Terug naar overzicht

Mini gewichtige gezinnen

Mini Gewichtige Gezinnen is een preventieve, integrale interventie van zes maanden bedoeld voor de ouders van kinderen van 0-4 jaar met een (risico) op overgewicht en/ of obesitas. Een belangrijke subdoelgroep zijn gezinnen met een lage sociaal economische status (lage SES). Gebleken is dat overgewicht bij deze kinderen vaker voorkomt. Voor deze doelgroep is afstemmen op hun belevingswereld, plezier en samen met de ouders actief zijn erg belangrijk.

Het hoofddoel van Mini Gewichtige Gezinnen is dat meer kinderen tussen de 0 – 4 jaar een gezond gewicht hebben (beoordeeld middels de BMI-score), ter voorkoming van de gevolgen van overgewicht voor de gezondheid.

Mini Gewichtige Gezinnen is opgebouwd volgens de Gouden Driehoek van Voeding, Bewegen en Opvoeding. Voor het combineren van bewegen, voeding en opvoeding in één programma is omdat deze verschillende elementen elkaars werkzaamheid versterken. Ook wordt er nauw samengewerkt met lokale partners, als jeugdgezondheidsprofessionals, beweeg- en voedingsdeskundigen en beweegaanbod. Door deze verbinding en integrale aanpak wordt duurzame gedragsverandering bij de gezinnen mogelijk.

De interventie bestaat uit groepsbijeenkomsten voor ouders op het terrein van voeding en opvoeding. Naast deze groepsbijeenkomsten vinden ook kookworkshops, bewegingsbijeenkomsten (ouders en kinderen gezamenlijk) en huisbezoeken plaats. Voorafgaand en na afloop van de interventie vindt een individueel gesprek plaats met de gezinnen. Follow up door de verwijzer wordt gestimuleerd.

Mini Gewichtige Gezinnen focust zich op de ouders van kinderen met (risico op) overgewicht, opdat zij in staat zijn tot het duurzaam implementeren van een actieve, gezonde gezinsleefstijl. De interventie is uitermate geschikt voor ouders en kinderen met een lage SES. De bijeenkomsten zijn praktisch, dragen basale kennis over en zijn ervaringsgericht en laagdrempelig opgezet, wat aansluit bij hun belevingswereld. Verder is er een hoge mate van interactie en wordt veel aandacht besteed aan hoe een gezonde gezinsleefstijl te realiseren valt wanneer er weinig financiële middelen zijn. Ook het sociale steun aspect is voor zeer relevant omdat er vaak te weinig steunfiguren in het leven van de gezin zijn gemobiliseerd.

Thema’s die aan bod komen zijn: plezierig bewegen, voedingsinformatie en etiketten lezen, opvoedingsstijlen

doelen en belonen, interne versus externe prikkels, structuur en begrenzing en steun vragen.

Tijdens iedere bijeenkomst wordt er gewerkt met en ingespeeld op hetgeen de ouders zelf inbrengen. Actieve participatie wordt sterk gestimuleerd door het creëren van een veilige omgeving, het stellen van persoonlijke vragen en actief te luisteren (onder andere door middel van doorvragen). Integratie in het dagelijks leven wordt gestimuleerd door de thuisopdrachten en huisbezoeken.

Probleembeschrijving

Probleem en spreiding

In 2012 had 15% procent van de jeugdigen in Nederland tussen 2 en 25 jaar overgewicht. Bij 3% procent was er sprake van ernstig overgewicht. Naarmate het inkomen in het huishouden lager is, neemt het aandeel met overgewicht toe. Ernstig overgewicht komt onder kinderen en jongeren in de laagste inkomensklasse drie keer zo vaak voor als onder leeftijdsgenoten in de hoogste inkomensklasse.

