Terug naar overzicht

In 3 stappen structureel aan de watersport

Watersporten kan recreatief, competitief, voor conditie, adrenaline of ontspanning. Het geeft een gevoel van vrijheid en gezellige contacten binnen een respectvolle sportcultuur. De vele manieren en mogelijkheden verschillen sterk van andere sporten en kunnen juist diegene in beweging brengen en houden die zijn of haar beweegmotivatie niet (meer) vind in ander sportaanbod. Zelfstandig watersporten kan onafhankelijk van openings- of lestijden en bij beoefening naast andere sport(en) worden beweegnormen sneller, het jaar rond behaald. 

De jonge watersporter heeft plezier, beweegt en leert samenwerken, vooruitkijken en plannen. Tijdens een watersport cursus word oog en zorg voor veiligheid, natuur en materiaal ontwikkeld. Jeugd wil vooral samen sporten en zoekt hierbij diversiteit, avontuur, spanning, en uitdaging. Watersport, -spel en –plezier, sluit hier perfect op aan.

Ondanks dat Nederland een grote capaciteit heeft voor watersport, zijn zeilen, kajakken, kanoën, wind- kite- of golfsurfen, stand up paddle, roeien en onderwatersport niet gangbaar. Nieuwe aanwas is meestal afkomstig uit het netwerk van watersporters. Onbekendheid bij ouders draagt niet bij.

Deze watersport cursus / interventie is een jaarlijks terugkerend, gefaseerd programma naar structurele deelname, waarmee plezier en beleving het wint van drempels en onbekendheid bij potentiele watersporters.

Fase 1, eerste beleving (met een of meerdere van de onderstaande activiteiten).

Interesse voor watersportaanbod wordt gewekt. Dit kan zijn met een beleefparcours in de gymzaal, watersportzwemles in het zwembad (tijdens de B zwemles) en / of een schoolwatersportdag.

Fase 2, ongebonden ervaren.

Enthousiaste deelnemers kunnen met een Watersport Experience Kaart (WEX Card) bij de aanbieder(s) ongebonden starten met (een combinatie van) lokaal aangeboden watersporten en wateractiviteiten.

Fase 3, bewust kiezen en structureel gaan watersporten.
Tijdens een open watersportevenement ervaart het hele gezin alle fase 1 en 2 activiteiten. Heel het netwerk van deelnemers is welkom. Naast leuk is de dag informatief en er kan ingeschreven worden. Twee gesprekken zorgen dat eventuele uitstroomredenen bij nieuwe watersporters vroegtijdig door de sportaanbieder kunnen worden ondervangen.

Lokale samenwerking.
Lokale sportaanbieder(s), scholen, instellingen en gemeenten gaan jaarlijks een periode actief samenwerken. De gezamenlijk georganiseerde wervingsactiviteiten hebben als doel 6 tot 14 jarige en hun ouders, blijvend en structureel aan het sporten en bewegen te brengen, door ze in drie stappen aan een passende watersport en –aanbieder te binden.

Structurele aanbod aansluiten op de doelgroep behoefte.
Aanbieder(s) gaan, hun structurele aanbod aanpassen aan de doelgroep behoefte. Les en lidmaatschapsaanbod word uitgebreid met meerdere watersporttakken en avontuurlijke (moderne) nevenactiviteiten. Beweging, plezier en sport op, in en aan het water als (jeugd)lidmaatschap.

Probleembeschrijving

Beweegparticipatie en zittende vrijetijdsbesteding.
Volgens het Centraal Bureau Statistiek voldeed in 2012 slechts de helft van de 12- tot 16-jarigen aan de ‘Nederlandse Norm Gezond Bewegen’ voor jongeren. In 2011 voldeed 34% van de 4- tot 17-jarigen aan de fitnorm en 45% aan de combinorm. Gemiddeld besteden kinderen op weekdagen (na alle uren zitten tijdens schooltijd) buiten schooltijd zo’n twee uur per dag aan zittende en liggende activiteiten. Adolescenten (12-17 jaar) scoren ongunstiger. Zij liggen/zitten gemiddeld 3,5 uur per dag na schooltijd. Dit terwijl het advies minder dan 2 uur is.

Bron:
Nationaal Kompas Volksgezondheid. Hoeveel mensen zijn voldoende lichamelijk actief? 2011 / 2012. Binnengehaald 6 september 2014, van
http://www.nationaalkompas.nl/gezondheidsdeterminanten/leefstijl/lichamelijke-activiteit/hoeveel-mensen-zijn-voldoende-lichamelijk-actief/. 

Weinig bewegen en veel zitten wordt jong aangeleerd.
Een onderzoek naar het sport- en beweeggedrag van kinderen in Zwolle en Emmen toont aan dat een op de drie kinderen uit groep 7 en 8 het liefst gaan computeren of tv kijken na schooltijd. 43% van de 4 tot 11-jarigen zit meer dan twee uur per dag achter een beeldscherm. Door 58% van deze jonge kinderen word de beweegnorm niet gehaald. Ouders geven vaak niet het goede voorbeeld.

