Terug naar overzicht

Gewichtige Gezinnen Jongeren

De interventie beslaat twaalf groepsbijeenkomsten (m.b.t. gedrag en voeding) van elk 1,5 uur, 42 bewegingsbijeenkomsten, drie ouderbijeenkomsten, drie kookworkshops, vijf huisbezoeken en telefonisch of online contact met het gezin.

De volgende thema’s komen aan bod: basiskennis over (het belang van) voeding en bewegen, basisvaardigheden over (het belang van) voeding en bewegen, relatie tussen gevoelens, gedachten en gedrag, en vaardigheden.

Ook wordt er nauw samengewerkt met lokale partners, als jeugdgezondheidsprofessionals, beweeg- en voedingsdeskundigen en beweegaanbieders. Door deze verbinding en integrale aanpak wordt duurzame gedragsverandering bij de deelnemers mogelijk. De veronderstelling is dat de combinatie van bewegen, voeding en opvoeding elkaars werkzaamheid zullen versterken.

Probleembeschrijving

Overgewicht is een snel groeiend probleem onder Nederlandse jongeren. In 2012 had 15% procent van de jeugdigen in Nederland tussen 2 en 25 jaar overgewicht. Bij 3% procent was er sprake van ernstig overgewicht. Naarmate het inkomen in het huishouden lager is, neemt het aandeel met overgewicht toe. Ernstig overgewicht komt onder kinderen en jongeren in de laagste inkomensklasse drie keer zo vaak voor als onder leeftijdsgenoten in de hoogste inkomensklasse.

Veelal is het overgewicht/ obesitas bij jongeren een gezinsprobleem (> 50%) en is de oorzaak te vinden in psychische factoren, sociale achterstand en/ of culturele achtergrond (59% heeft niet westers allochtone ouders en 21% heeft westers allochtone ouders) (Visscher, Van Bakel en Zantinge, 2013).

Kinderen met overgewicht vertonen een toename van glucose-intolerantie en ontwikkelen in toenemende mate diabetes. Diabetes is op jonge leeftijd een ernstige ziekte. Er kunnen op relatief jonge leeftijd complicaties voorkomen, bijvoorbeeld hart- en vaatziekten en oog, -nier- en zenuwaandoeningen. Op lange duur kan een persoon last krijgen van pijnlijke gewrichten of apnoe (tijdelijk stoppen met ademhalen, meestal tijdens de slaap).

Ook kan overgewicht gevolgen hebben voor de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen. Ze kunnen gepest en gestigmatiseerd worden. De maatschappij heeft de tendens dikke mensen te discrimineren. Overgewicht wordt snel als minder verzorgd en verwijtbaar gezien. Obese mensen worden veelal lager gewaardeerd en daardoor onderschat. Dit gebeurt zowel door de persoon zelf (zijn eigen attributies), door de omgeving, maar ook door professionals. Obese pubers ervaren hiervan in de regel heel veel hinder. Bijvoorbeeld omdat gezegd wordt, dat ze stinken of er vies uitzien. Dit vergroot de kans op een lage zelfwaardering. Ook kampen ze vaker met depressieve gevoelens of acting out gedrag. Ook sociale acceptatie wordt bemoeilijkt door het dik zijn: de jongeren kunnen niet gemakkelijk aan alle activiteiten deelnemen, zeker niet die met veel fysieke inspanning of snelheid gepaard gaan. Buitengesloten worden, geen aansluiting ervaren en gepest worden wordt vaak door deze jongeren gerapporteerd als probleem.

Door het minder bewegen ontstaat minder rijping van de motoriek. Ook vindt er minder exploratie plaats, waardoor minder contacten met leeftijdsgenoten ontstaan. Er zijn dus minder ontwikkelingskansen. Lopend onderzoek in Duitsland toont bijvoorbeeld aan dat dikke kinderen motorisch ernstig zijn vertraagd en maatschappelijk minder goed geïntegreerd zijn, en bijvoorbeeld minder gemakkelijk stageadressen vinden.

Overgewicht in de kindertijd leidt vaak tot overgewicht in de volwassenheid, omdat jonge kinderen snel wennen aan een ongezonde leefstijl.

Doelgroepen

Jongeren van 12-18 jaar met overgewicht (bmi hoger dan 25).