Kinderen nemen de eet- en beweeggewoonten over van hun ouders (Schrijvers en Schoemaker, 2008). Overgewicht bij kinderen neemt met name toe bij kinderen, die opgroeien in een lage SES omgeving (TNO, 2006). In deze gezinnen is vaak sprake van een multi-problematiek, denk aan financiële, sociale en emotionele problemen. Ook is er een grotere kans op een gebrek aan kennis over een gezonde leefstijl en overgewicht. Het cumulatief risicomodel (Hermanns, 1995) zou als een verklaring op de toename van overgewicht bij deze kinderen kunnen gelden. Dit model stelt onder meer dat het ontwikkelingsverloop slechter wordt naarmate het aantal risicofactoren toeneemt. Daar komt bij dat kinderen van ouders die een permissieve of minder betrokken opvoedingsstijl hanteren een hoger gewicht hebben dan gezinnen met betrokken ouders.

Gevolgen

Kinderen met overgewicht vertonen een toename van glucose-intolerantie en ontwikkelen in toenemende mate diabetes. Diabetes is op jonge leeftijd een ernstige ziekte. Er kunnen op relatief jonge leeftijd complicaties voorkomen, bijvoorbeeld hart- en vaatziekten en oog, -nier- en zenuwaandoeningen. Ook kan overgewicht gevolgen hebben voor de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen. Ze kunnen gepest en gestigmatiseerd worden. Dit vergroot de kans op een lage zelfwaardering. Ook kampen ze vaker met depressieve gevoelens. Overgewicht in de kindertijd leidt vaak tot overgewicht in de volwassenheid, omdat jonge kinderen snel wennen aan een ongezonde leefstijl. Ze zullen later niet makkelijk overstappen naar een gezondere manier van leven.

De gevolgen die overgewicht/ obesitas kan hebben op de mentale en fysieke gezondheid van kinderen zijn ernstig en veroorzaken dus veel leed, zowel persoonlijk als maatschappelijk. 40 – 70% van kinderen met obesitas hebben ook als volwassene obesitas. Geconcludeerd kan worden dat de omvang van deze problematiek zeer groot is en dat de persoonlijke en maatschappelijke gevolgen ingrijpend zijn. De maatschappelijke en economische kosten van deze problematiek bedragen circa 3 miljard euro per jaar (cijfers 2010).

Doelgroepen

Kinderen van 0 – 4 jaar met een (risico) op overgewicht en/ of obesitas. Een belangrijke subdoelgroep zijn kinderen van ouders met een lage sociaal economische status (lage SES). Gebleken is dat overgewicht bij deze groep vaker voorkomt.

Voor deze doelgroep is afstemmen op hun belevingswereld, plezier en samen met de ouders actief zijn erg belangrijk.

Intermediaire doelgroep

De ouders/ verzorgers van de einddoelgroep vormen de eerste intermediaire doelgroep van de interventie ‘Mini Gewichtige Gezinnen’. Een belangrijke subdoelgroep zijn ouders met een lage sociaal economische status (lage SES). Gebleken is dat overgewicht bij deze groep vaker voorkomt.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het hoofddoel van Mini Gewichtige is dat meer kinderen tussen de 0 – 4 jaar een gezond gewicht hebben (beoordeeld middels de BMI-score), ter voorkoming van de gevolgen van overgewicht voor de gezondheid.

Opmerking: voor de BMI-score bij jonge kinderen kan geen range aangegeven worden zoals dit bij volwassenen wel gebeurd. Het is per leeftijd en geslacht afhankelijk.

Subdoel

Subdoelen van de interventie voor de kinderen zijn:

  • De Body Mass Index score van de kinderen is gestabiliseerd en/ of verminderd.
  • Kinderen hebben ervaren dat bewegen (samen met hun gezinsleden) plezierig is.
  • Kinderen eten gezonder.
  • Kinderen bewegen meer.

Subdoelen van de interventie voor de ouders zijn:

  • De ouders kunnen minimaal drie ernstige gevolgen van overgewicht op hun kind benoemen.
  • De ouders zijn in staat om minimaal drie beweegspelletjes met hun kinderen te doen.
  • De ouders hebben ervaren dat bewegen (samen met hun kinderen) plezierig is.
  • De ouders kunnen gezonde keuzes maken wat betreft voedingsmiddelen.
  • De ouders bezitten de volgende opvoedcompetenties: complimenteren en belonen, structuur en begrenzing bieden en interne versus externe prikkels beheersen.
  • De ouders weten hoe een gezonde gezinsleefstijl eruit ziet en hebben vaardigheden ontwikkeld om dit in hun eigen gezinsleven te realiseren.
  • De ouders zijn in staat om tijdig hulp te vragen, doordat zij minimaal twee steunpersonen hebben geïdentificeerd in hun omgeving.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Mini Gewichtige Gezinnen is een preventieve interventie van zes maanden gericht op een risicogroep en is als volgt opgezet. De interventie bestaat voor de ouders uit zes groepsbijeenkomsten van elk twee uur voor de ouders en twee kookworkshops. Voor de ouders en kinderen gezamenlijk worden er zes beweegbijeenkomsten georganiseerd en vinden er minimaal drie huisbezoeken plaats.

Ook wordt er nauw samengewerkt met lokale partners, als jeugdgezondheidsprofessionals, beweeg- en voedingsdeskundigen en (regulier) beweegaanbod.

Voorafgaand aan de interventie vindt een intakegesprek plaats tussen de ouders en interventieleider. Er wordt ook individueel afgesloten in de vorm van een outtakegesprek.

De interventie is een gesloten groep, dat wil zeggen dat het een groep is met een vast aantal personen gedurende een afgesproken periode. Het aantal gezinnen dat aan de interventie kan deelnemen ligt tussen de vijf en tien per keer. Bij een kleinere groep wordt al snel de indruk gewekt dat er maar weinig kinderen zijn met dezelfde problemen en zijn er weinig herkenningsmogelijkheden voor de ouders. Een groep met meer dan tien deelnemers wordt als te groot ervaren omdat er dan te weinig gelegenheid voor het individu is om zijn/ haar persoonlijke verhaal te delen.

De interventieleiders evalueren na iedere bijeenkomst. Aan het eind van de laatste bijeenkomst vullen de ouders schriftelijk een evaluatieformulier in over de gevolgde bijeenkomsten.

Mini-Gewichtige Gezinnen is uitermate geschikt voor ouders en kinderen met een lage SES. De bijeenkomsten zijn praktisch, dragen basale kennis over en zijn ervaringsgericht en laagdrempelig opgezet, wat aansluit bij hun belevingswereld. Verder is er een hoge mate van interactie en wordt veel aandacht besteed aan hoe een gezonde gezinsleefstijl te realiseren valt wanneer er weinig financiële middelen zijn. Ook het sociale steun aspect is voor deze doelgroep extra relevant omdat zij vaak weinig steunfiguren in hun leven hebben gemobiliseerd.

De interventie vindt plaats volgens een vaste opbouw. Iedere bijeenkomst kent een eigen thema, en heeft een vaste basis. Hieronder worden de verschillende onderdelen van de interventie kort toegelicht.

– vanaf 3 maanden voor de intake. Werving deelnemerers

0: Intake. (1 uur)

week 1: Groepsbijeenkomst 1: Kennismaking + introductie voor ouders (2 uur)

week 2: Beweegbijeenkomst 1: Plezierig bewegen ouders en kinderen (1 uur)

week 3: Groepsbijeenkomst 2: Voeding en bewegen (basis) voor ouders (2 uur)

week 4: Kookworkshop + huisbezoek1: thema’s in overleg. Koken (2 uur) en thuisgezoek (1uur)

week 5: Groepsbijeenkomst 3: Opvoeding (stijlen, doelen en beloningen voor ouders (2 uur)

week 6: Beweegbijeenkomst 2: Bewegen voor ouders en kinderen (1 uur)

week 7: Groepsbijeenkomst 4: Voeding en opvoeding voor ouders (2 uur)

week 8: Beweegbijeenkomst 3: Bewegen voor ouders en kinderen (1 uur)

week 9: Groepsbijeenkomst 5: Opvoeding (structuur en prikkels) voor ouders (2 uur)

week 10: Beweegbijeenkomst 4: Bewegen voor ouders en kinderen (1 uur)

week 11: Beweegbijeenkomst 5: Bewegen voor ouders en kinderen (1 uur)

week 12: Groepsbijeenkomst 6: Afsluiting ( leefstijlplan, steun vragen en toekomst) voor ouders (2 uur)

week 13: Beweegbijeenkomst 6: Bewegen voor ouders en kinderen (1 uur)

week 14: Kookworkshop 2: thema in overleg met ouders (2 uur)

week 16: Huisbezoek 2: thema in overleg (1 uur)

