).

Locaties en Uitvoering

Fitnessondernemers, als zodanig geregistreerd bij de KVK, en dus BTW plichtig. Ook fysiotherapiepraktijken zouden in principe Fitness 2.0 prima kunnen uitvoeren, mits zij daarnaast ook als fitnessonderneming geregistreerd staan.

Ondersteuning

Ten behoeve van de fitnessondernemer is het handboek ‘Starten met de interventie Fitness 2.0’ ontwikkeld. Om de interventie passend aan, en implementeerbaar voor de lokale situatie te maken, kan de ondernemer gebruik maken van de vele goede voorbeelden die beschreven staan in het handboek en de hulp van de online help desk van Fit!vak. Er zijn een drietal vragenlijsten die de fitnessondernemer dient in te vullen om hem helpen een goede probleem analyse te maken. De ondernemer wordt daarmee inzichtelijk gemaakt hoe ver hij al is om Fitness 2.o lokaal te ontwikkelen en vooral wat hij nog moet doen. De antwoorden op deze vragen geven de ondersteuner van Fit!vak inzicht in de hulpbehoefte van de ondernemer. Vervolgens gaat de ondernemer aan de slag met het implementatieplan dat hem inzicht zal geven in: smart-doelen, matrix doelen per doelgroep, sterkte en zwakten, zijn kansen en bedreigingen, belangen / invloeden van de samenwerkingspartners en doelgroepen, plan van aanpak, formuleren van een kernboodschap, de te nemen acties, de te investeren tijd en kosten, monitorings- en evaluatiemodel, keuze van communicatiemiddelen en de wijze van borging.

Er zijn speciale opleidingen voor het werken met speciale doelgroepen (overgewicht, obesitas, diabetes en niet aangeboren hersenletsel). Er worden geregeld landelijk Kennisdagen georganiseerd door Fit!vak waarin de ondernemers hun ervaringen met elkaar delen. Daarnaast worden in Fit! Magazine (2 maandelijkse uitgave van Fit!vak) artikelen gewijd aan ondernemers die met Fitness 2.0 aan de slag zijn gegaan.

Materialen

Er is een videopresentatie van Fitness 2.0 (op Youtube) die door de fitnessondernemer als wervend middel ingezet kan worden om samenwerkingspartners de enthousiastmeren. 

En er is een handboek ‘Starten met Fitness ‘ ontwikkeld met daarin o.a.;

  • Inspirerende voorbeelden van fitnessondernemers met een uitgebreide beschrijving, inclusief succes- en faalfactoren.
  • Drie vragenlijsten i.v.m. het beschrijven, en in kaart brengen van de probleemanalyse.
  • Het format van het implementatieplan.
Printen Uitgebreide beschrijving (pdf)