Terug naar overzicht

Revalidatie Sport en Bewegen

Doelgroep revalidatie sport en bewegen

De eindgebruikers van het programma Revalidatie Sport en Bewegen zijn mensen met een lichamelijke handicap en mensen met een chronische aandoening met een -met name- inactieve of semiactieve leefstijl die een revalidatie-instelling bezoeken.

Doel programma

Het hoofddoel van het programma is het realiseren van meer doorstroom voor (ex-)revalidanten naar bewegen en sport in de thuissituatie door middel van een structurele inbedding van de methodiek Revalidatie, Sport en Bewegen bij revalidatie-instellingen.

Aanpak

Revalidatie, Sport en Bewegen fungeert als een soort makelaar tussen de zorg en het sport- en beweegaanbod buiten de revalidatie-instelling.

In de observatie- en behandelfase geven vooral de revalidatiearts(en), bewegingsagogen en fysiotherapeuten invulling aan het programma. Tijdens het revalidatieproces komen patiënten in aanraking met diverse beweeg- en sportactiviteiten. Ook is er aandacht voor een actieve leefstijl.

Aan het eind van de behandeling voert de sport- en beweegconsulent van het Sportloket een adviesgesprek met de patiënt. In dit gesprek, waarbij de aanpak van Motivational Interviewing wordt gehanteerd, staat de actieve leefstijl met het accent op bewegen en sport (in de thuissituatie) centraal. De sport- en beweegconsulent ondersteunt de revalidant bij het realiseren van deze gedragsverandering. Na afloop van het adviesgesprek voert de sport- en beweegconsulent nog vier counselinggesprekken met de (ex-) revalidant waarbij eveneens de aanpak van Motivational Interviewing wordt gebruikt.

Materiaal

Divers materiaal is beschikbaar. Het meest relevant is het handboek Revalidatie, Sport en Bewegen voor de revalidatie-instelling en de uitgave ‘Mijn Beweegredenen’ als ondersteuning voor de revalidant.

Onderbouwing

Revalidatie, Sport en Bewegen is een interventie die zich richt op gedragsverandering en revalidanten zowel tijdens als na de revalidatieperiode stimuleert een actieve leefstijl te ontwikkelen en continueren. Tijdens de revalidatiebehandeling doet de revalidant positieve bewegingservaringen op waardoor de revalidant (opnieuw) vertrouwen krijgt in zijn lichaam en bewegingsmogelijkheden.

Revalidatie, Sport en Bewegen maakt als aangrijpingspunt van de interventie gebruik van revalidatie-instellingen. De sport- en beweegconsulent vormt de spin-in-het-web en de verbindende schakel tussen de zorg en de sport. Deze functionaris is in staat om de gedragsverandering van de revalidant te begeleiden en te ondersteunen en een netwerk op te bouwen met relevante sport- en beweegaanbieders.

Revalidatie, Sport en Bewegen kenmerkt zich door een individuele benadering waarin maatwerk voor de revalidant centraal staat. Daarnaast faciliteert Revalidatie, Sport en Bewegen de revalidatie-instelling bij het op lokaal/regionaal niveau bouwen en onderhouden van een passende sport- en beweeginfrastructuur.

Probleembeschrijving

Van de Nederlandse bevolking van 12 tot en met 79 jaar heeft 6,3% een matige of ernstige motorische handicap (ongeveer 0,8 miljoen mensen) en 13.4% een lichte motorische handicap (ongeveer 1,8 miljoen mensen) (CBS, gezondheidsenquête 2008-2011). Daarnaast is bekend dat in totaal 8.500 kinderen die gebruik maken van het speciaal onderwijs (cluster 3) een motorische handicap hebben (Von Heijden et al., 2013).

De mate van handicap hangt sterk samen met de leeftijd ofwel het aandeel mensen met een matige of ernstige motorische handicap neemt toe naarmate de leeftijd stijgt. Vrouwen hebben vaker een motorische handicap (CBS, gezondheidsenquête 2001-20111; De Klerk et al, 2012).

De volgende tabel geeft het aantal revalidanten dat gebruik maakte van de verschillende behandelvormen in 2011 weer (Revalidatie Nederland, 2012).