Bron:
Nicis Institute. 2007. Wat beweegt kinderen? Binnengehaald 6 september 2014, van file:///C:/Users/Maarten/Downloads/18819~1%20(2).pdf.

Intrinsieke beweegmotivatie
Tijdens de NOC*NSF proeftuin Lisso bleek dat kinderen de gangbare (andere) sporten vinden maar dat deze niet altijd, blijvend of echt voldoende aansluit bij hun intrinsieke beweegmotivatie. Dit wordt zichtbaar in de ‘skihelling’ in de NOC*NSF sportersmonitor waarin een sterke daling van beweegparticipatie zichtbaar is vanaf 12 jaar. De monitor toont ook aan dat 5 tot 11 jarigen vooral afhaken (44%), omdat zij de sport(en) niet meer leuk genoeg vinden of concurrerende vrije tijdsbesteding verkiezen boven sport. Dit percentage heeft geen sport gevonden die voldoende past bij de persoonlijke intrinsieke sociale en sportieve beweegmotivatie. De keuze voor slechts een (gangbare) sport biedt, daarnaast niet altijd voldoende beweging om het hele jaar rond aan de beweegnormen te voldoen. Minder gangbare sporten zouden voor de genoemde groep beter kunnen passen maar daar wordt niet aan gedacht waardoor deze op tijd ontdekt en /of beleeft worden.

Het aanbod kan effectiever
In de proeftuin bleek ook dat het traditionele aanbod van watersportverengingen met maar een watersportdiscipline of alleen lesprogramma’s niet voldoende (meer) aansluit op de behoefte van de doelgroep. Het biedt onvoldoende binding en (potentiele) jeugdleden zoeken in sport meer diversiteit, variatie, uitdaging en avontuur. Dit zorgt voor uitstroom en maakt nieuwe aanwas lastig.

Bron:
NOC*NSF. 2012. Sportersmonitor. Binnengehaald 6 september 2014, van http://www.nocnsf.nl/sportersmonitor.

Doelgroepen

Alle kinderen tussen 6 en 14 jaar. Specifieker:

  • Diegene die een of meerdere lokaal aangeboden watersport(en) nog niet ontdekt en beleeft hebben.
  • Diegene die niet voldoen aan de beweegnorm, of niet het gehele jaar voldoen aan de beweegnorm (wanneer zij bijvoorbeeld aan een seizoensgebonden sport doen). 
  • Diegene die zijn of haar bestaande sportkeuze niet intrinsiek gemaakt heeft, en de sport niet leuk genoeg meer vindt.

Intermediaire doelgroep

Het is belangrijk dat de intermediaire doelgroepen een betrokken, activerende, enthousiasmerende, stimulerende en faciliterende rol vervullen. 

Ouders
Stimuleren dat hun kind nieuwe sporten gaat ontdekken. Een betrokkenheid en faciliterende houding van hun is belangrijk. Ouders zijn zowel doelgroep als intermediaire doelgroep. Zij geven dus ook het goede voorbeeld, door zelf aanwezig te zijn of deel te nemen aan de activiteiten. Het goed informeren van de ouders is een kritische succesfactor. 

Docenten
Willen, door ook watersport in de gymles te brengen een zo’n breed mogelijk sportaanbod onder de aandacht brengen van hun leerlingen. Zij kennen hun leerlingen en kunnen hierdoor diegene die te weinig bewegen extra aanmoedigen aan de activiteiten deel te nemen.

Het begeleidersteam
Voor de begeleiding van de fase 1, 2 en 3 activiteiten wordt door het projectteam een regionaal begeleidersteam gevormd. Dit team begeleid de deelnemers bij de verschillende activiteiten van fase 1, 2 en 3. Verenigingsvrijwilligers, -leden en –instructeur(s) zijn de eerst aangewezene voor dit team. Combinatiefunctionarissen van de gemeente kunnen worden opgeleid om ook binnen dit team actief te zijn.
Waar nodig wordt er (extern) versterking gezocht bij studenten van sportopleidingen en enthousiaste sporters.

Combinatie functionarissen
Spelen een rol bij de werving van scholen, deelnemers en doorstroom naar opvolgende activiteiten. Zij kennen, vaak, net als docenten de deelnemers en kunnen deelnemers die niet structureel sporten extra motiveren deel te nemen aan het aanbod.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Meer kinderen tussen 6 en 14 jaar bewegen structureel (gedurende het seizoen april tot en met oktober een of meerdere keren per week) op, in en aan het water.

