Terug naar overzicht

Lekker in je Lijf

Lekker in je Lijf is een beweegprogramma waarin deelnemers onder begeleiding van een fysiotherapeut gedurende achttien weken in een groep bewegen. Aanvullend geeft een diëtist voorlichting over gezonde voeding en wordt aandacht besteed aan gedragsverandering en de doorstroom naar regulier sport- en beweegaanbod.

In de eerste negen weken bewegen de deelnemers twee keer per week bij de fysiotherapiepraktijk, bijvoorbeeld in een fitnesszaal. In de tweede helft van het programma doen ze dit nog één keer per week. Tijdens de andere les maken ze kennis met reguliere sport- en beweegactiviteiten. De kennismakingslessen worden afgestemd op de behoeften van de deelnemers. Een buurtsportcoach kan worden ingezet om voor een warme overdracht naar regulier aanbod te zorgen.

Het programma is bedoeld voor mensen met overgewicht en een laag inkomen. De kosten voor het programma worden volledig vergoed vanuit de Gemeentepolis bij zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid.

Probleembeschrijving

Het probleem dat centraal staat is de gezondheidsachterstand van mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) ten opzichte van mensen met een hoge SES. De algemene indicatoren van SES zijn inkomen en opleidingsniveau. De interventie richt zich op mensen met een laag inkomen en overgewicht, met als uiteindelijk doel hun gezondheidsachterstand te verkleinen.

Aard

Mensen met een lage SES leven gemiddeld zeven jaar korter en negentien jaar minder in goed ervaren gezondheid, ten opzichte van mensen met een hoge SES (RIVM, 2018). Ze hebben vaker één of meer chronische aandoeningen en vaker langdurige beperkingen (Knoops en Van den Brakel, 2010). Door de problemen op verschillende gebieden, is het lastig om een gezonde leefstijl na te streven (ZonMw, 2016). Zo vormen gezondheidsproblemen mogelijk een drempel voor lichamelijke activiteit, waardoor ze te weinig bewegen (Hoogendoorn en De Hollander, 2016). Ook overgewicht vormt een van de risicofactoren die bijdraagt aan grotere gezondheidsverschillen (RIVM, 2017).

Ernst

Overgewicht komt vaker voor in huishoudens met lagere inkomens en onder laagopgeleiden. Zo heeft 66% van de laagopgeleiden overgewicht en 22,9% obesitas, terwijl de percentages onder hoogopgeleiden veel lager liggen: respectievelijk 41% en 8,6% (CBS, 2013) (CBS i.s.m. RIVM, 2017). Ook het beweeggedrag is gerelateerd aan het opleidingsniveau: het percentage hoogopgeleiden dat voldoende beweegt is ruim anderhalf keer zo hoog als het percentage laagopgeleiden; 55% ten opzichte van 35% (CBS i.s.m. RIVM, 2017).

Spreiding

In wijken met veel inwoners met een lage SES komen vaker gezondheidsachterstanden voor (Savelkoul, Schuit en Storm, 2010). Met name (laagopgeleide) migranten en ouderen hebben veel gezondheidsachterstanden. Zo is de ziektelast bij niet-westerse allochtonen 22% hoger dan bij autochtonen (Pharos, 2017) (Pharos, 2018).

De kans op overgewicht is groter in buurten met weinig faciliteiten, openbaar vervoer en betaalbare, gezonde voeding. Overgewicht komt tevens vaker voor in buurten met meer inkomensongelijkheid. Vaak is er in deze buurten een minder sterke sociale samenhang (Mackenbach, 2016).

Doelgroepen

Het beweegprogramma Lekker in je Lijf richt zich op volwassenen vanaf achttien jaar met overgewicht en een laag inkomen.

Intermediaire doelgroep

Nee

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Deelnemers gaan tijdens en na afloop van Lekker in je Lijf structureel meer bewegen en verbeteren hun gezondheid.