Behandelvorm Consultair Klinisch Poliklinisch

Kinderen (< 18 jaar) 3.998 (15%) 488 (6%) 14.093 (24%)

Volwassenen 22.197 (85%) 7.063 (94%) 43.842( 76%)

Totaal 26.195 (100%) 7.551 (100%) 57.935 (100%)

Mensen met een matige en ernstige motorische handicap voldoen minder vaak aan de NNGB dan mensen zonder handicap (41% vs 64%). De NNGB van mensen met een matige en ernstige motorische handicap vertoont vanaf 2001 tot 2011 een zeer beperkte groei (2%). De groei in dezelfde periode voor de mensen zonder lichamelijke handicap is 5%. (CBS, gezondheidenquête 2001-20111).

Ook de wekelijkse sportdeelname van mensen met een matige of ernstige motorische handicap blijft sterk achter bij die van mensen zonder handicap (23% vs 59%) (CBS, gezondheidsenquête 2008-20111).

Uit onderzoek blijkt ook dat mensen met een motorische handicap per dag aanzienlijk meer tijd zittend door brengen dan mensen zonder handicap (Manns et al., 2012; Rosenberg et al., 2011).

Uit de trendrapporten Bewegen en Gezondheid (2004 en 2010) blijkt dat bewegen als onderdeel van een actieve leefstijl een gunstig effect heeft op de gezondheid en kwaliteit van leven (Hildebrandt et al. 2004 & 2010). Denk bij dit laatste aspect met name aan het tegengaan van sociaal isolement, het vergroten van het sociaal netwerk, het verhogen van zelfvertrouwen, zelfrespect en zelfbeeld, acceptatie van de handicap en het verleggen van (sportieve) grenzen. Juist bij mensen met een lichamelijke handicap en/of chronische aandoening kan bewegen en sport een grote bijdrage leveren aan het totale functioneren en welzijn.

Doelgroepen

De eindgebruikers van het programma Revalidatie, Sport en Bewegen (RSB) zijn mensen met een lichamelijke handicap en/of een chronische ziekte met een met name inactieve of semiactieve leefstijl. Dit kunnen zowel kinderen als volwassenen zijn. Het programma is daarmee toegankelijk voor een brede groep patiënten. Het programma is ontwikkeld voor patiënten die bij een revalidatie-instelling in klinische of poliklinische behandeling zijn (tweede- en derdelijns gezondheidszorg). De eindgebruiker wordt onder verantwoordelijkheid van een medisch specialist doorverwezen naar het Sportloket, als onderdeel van het programma RSB.

Specificatie diagnosegroepen

In revalidatie-instellingen worden patiënten aan diverse aandoeningen behandeld. De diagnoses zijn ingedeeld in zeven hoofdgroepen (Revalidatie Nederland 2011). Per hoofdgroep zijn voorbeelden van regelmatig voorkomende aandoeningen opgenomen:

  • Aandoeningen aan het bewegingsapparaat, bijvoorbeeld reumatische aandoeningen
  • Amputaties, bijvoorbeeld hand- of beenamputaties
  • Hersenen, bijvoorbeeld CVA of contusio cerebri
  • Neurologie, bijvoorbeeld MS of Parkinson
  • Dwarslaesie, hoge/lage dwarslaesie of spina bifida
  • Organen, bijvoorbeeld hart of respiratoire aandoeningen
  • Chronische pijn en psychische stoornissen

De eindgebruikers van het programma zijn personen met een (of meerdere) van bovenstaande aandoeningen. De aanpak van het programma Revalidatie, Sport en Bewegen doorloopt voor elke aandoening dezelfde stappen. Het resultaat van het doorlopen proces zal echter voor elke persoon anders zijn. Dit is telkens maatwerk waarbij de mogelijkheden en de motivatie van de revalidant centraal staan. 

Intermediaire doelgroep

Intermediaire doelgroep binnen de zorgsector

De interventie wordt uitgevoerd bij revalidatie-instellingen, dus zowel revalidatiecentra als ziekenhuizen met een revalidatieafdeling. In de aanpak wordt onderscheid gemaakt tussen de klinische en poliklinische aanpak (zie voor toelichting 2.3).