Subdoel

Subdoelen kinderen

  • Kinderen kennen het lokale watersportaanbod, en de aanbieders hiervan. 
  • Kinderen hebben / ervaren minder drempels om te gaan watersporten.
  • Kinderen op participerende basisscholen (in het interventiegebied) krijgen in groep 7 / 8 een watersportgymles.
  • Kinderen op participerende VO scholen (in het interventiegebied) krijgen in de brugklas een watersportgymles.
  • Kinderen op B zwemles bij participerende zwemscholen (in het interventiegebied) krijgen minimaal een watersportzwemles.

Subdoelen ouders

  • Ouders hebben beweegmotivaties voor watersport. 
  • Ouders ondersteunen en stimuleren hun kinderen om te gaan watersporten.

Subdoelen intermediairs / randvoorwaarden

  • Lokale watersportaanbieders en hun aanbod zijn zichtbaarder en bekender.
  • Scholen in het interventiegebied hebben jaarlijks een of meerdere watersportgymlessen in hun gymprogramma.
  • Alle zwemscholen in het interventiegebied organiseren jaarlijks 1 watersportzwemles voor alle B zwemmers.

Bijvangst rondom bestaande watersporters.

  • Minder uitstroom van bestaande (jeugd)leden doordat het aanbod beter aansluit op de behoefte.
  • Betrokken (oudere) jeugdleden doordat ze als (introductie) begeleider worden ingezet.
  • Koppeling met sportopleidingen zorgen voor meer interesse in werken in de watersport.
  • Introductiebegeleiders van het programma worden gemotiveerd om instructeur te worden.
  • Aanbieder, school, instelling, gemeente gaan jaarlijks een periode doelgericht samenwerken.
  • Ouders en familieleden gaan ook (mee) watersporten.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

De onderstaande voorbeeldaanpak, frequentie en intensiteit is indicatief. De mogelijkheden en invulling van het programma zijn afhankelijk van de lokale situatie, aantallen deelnemers, verenigingen, aangeboden sporten en lokale mogelijkheden. De beoogde startmaand is november, dit zorgt ervoor dat de deelnemersactiviteiten in april kunnen starten. Zie inhoud voor een samenvatting van de concrete activiteiten. 

Voorbereiding
Eerste maand

  • Voorbereiding van de bijeenkomsten met partners en interventie eigenaar (16 uur)
  • Netwerkbijeenkomsten (interventie eigenaar aanwezig) (2 x 2 uur)
  • Vaststellen en invullen projectteam (projectleider, logistiek en dag coördinatoren) (8 uur)
  • Interventie eigenaar informeert het projectteam (kennisoverdracht) (4 uur)
  • Individuele gesprekken per partner(s) (1,5 uur)
  • Gesprekken met sportopleiding(en) per opleiding (1,5 uur)
  • Sportaanbieders doen onderzoek naar de behoefte van de doelgroep (zie inhoud) (4 uur)
  • Werven van intermediaire doelgroep (zwemscholen, basisscholen en voortgezet onderwijs) waarmee de deelnemers bereikt worden. Zie wervingsstrategie*

Tweede maand

  • Agenderen (16 uur),
  • Afstemming agendering per partner(s) per partner (1 uur)
  • Gesprekken per sportopleiding (2 x 1,5 uur)
  • Netwerkbijeenkomst incl. voorbereiding (1 x 4uur)
  • Maken van een informatie website (32 uur)
  • Sportaanbieders vergelijken behoefte van de doelgroep met hun aanbod (zie inhoud) (4 uur)

Derde maand

  • Werving van leden voor begeleidersteam (24 uur)
  • Aanschaf, opslag, beschrijven en in gebruik name van materialen (24 uur)
  • Opleiden van het begeleidersteam door interventie eigenaar en projectteam (4 uur)
  • Sportaanbieders passen hun aanbod aan (zie inhoud) (24 uur)

Vierde en vijfde maand

  • Opzetten standaard communicatie brieven (16 uur)
  • Maken enquête, evaluatie en registratieformulieren (8 uur)
  • Maken promotievideo regionale watersportaanbieders (24 uur)
  • Communicatie met en verzenden van informatiepakketten voor (intermediaire) doelgroep (16 uur)
  • Persberichten versturen, en communicaties met media (24 uur)
  • Sportaanbieders communiceren hun (vernieuwde) aanbod (zie inhoud) (16 / 32 uur)

*Werving strategie
Deelnemers worden bereikt via participerende (zwem) scholen. Uit de praktijk blijkt dat zij bij directe benadering in de eerste instantie vaak terughoudend zijn. Om over deze barrière heen te komen is de volgende aanpak het beste gebleken.

Is er in betreffende gemeente een combinatiefunctionaris en/of buurtsportcoach regeling actief? Wanneer dit zo is dan hebben zij waarschijnlijk al contact met scholen, zij kunnen dan het eerste contact leggen.