Intermediaire doelgroep

De ouders behoren wel tot de intermediaire doelgroep. Zij kunnen binnen het gezin het gezond eten en meer bewegen bevorderen. Zij kunnen ook door hun gedrag het goede voorbeeld laten zien.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het hoofddoel van Gewichtige Gezinnen jongeren is dat meer kinderen tussen de 12 – 18 jaar een gezond gewicht hebben (beoordeeld middels de BMI-score), ter voorkoming van de gevolgen van overgewicht voor de gezondheid.

Subdoel

Subdoelen van de interventie voor de jongeren zijn:

  • De jongeren hebben een adequaat zelfmanagement, dat wil zeggen dat zij hun eigen emoties en gedachten kunnen herkennen en reguleren.
  • De jongeren beschikken over de volgende copings- en communicatieve vaardigheden: interne versus externe prikkels beheersen, assertief zijn en omgaan met (groeps-)druk van leeftijdsgenoten en/ of familie (peer-pressure).
  • Jongeren zijn in staat om tijdig hulp te vragen, doordat zij minimaal twee steunpersonen hebben geïdentificeerd in hun omgeving.
  • De jongeren weten hoe een gezonde leefstijl eruit ziet en hebben vaardigheden ontwikkeld om dit in hun eigen leven te realiseren (blijkend uit een persoonlijk gewichtig (leefstijl)plan).
  • De jongeren hebben ervaren dat bewegen (samen met hun steunmaatje) plezierig is.

Subdoelen van de interventie voor het steunmaatje zijn:

  • De steunmaatjes hebben ervaren dat bewegen (samen met de jongere met overgewicht) plezierig is.
  • De steunmaatjes beschikken over de communicatieve vaardigheden om de jongere met overgewicht te motiveren tot gezond gedrag.
  • De steunmaatjes beschikken over de rust en het doorzettingsvermogen om de jongere met overgewicht op diens moeilijke momenten op een adequate en effectieve manier te helpen het gezonde gedrag vol te houden.

Subdoelen van de interventie voor de ouders zijn:

  • De ouders zijn in staat tot het noemen van minimaal drie ernstige gevolgen van overgewicht op hun kind.
  • De ouders zijn in staat tot het herkennen van minimaal drie signalen van hun kind dat hij/zij emotioneel niet lekker in hun vel zit.
  • De ouders zijn in staat op een ondersteunende manier met hun kind in gesprek te gaan over diens overgewicht en leefstijl en hebben motiverende gespreks- en opvoedingsvaardigheden ontwikkeld.
  • De ouders weten hoe een gezonde gezinsleefstijl eruit ziet en beschikken over vaardigheden om dit in hun eigen leven te realiseren.
  • Ouders zijn in staat om tijdig hulp te vragen, doordat zij minimaal twee steunpersonen hebben geïdentificeerd in hun omgeving.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Elke groepsbijeenkomst duurt 2,5 uur, bewegen 1 uur, kookworkshop 4 uur

Jongeren doen één jaar samen met een steunmaatje (uit dezelfde leeftijdsgroep) en hun ouders mee. De interventie bestaat voor de jongeren en steunmaatjes uit twaalf groepsbijeenkomsten (themabijeenkomsten) (m.b.t. gedrag en voeding) en drie terugkombijeenkomsten van elk één uur. Na afloop van de groepsbijeenkomsten sporten de jongeren ook een uur met elkaar. Dit sporten gaat ook door als de themabijeenkomsten niet gepland zijn. Voor de ouders worden er twee ouderbijeenkomsten georganiseerd. Verder worden er gedurende het jaar kookworkshops gehouden, waarbij de jongeren met hun steunmaatjes het eten bereiden en de ouders zijn uitgenodigd om mee te eten. Er vinden in totaal ook minstens 3 individuele gesprekken plaats, waarin de jongere, zijn/ haar steunmaatje en gezin zoveel mogelijk betrokken worden. Tussentijds is ook telefonisch of online contact met het gezin. Voorafgaand en na afloop van de interventie vindt een individueel gesprek plaats. Follow up door de verwijzer wordt gestimuleerd. Voor meer informatie over de inhoud van de interventie: zie het draaiboek.