Binnen deze revalidatie-instellingen zijn de volgende doelgroepen van belang en hiermee wordt binnen het programma ook nadrukkelijk samengewerkt:

  • Revalidatieartsen en overige medisch specialisten (verkrijgen draagvlak en inbedding in behandelprotocol)
  • Bewegingsagogen. Bewegingsagogen zijn binnen de revalidatie veelal verantwoordelijk voor het uitvoeren van het onderdeel bewegen en sport in de behandeling van de revalidant.
  • Sport- en beweegconsulenten (uitvoering)

De sport- en beweegconsulent vormt de spin-in-het-web en de verbindende schakel tussen de zorg en de sport. Deze functionaris is in staat om de gedragsverandering van de revalidant te begeleiden en te ondersteunen en een netwerk op te bouwen met relevante sport- en beweegaanbieders.

Binnen het programma worden de revalidatie-instellingen en de daar relevante intermediaire functionarissen gefaciliteerd om het relevante (sport- en beweeg)netwerk binnen en buiten de eigen organisatie te ontwikkelen en verder te ontsluiten.

Naast de revalidatie-instellingen is met name NOC*NSF (als vertegenwoordiger van de georganiseerde sport) betrokken bij de uitvoering van het programma. NOC*NSF richt zich in het programma op het verhogen van de Paralympische talentinstroom. Dit doet ze onder andere door het inzetten van een Paralympische fysieke test en het stimuleren van sportbonden om materialen en methoden te ontwikkelen waarmee sportverenigingen rondom revalidatie-instellingen hier clinics voor de einddoelgroep kunnen verzorgen tijdens en na het revalidatieproces.

Hiermee zijn dus ook sportbonden en sportverenigingen als intermediaire organisaties betrokken bij het programma.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Visie

De lange termijn visie van het programma Revalidatie, Sport en Bewegen is:

Alle revalidatie-instellingen in Nederland voeren een actief beleid op sport, bewegen en een actieve leefstijl tijdens en na de revalidatie van mensen met een lichamelijke handicap en mensen met een chronische aandoening.

Hoofddoel programma

Het realiseren van meer doorstroom voor (ex-)revalidanten naar bewegen en sport in de thuissituatie door middel van een structurele inbedding van de methodiek Revalidatie, Sport en Bewegen bij revalidatie-instellingen.

In dit doel zijn zowel de einddoelgroep als het organisatieniveau te onderscheiden. Onderstaand worden op beide niveaus doelstellingen beschreven.

Subdoel

Doelstelling op het niveau van de einddoelgroep

  • 70-80% van de revalidanten van deelnemende instellingen is in contact gebracht met sport en bewegen (persoonlijk adviesgesprek).
  • 90% van de revalidanten per instelling die een persoonlijk adviesgesprek heeft gehad, ontvangt counseling.
  • 45-55% van de revalidanten die counseling heeft gehad, is sportief actief na 1 jaar.

Doelstellingen organisatieniveau

  • Implementatie methodiek RSB bij 18 revalidatie-instellingen.
  • Alle revalidatie-instellingen in Nederland (centra en ziekenhuizen) zijn bekend met RSB en zich bewust van het belang van actief sport- en beweegbeleid tijdens en na de revalidatieperiode.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Het Sportloket van het programma Revalidatie, Sport en Bewegen is een soort makelaar tussen de zorg en het sport- en beweegaanbod buiten de revalidatie-instelling. De inzet van het programma is dat bewegen en sport een onlosmakelijk onderdeel van de revalidatiebehandeling wordt. Binnen een klinische of poliklinische revalidatie-behandeling worden standaard drie hoofdfasen binnen een revalidatiebehandeling onderscheiden:

  • Fase 1: Observatiefase
  • Fase 2: Behandelfase
  • Fase 3: Afrondingsfase

De duur van deze fasen en hiermee de totale doorlooptijd van een revalidatiebehandeling varieert per aandoening en per persoon. De duur van de revalidatiebehandeling varieert van enkele weken tot meerdere maanden en is voor elke revalidant verschillend en afhankelijk van de diagnose en het zorgtraject dat hieraan gekoppeld is. In 2011 bedroeg de gemiddelde verpleegduur bij klinische behandeling per volwassen revalidant 60 dagen (Revalidatie Nederland 2011).