Week 20-22: Huisbezoek 3: thema in overleg (i.i.g. toekomstplan bespreken) ( 1uur)

Week 24: Outtake: evaluatie en toekomst bespreking (1 uur)

Week 24-25: Follow up: Door verwijzing (1 uur)

Locaties en Uitvoering

De zes groepsbijeenkomsten vinden plaats zo dicht bij het gezin als mogelijk, zodat reisafstand geen belemmering vormt en de omgeving vertrouwd is. Vaak vinden deze bijeenkomsten plaats in een (vergader)zaaltje in Centra voor Jeugd en Gezin, scholen, buurthuizen, gezondheidscentra en dergelijke. Er wordt naar gestreefd dat de kookworkshops en bewegingsbijeenkomsten in hetzelfde gebouw plaatsvinden (indien de benodigde faciliteiten, keuken en beweegruimte, aanwezig zijn).

De huisbezoeken vinden bij de gezinnen thuis plaats.

De uitvoering vindt plaats door een gedragswetenschapper/ ervaren interventieleider van Avant sanare, bij voorkeur met samenwerkende organisaties zoals een pedagoog van het lokale Centrum voor Jeugd en Gezin, een lokale diëtiste en een lokale beweegaanbieder. De medewerker van Avant sanare is de hoofdinterventieleider en altijd aanwezig, de medewerkers van de samenwerkingspartners zijn co-interventieleiders die gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de kwaliteit van de interventie. Zij hebben een actieve rol in de uitvoering van de bijeenkomsten en het contact met deelnemers, onder supervisie van Avant sanare.

Ondersteuning

Mini Gewichtige Gezinnen vraagt een kennisverbreding op het terrein van leefstijl, voeding, opvoeding en de belevingswereld van de doelgroep bij de uitvoerders. Daarnaast dienen zij een competentiegerichte visie op en werkwijze met de deelnemers te ontwikkelen. Mini Gewichtige Gezinnen vraagt een coachende houding, flexibiliteit en eigenschappen om op maat te kunnen werken/ in te kunnen spelen op de (belevingswereld van de) deelnemers.

Wanneer een externe organisatie (denk aan jeugdgezondheidszorgprofessionals, (leefstijl)- sportcoaches, welzijnswerkers, etc.) met deze interventie aan de slag wenst te gaan, zullen zij verplicht een train-de-trainer-traject moeten volgen bij Avant sanare. Deze training bestaan uit twee interventiedagen, één groepsintervisie en minimaal één keer persoonlijke intervisie met de verantwoordelijke van Avant sanare.

Tijdens dit train-de-trainer-traject wordt de externe organisatie geschoold in de benodigde kennis en vaardigheden om het programma uit te voeren, maar ook ontvangen zij hulp en advies met betrekking tot de implementatievoorwaarden, zoals invulling van de fysieke ruimte en collegiaal overleg. Het train-de-trainer-traject wordt bij goed gevolg afgesloten met een certificaat. Tijdens de implementatie en uitvoering door de externe organisatie blijft Avant sanare beschikbaar voor ondersteuning middels intervisie.

Materialen

Mini Gewichtige Gezinnen heeft de volgende materialen beschikbaar:

  • Wervingsmaterialen: wervingsfolder, posters, persbericht. De wervingsmaterialen geven informatie over de interventie en de wijze van aanmelding.
  • Materialen voor uitvoerders: handboek voor interventieleiders. Het handboek geeft een overzicht van de interventieopzet en uitleg over de opdrachten.
  • Materialen tijdens de interventie: ballonnen, pennen, papier, film, kaartjes met informatie over gedachten, assertiviteit, voeding, etc.
  • Materialen voor de doelgroep: werkboek, die ondersteunt de inhoudelijke informatie en de opdrachten die de deelnemers maken gedurende de interventie.
  • Materiaal voor evaluatie: evaluatielijsten in te vullen door ouders en eventueel verwijzers (dit laatste gebeurt vaak in de vorm van rapportage).

Belangrijke documenten

Printen