Intermediairs spelen een belangrijke functie in het wervingsproces. Contactpersonen en tussenpersonen zijn bijvoorbeeld jeugdverpleegkundigen, schoolverpleegkundigen, wijkverpleegkundigen, (school)diëtisten, huisartsen, medewerkers van Centrum Jeugd en Gezin of andere partijen die werkzaam zijn met jongeren. Dit kunnen ook professionals zijn die niet in de zorg of in het welzijnswerk actief zijn, zoals leerkrachten en sporttrainers. Via een persoonlijke voorlichting over de interventie en/of een mailing met folder worden de potentiele verwijzer geattendeerd op deze interventie en hoe zij jongeren kunnen motiveren om zich op te geven. Wanneer jongeren via een verwijzer zijn aangemeld, wordt deze verwijzer (mits de jongere ermee akkoord is) op de hoogte gehouden. De verwijzer krijgt een bericht dat de jongere aan de interventie meedoet of ondanks de inspanningen van de cursusleider om de jongere erbij te houden, niet meer komt op de bijeenkomsten. In het geval van het laatste wordt de verwijzer gevraagd of die de jongere nog kan motiveren of anders met de jongere bespreekt welke andere hulp geboden kan worden. Na afloop van de interventie krijgt de verwijzer bericht dat de jongere de cursus heeft doorlopen en de cursus is afgelopen.

Locaties en Uitvoering

Organisaties in de zorg of welzijn die de jongeren tot hun hoofddoelgroep hebben. Samenwerking kan gezocht worden met beweegaanbieders en voedingsdeskundigen.

Voor de groepsbijeenkomsten is een locatie nodig met een grote vergaderzaal waar alle deelnemers (jongeren met overgewicht en hun steunmaatjes en op een aantal bijeenkomsten met hun ouders) plus de begeleider(s) plaats aan kunnen nemen. Denk hierbij aan een tafel waar circa 20 – 26 personen aan plaats kunnen nemen.

Voor de beweegactiviteit is een sportzaal nodig of een fitnessruimte. Een buitenruimte (sportveld of park) is prettig als het weer het toelaat om buiten te bewegen.

Voor de kookworkshops is een goed geoutilleerde keuken nodig waarbij voldoende gaspitten en aanrechten/tafels aanwezig zijn om alle deelnemers actief te laten meedoen met de workshop.

Ondersteuning

Het steunmaatje kan zorgen voor een blijvend effect als de cursus is afgelopen. Na de cursus kan het steunmaatje de jongere met overgewicht blijven ondersteunen. Gebruik hiervoor de sociale media: whatsapp of facebook.

De beweegaanbieder is bij voorkeur iemand uit de omgeving waar de jongere woont. Dicht in je buurt gebruik maken van een beweegactiviteit bevordert de deelname eraan. Tijdens de cursus bespreekt de beweegaanbieder welke beweegactiviteit de jongere aanspreekt en motiveert de jongere zich aan te sluiten (op te geven) bij die activiteit.

De voedingsdeskundige stimuleert tijdens de bijeenkomsten en de kookworkshops dat de jongeren gezonder gaan eten, kennismaken met groenten die zij niet kennen en leren hoe zij lekkere en gezonde maaltijden, tussendoortjes en snacks kunnen bereiden.

Materialen

Voor de werving zijn er posters, flyers en contactpersonen nodig. Er zijn voor de intake, individuele gesprekken en outtake meetinstrumenten nodig. Hieronder vallen vragenlijsten van de NVE, WHO, een voedings-/beweegdagboekje, evaluatieformulieren en een Bio-impedantie weegschaal. Deze materialen behalve de weegschaal en de NVE worden beschikbaar gesteld door de interventie-eigenaar. De NVE dient te worden besteld bij de uitgeverij Hogrefe.

Elke deelnemer, steunmaatje en ouder krijgen een cursusmapje met de informatie die gegeven is in de groepsbijeenkomsten. Hiervoor is dus ook een printer en computer nodig, snelhechtmapjes en pennen. In de groepsbijeenkomsten wordt er naar behoefte gebruik gemaakt van een flip-over, postits en emotiekaartjes. De emotiekaartjes (ook te verkrijgen bij de interventie-eigenaar) bestaan uit 4 kaarten met een smiley met de volgende gezichtsuitdrukkingen en tekst: Boos, Blij, Bedroefd en Bang.

Belangrijke documenten

Printen