Het programma Revalidatie, Sport en Bewegen grijpt met specifieke activiteiten in op de verschillende fasen van de reguliere (revalidatie)behandeling (zie figuur 1). Hierdoor is het programma verweven in de gehele revalidatiebehandeling. Elke deelnemer in het programma doorloopt eenzelfde proces ofwel opeenvolging van activiteiten, waarbij het resultaat op individueel niveau steeds opnieuw maatwerk betreft. Met andere woorden: bij het inzetten van de verschillende activiteiten wordt ingezoomd op de wensen, behoeften en (on)mogelijkheden van het individu. Differentiatie vindt hierdoor plaats op individueel niveau. De kennis en ervaring van de sport- en beweegconsulent en het behandelteam op het niveau van diagnosegroepen speelt bij de inzet van de diverse activiteiten van het programma een belangrijke rol

Aanpak op organisatieniveau

Op organisatieniveau wordt vanuit het programma (faciliterend) ingezet op de volgende aspecten:

  • Creëren van draagvlak op verschillende niveaus binnen de revalidatie-instelling (bestuurlijk, management, medisch, uitvoerend)
  • Structureren en standaardiseren van het interne doorverwijstraject
  • Benoemen centraal coördinatiepunt (bijvoorbeeld bewegingsagogie)
  • Benoemen en inzetten sport- en beweegconsulent
  • Opzetten Sportloket
  • Implementeren protocol doorverwijzing vanuit revalidatieartsen en overige medisch specialisten
  • Creëren betrokkenheid van de behandelaars en communicatie
  • Opbouwen en onderhouden netwerk en realiseren van nieuw aanbod
  • Kennisdeling en deskundigheidsbevordering

Locaties en Uitvoering

De interventie wordt uitgevoerd binnen revalidatie-instellingen. Hieronder worden zowel revalidatiecentra verstaan als ziekenhuizen met een afdeling revalidatiegeneeskunde.

De sport- en beweegconsulent is binnen de interventie een essentiële functie en fungeert als een spin in het web. Bij de uitvoering binnen een revalidatie-instelling werkt deze functionaris met name- samen met:

  • Revalidatiearts en overige medisch specialisten

Samenwerking ligt vooral op het gebied van (het realiseren van) de doorverwijzing vanuit de medisch specialist richting het Sportloket.

  • Multidisciplinair behandelteam

Samenwerking is vooral gericht op het creëren en behouden van betrokkenheid om zo een goede informatieoverdracht over de revalidant te realiseren.

Vanuit de revalidatie wordt de verbinding gelegd naar de sport- en beweegsector. Ook hier speelt de sport- en beweegconsulent een belangrijke rol. Samenwerking vindt plaats met sport- en beweegaanbieders en waar relevant gemeenten.

Ondersteuning

De lange termijn visie van het programma Revalidatie, Sport en Bewegen is:

Alle revalidatie-instellingen in Nederland voeren een actief beleid op sport, bewegen en een actieve leefstijl tijdens en na de revalidatie van mensen met een lichamelijke handicap en mensen met een chronische aandoening.

Bij de beschrijving van de interventie zijn in paragraaf 2.2 de volgende doelstellingen op organisatieniveau benoemd:

  • Implementatie methodiek RSB bij 18 revalidatie-instellingen.
  • Alle revalidatie-instellingen in Nederland (centra en ziekenhuizen) zijn bekend met RSB en zich bewust van het belang van actief sport- en beweegbeleid tijdens en na de revalidatieperiode.

Bij de implementatie van de methodiek Revalidatie, Sport en Bewegen (doelstelling a) worden, zoals beschreven bij kwaliteitsbewaking, de revalidatie-instellingen bij de implementatie ondersteund door de programmacoördinator Revalidatie, Sport en Bewegen van Stichting Onbeperkt Sportief. Deze deskundigheid blijft de komende jaren beschikbaar.

Voor alle revalidatie-instellingen is het handboek Revalidatie, Sport en Bewegen beschikbaar. Dit handboek vormt de leidraad bij de inhoudelijke implementatie van het programma en biedt eveneens een handreiking bij de meer randvoorwaardelijke aspecten. In het handboek is aandacht voor de verschillende fasen van het programma, de counseling en gespreksrichtlijnen, randvoorwaarden voor de revalidatie-instelling en de revalidant, een Plan van Aanpak en financiering.