Is er een overkoepelende organisatie welke diverse scholen vertegenwoordigd? Dan is het beter om daar eerst contact mee op te nemen.

Zijn er bij participerende sportaanbieders leden (bijvoorbeeld ouders) die goede contacten hebben met de zwem- of gymdocent of leden van het schoolbestuur? Dan kunnen zij het eerste contact leggen.

Wanneer de potentiele intermediaire doelgroep een juist beeld heeft gekregen van de betreffende activiteiten dan blijkt het uit ervaring niet meer moeilijk ze “aan boord” te krijgen. Voor snelle en juiste beeldvorming zijn er op youtube filmpjes van de activiteiten. Deze laten in 3 minuten zien wat de scholen ‘in huis halen’ (watersportgym of –zwemles) of waar ze met hun klassen aan deel kunnen gaan nemen (schoolwatersportdag). Daarnaast zorgt een ‘fact sheet’ (1 A4) voor antwoord op de vragen die de intermediaire doelgroep heeft; Waarom zouden we mee doen? Wat kost het? Wat moeten wij doen?
Een PowerPoint presentatie kan bij interesse nog meer duidelijkheid scheppen.

Locaties en Uitvoering

De interventie kan worden uitgevoerd in een alliantie tussen: 

Watersportaanbieders:

  • watersportscholen
  • zwemscholen
  • watersportclubs
  • watersportverenigingen
  • watersportbedrijven
  • scouting 
  • zeeverkenners
  • duikscholen 
  • duikverenigingen

Gemeente:

  • sportbureau, 
  • buurtsportcoach, 
  • combinatiefunctionarissen

Scholen:

  • basisonderwijs 
  • voortgezet onderwijs (brugklassen)
  • zwemscholen

Ondersteund door:

  • de interventie – eigenaar
  • het watersportverbond

Ondersteuning

De interventie zal binnen de lokale mogelijkheden en situatie geïmplementeerd moeten worden. Hierbij is begeleiding van de interventie eigenaar noodzakelijk. Hij kan zorgen dat aanpak, kennis en ervaring binnen de lokale kaders en de kaders van de interventie overgedragen worden.

Voor kwaliteitsbewaking en de overdracht moet minimaal 5 x 5 uur begeleiding bij de interventie eigenaar afgenomen worden (naast de begeleiding die bij de aanvraag heeft plaatsgevonden). Daarnaast worden ervaren uitvoerders (van de interventie – eigenaar) of andere lopende interventie uitvoerders ingezet om, tijdens activiteiten boventallige nieuwe uitvoerders op te leiden.

Naast de begeleiding moeten er bij de interventie-eigenaar de eerste week materialen en begeleiders ingehuurd worden.

Materialen

(Voorbeeld) materialen voor uitvoer, opleiding, en evaluatie
Documentaties, standaardbrieven, flyers, enquêtes en expertises van de interventie eigenaar kunnen als voorbeeld dienen. Ervaren dag-coördinatoren van de interventie eigenaar kunnen het lokale projectteam tijdens de eerste activiteiten ondersteunen en opleiden. 

Presentaties, factsheets, video’s en foto’s
Zijn beschikbaar om potentiele samenwerkingspartners en intermediaire doelgroepen snel een beeld geven van het programma en de bijhorende activiteiten.

Handboek
Er is een handboek van de interventie beschikbaar.

Handboek schoolsport WSV
Het handboek schoolsport van het Watersportverbond is er voor de organisatie van de fase 1 school-watersportdag.

Indoor introductie materialen
Worden de eerste weken bij de interventie gehuurd (inclusief begeleiders). Hierdoor kan er beter gekeken worden wat er lokaal, aan materiaal nodig is. Daarnaast kan, in de beginfase de lokale focus liggen op de versterking van het netwerk.

Een opsomming van indoor watersportgymles materialen welke te huur zijn bij de interventie eigenaar:

Ondersteunend materiaal:

  • Aansluitkaarten
  • Speluitleg kaarten
  • Inventariskaarten

Voor indoor kajakken / kanoën:

  • kano-ergometers
  • kajak-karretjes en droogpeddels
  • polo bal en doelen
  • pionnen

Voor indoor (wind)surfen

  • kinderboard + tuig en draaischijf
  • balans boards

Voor indoor zeilen

  • optimist (kinderzeilboot)
  • draaischijf
  • voetbanden en trapeze hang bank

Voor de watersportquiz

  • Quizknoppen en PowerPointpresentatie quiz.

Algemeen
Voor het koppelen van kano en/of roeiergometers aan wedstrijdbaanprojectie, voor de presentatie van een demo film van de watersportaanbieder(s) en voor de watersportquiz is er ook nodig:

  • beamer (sterk qua lichtopbrengst)
  • laptop en geluidsinstallatie
Printen Uitgebreide beschrijving (pdf)