Subdoel

1. Beweging
1.1 Deelnemers hebben na afloop van het programma meer kennis over de voordelen van bewegen en weten dat beweging een gunstig effect heeft op hun emotionele en lichamelijke gezondheid.
1.2 Driekwart van de deelnemers heeft tijdens en na afloop van het programma positieve ervaringen met beweging.
1.3 De helft van de deelnemers voldoet na afloop van het programma aan de beweegrichtlijnen, gemeten aan de hand van de SQUASH-vragenlijst.
1.4 Deelnemers zijn bekend met minstens vijf reguliere sport- en beweegactiviteiten in de buurt.
1.5 Driekwart van de deelnemers ziet het belang van structurele beweging in.
1.6 Driekwart van de deelnemers heeft een positieve ervaring met deelname aan reguliere sport- en beweegactiviteiten in de buurt.
1.7 De helft van de deelnemers is gemotiveerd om na afloop van het programma (georganiseerd en/of ongeorganiseerd) te blijven bewegen.
1.8 De deelnemers voelen zich als groep met elkaar verbonden en ervaren sociale steun.

2. Gezondheid
2.1. Driekwart van de deelnemers ervaart een betere lichamelijke gezondheid na afloop van het programma, gemeten met de Rand-36 vragenlijst.
2.2. Van de deelnemers die zich voorafgaand aan het programma beperkt voelen in de uitvoering van dagelijkse bezigheden, voelt de helft zich na afloop van het programma minder beperkt, gemeten met de Rand-36 vragenlijst.
2.3. Deelnemers hebben na afloop van het programma meer kennis over gezonde voeding.
2.4. De helft van de deelnemers heeft na afloop van het programma een positieve houding ten aanzien van gezonde voeding.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

In de opzet worden de volgende stappen onderscheiden:

  1. Voorbereiding en werving: de fysiotherapeut en diëtist geven invulling aan het programma, bereiden de uitvoering voor en zorgen samen met de gemeenten voor de werving van deelnemers (zie Implementatie p. ). De fysiotherapeut heeft de leiding en is eindverantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van Lekker in je Lijf. De fysiotherapeut onderhoudt het contact met de andere partijen en betrekt waar nodig de diëtist in de voorbereiding en uitvoering. De diëtist is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van de voorlichtingsbijeenkomsten en individuele gesprekken over voeding.
  2. Voordat het beweegprogramma aanvangt, voert de fysiotherapeut een individueel intakegesprek met alle deelnemers.
  3. In de eerste twee weken staat kennismaking met de groep en met faciliteiten en oefeningen centraal.
  4. De eerste negen weken wordt twee keer per week één uur bewogen in een groep onder begeleiding van een fysiotherapeut. Het programma bestaat uit zowel fitness- als zaalactiviteiten. In de eerste negen weken vindt één groepsbijeenkomst van anderhalf uur met de diëtist plaats.
  5. Van week tien t/m week achttien bewegen deelnemers één keer per week bij de fysiotherapeut. De andere les wordt ingevuld met het onderdeel ‘Kennismaking Bewegen in de Buurt’, waarbij deelnemers kennismaken met andere beweeg- of sportactiviteiten in de buurt op basis van hun behoeften. Tijdens deze tweede helft van het programma vindt één groepsbijeenkomst van anderhalf uur en individuele gesprekken van een half uur met de diëtist plaats.
  6. Na afloop van het programma voert de fysiotherapeut een outtakegesprek met alle deelnemers individueel.

Zie Bijlage 1 in het werkblad – opzet van de interventie (p. 31).

Locaties en Uitvoering

Het beweegprogramma wordt uitgevoerd door fysiotherapeuten die werkzaam zijn in een driesterren-fysiotherapiepraktijk. De voorlichting over gezonde voeding wordt gegeven door een diëtist. 

De uitvoering vindt plaats in de fysiotherapiepraktijk, waarin zowel een lege zaal als een zaal met fitnesstoestellen beschikbaar is. De fysiotherapiepraktijk is gevestigd in een gemeente die een Gemeentepolis van zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid aanbiedt en ligt bij voorkeur in een wijk met lage inkomensbuurten.

De uitvoering van het onderdeel ‘Kennismaking Bewegen in de Buurt’ kan ook op een andere locatie plaatsvinden, zoals bij een sportvereniging of in een buurthuis. Voor het stimuleren van de doorstroom naar regulier sport- en beweegaanbod, kan een buurtsportcoach of welzijnscoach verantwoordelijk worden gesteld vanuit de gemeente.

Naast de uitvoerende partijen (fysiotherapeut en diëtist) spelen de gemeenten en zorgverzekeraar een belangrijke rol binnen het programma. De rol van de gemeente is onder andere het selecteren van een geschikte aanbieder, het werven van deelnemers en het maken van gezamenlijke afspraken met de fysiotherapeut over de monitoring en evaluatie en over het onderdeel ‘Kennismaking Bewegen in de Buurt’. De zorgverzekeraar beslist of een aanbieder mag starten met het programma en zorgt voor de declaraties. De volledige rolverdeling staat in het ‘Stappenplan voor de uitrol’.