Vanaf het voorjaar van 2013 is eveneens een registratietool beschikbaar dat aan de programma deelnemende revalidatie-instelling gaan gebruiken om het proces van revalidanten te kunnen volgen. Dit levert de revalidatie-instelling ook cijfermatige informatie op. Eind 2013 vindt op basis van de eerste ervaringen een update van de registratietool plaats waarna de registratietool ook beschikbaar wordt gesteld voor revalidatie-instellingen die niet deelnemen aan het programma.

Eind 2013 is een implementatieplan gereed voor de al eerder genoemde prestatie-indicatoren (zie randvoorwaarden). Revalidatie-instellingen kunnen vanaf dat moment de door het werkveld goedgekeurde set van prestatie-indicatoren ook daadwerkelijk gaan implementeren en dit levert een bijdrage aan de structurele verankering en borging van bewegen en sport als onlosmakelijk onderdeel van de gehele revalidatiebehandeling.

Om de duurzame verankering op termijn te waarborgen wordt gedurende de programmaperiode ook gewerkt aan een businessplan. Hierin worden scenario’s uitgewerkt ten behoeve van de structurele financiële inbedding van de methodiek Revalidatie, Sport en Bewegen binnen revalidatie-instellingen. Bij de beschrijving van de randvoorwaarden is hieraan ook aandacht besteed.

Al deze acties leveren een bijdrage aan het realiseren van de doelstellingen op organisatieniveau.

Materialen

Uitvoering en werving van de interventie

  • Handboek Revalidatie, Sport en Bewegen (2011). In het najaar van 2013 vindt een update plaats.
  • Bijlagen uit handboek en dan specifiek 5 tot en met 18 vanwege het praktische karakter
  • Algemene basisinformatie over het programma en de doelstellingen
  • Folder Sportloket
  • Poster Sportloket
  • Intentieverklaring
  • Samenwerkingsovereenkomst
  • Format voor het opstellen van een projectplan
  • Factsheet met belangrijkste resultaten 1e inventarisatie (zomer 2012)
  • Boekje ‘Beweegredenen’ voor de revalidant ( voorjaar 2013)
  • Handleiding voor sport- en beweegconsulent bij het boekje ‘Beweegredenen’ (voorjaar 2013)
  • Registratietool (voorjaar 2013)
  • Paralympische fysieke test en bijbehorende ondersteunende materialen (via NOC*NSF)
  • Website: www.onbeperktsportief.nl/rsb
  • Website: www.respact.nl (wetenschappelijk onderzoek)

Evaluatie van de interventie

  • NebasNsg project Revalidatie en Sport. Stand van zaken anno 2004 (Duin, 2004)
  • Eindverslag ZonMw betreffende onderzoek Promoting Physical Activity in the rehabilitation setting (2005)
  • Procesevaluatie Revalidatie en Sport & Actief na Revalidatie (2005)
  • Proefschrift Promoting Physical Activity in the rehabilitation setting (Van der Ploeg, 2006)
  • Onderzoek Normaal wat normaal kan, special wat speciaal moet. Revalidatie en Sport versus Actief na Revalidatie (Murre, 2008)
  • Programmaplan Revalidatie, Sport en Bewegen (2011)
  • Raamwerk Monitoring (voorjaar 2013)
  • Monitoringlijsten voor de diverse niveaus
  • Onderzoeksprotocol ReSpAct

Oordeel commissie

In zijn algemeenheid is de interventie zeer goed beschreven. De uitgebreide onderbouwing van Revalidatie, Sport en Bewegen is vooral sterk in de consequente uitwerking op twee niveaus: de einddoelgroep en de uitvoerende organisatie. De opgenomen casussen zijn zeer verhelderend.

Uitvoerbaarheid

Aan alle uitvoeringsvoorwaarden wordt voldaan. Er zijn uitgebreide materialen voor de uitvoering beschikbaar, waarbij e.e.a. is aangepast naar aanleiding van procesevaluatie.  De complexiteit van het programma maakt wel dat er een zeker afbreukrisico in de uitvoerbaarheid zit.

Belangrijke documenten

Printen Uitgebreide beschrijving (pdf)