Ondersteuning

Voor de implementatie van de interventie is het ‘Stappenplan voor de uitrol’ beschikbaar. Hierin worden vijf fasen onderscheiden:

Fase 1: Selectie aanbieder

De gemeente selecteert een fysiotherapiepraktijk en diëtist als aanbieders op basis van eventuele eerdere samenwerkingen en die bij voorkeur gevestigd zijn in een wijk met lage inkomensbuurten.

Fase 2: Opzet (beweeg)programma

De geselecteerde fysiotherapiepraktijk vult samen met de diëtist het format in aan de hand van de richtlijnen voor het programma. Zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid bepaalt of de fysiotherapiepraktijk mag starten.

Fase 3: ‘Kennismaking Bewegen in de Buurt’

De gemeente initieert voor de start van het programma een overleg met de fysiotherapiepraktijk over het maken van afspraken over de invulling van ‘Kennismaking Bewegen in de Buurt’. De gemeente stelt hiervoor een verantwoordelijke aan, geeft inzicht in gemeentelijke regelingen en zorgt met inzet van een buurtsportcoach (of andere verantwoordelijke) voor invulling van de kennismakingslessen op basis van de behoeften van deelnemers. De buurtsportcoach gaat met de deelnemers mee naar de activiteiten uit het kennismakingsprogramma en zorgt voor een warme overdracht. Na afloop van het programma onderhoudt de buurtsportcoach contact met de deelnemers om ze te stimuleren om te blijven bewegen en terugval te voorkomen. Dit contact wordt langzaam afgebouwd. De aansturing van de buurtsportcoaches is belegd bij gemeenten.

Fase 4: Communicatiematerialen en werving

De gemeente zorgt voor de ontwikkeling van communicatiematerialen op maat op basis van reeds ontwikkelde conceptversies. De fysiotherapiepraktijk en gemeente zijn beide verantwoordelijk voor de werving en bekendmaking. Ze verspreiden de communicatiematerialen bij belangrijke vindplaatsen van de doelgroep en attenderen relevante partijen op het beweegprogramma, zoals eerstelijnszorgaanbieders en medewerkers van de sociale wijkteams.

Fase 5: Uitvoering beweegprogramma

Zie 1.3 aanpak (in het werkblad p. 8-11).

Materialen

De GGD Hollands Midden heeft een toolkit ontwikkeld met informatie en materialen die nodig zijn voor de uitrol van het beweegprogramma Lekker in je Lijf. De toolkit kan worden geraadpleegd op de website van de GGD Hollands Midden en bestaat uit:

  • Richtlijnen: beschrijving van de essentiële onderdelen en format.
  • Stappenplan voor de uitrol: per fase staat beschreven welke partij (fysiotherapiepraktijk, gemeente en/of zorgverzekeraar) waarvoor verantwoordelijk is.
  • Document met veelgestelde vragen: antwoorden op veelgestelde vragen van fysiotherapeuten.

Daarnaast kunnen documenten en PR-materialen kosteloos worden opgevraagd bij het documentatiecentrum van de GGD Hollands Midden.

Algemeen

  • Aan- en afmeldformulieren: kunnen door fysiotherapiepraktijken gebruikt worden om gemeenten te informeren over de voortgang.
  • Vragenlijst voor evaluatie: evaluatievragenlijsten voor voor- en nametingen.

Per fysiotherapiepraktijk/gemeente

  • Folders: beschrijving van de inhoud van het programma en contactgegevens fysiotherapiepraktijk(en) om deelnemers te werven.
  • Poster: korte beschrijving van de inhoud van het programma en een link naar website fysiotherapiepraktijk(en) om deelnemers te werven.
  • Certificaten: om aan deelnemers te geven die het programma volledig hebben doorlopen.
  • Conceptbrieven: om professionals en inwoners met een Gemeentepolis te informeren over het beweegprogramma.
  • Persberichten: conceptberichten voor in nieuwsbrieven, social media, lokale kranten en op websites.

Voor nieuwe fysiotherapiepraktijken zijn conceptversies van de PR-materialen beschikbaar.

Belangrijke documenten

Printen Uitgebreide beschrijving (pdf)