Terug naar overzicht

Scholencompetitie zaalvoetbal voortgezet onderwijs

Doelgroep zaalvoetbalcompetitie:
Einddoelgroep zijn alle scholieren binnen het VO; jongens en meisjes van 12 tot 18 jaar.

Doel:

VO leerlingen sporten structureel meer door deelname aan de scholen zaalvoetbalcompetitie VO. Zij profiteren hierdoor meer van de positieve effecten van sporten en bewegen.

Aanpak:

De sportdeelname van jeugd van 12 – 17 jaar blijft achter bij het landelijk gemiddelde. Onder allochtone jongeren en leerlingen van het VMBO is deze deelname nog lager. Bovendien is de sportuitval onder jongeren vanaf 12 jaar groot. Dit is jammer, omdat jongeren die tijdens de adolescentie sporten en bewegen, dit vaak tot op latere leeftijd blijven doen (NOC*NSF, 2011). Inactieve jongeren profiteren niet van de positieve effecten die sporten en bewegen kunnen hebben op de fysieke, psychische en sociale gezondheid.

In antwoord op de achterstand in sportdeelname en de grote uitval van jeugdigen vanaf 12 jaar, heeft de KNVB de interventie “Scholencompetitie VO – Zaalvoetbal” ontwikkeld.

In 2012 hebben 90 scholen met 300 teams totaal bestaand uit 2400 leerlingen aan de scholencompetitie deelgenomen. De competitie is bedoeld voor zowel jongens als meisjes die via de vereniging de eer van hun school verdedigen. Jongeren die minder bewegen dan gemiddeld en nog niet lid zijn kunnen via school kennismaken met zaalvoetbal en via de scholencompetitie mogelijk doorstromen naar een structureel verenigingslidmaatschap. Voor zaalvoetbal is gekozen omdat dit goed aansluit op school en zeer populair is onder allochtone jongeren.

Fasering

De totale duur van de interventie is 17 maanden.

Fase 1: Voorbereiding (april-september, 5 maanden)
Het initiatief ligt bij de vereniging, welke begint met de competitie. In deze fase wordt de stuurgroep en werkgroep samengesteld die VO instellingen benaderen.

Fase 2: Uitvoering (oktober-april, 7 maanden)
In deze fase worden begeleiders en deelnemers geworven, wordt de competitie voorbereid en uitgevoerd in een najaar- en voorjaarsreeks bestaande uit een wekelijkse speelronde.

Fase 3: Continuering (april-september, 5 maanden)
Hierin wordt geëvalueerd en bijgesteld.

Organisatie:

Gedurende de looptijd van de competitie werken vereniging, gemeente, welzijnsorganisatie en scholen samen. De interventie wordt uitgevoerd door een stuurgroep die de interventie op hoofdlijnen vorm geeft. De uitvoering van de interventie is in handen van een werkgroep (vereniging, scholen, buurtsportcoach). Tijdens de competitie worden modules/cursussen georganiseerd voor kader, begeleiding, leerlingen, ouders en overige geïnteresseerde betrokkenen bij de competitie. Zij worden opgeleid tot: organisator, begeleider, trainer of scheidsrechter. De vereniging wordt in de uitvoering ondersteund door een KNVB-medewerker zaalvoetbal uit het district.

Probleembeschrijving

Probleem
Het percentage jeugdigen dat de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) haalt is 17,8% , zonder duidelijk positieve of negatieve trend. Het aantal volwassen Nederlanders dat volgens eigen zeggen aan de NNGB voldoet, is een stuk hoger en sinds 2006 redelijk stabiel, het schommelt rond de 59% (TNO, 2013). De sociaaleconomische status (SES), etnische achtergrond en demografische kenmerken, zoals leeftijd en geslacht hangen samen met het beweeggedrag (Chorus & Hildebrandt, 2010; Hendriksen et al., 2010a; Wendel-Vos & Frenken, 2010). Van de jeugd zijn vooral de 12-17-jarigen, de niet-sporters en degenen van niet-Nederlandse herkomst minder actief (De Vries et al., 2010c). De grootste groep jongeren die inactief is bevindt zich in de lagere opleidingsniveaus. Van de 12 tot 17-jarigen, bewegen de vmbo-ers het minst (NSIB, datum onbekend).

Er is de sport veel aan gelegen om jongeren aan het sporten te houden. Het blijkt namelijk dat jongeren die tijdens de adolescentie blijven sporten, dit ook als twintiger en dertiger blijven doen. Sport krijgt een vaste plek in hun programma en vaak blijft dat zo tot op hoge leeftijd (NOC*NSF, 2011). Daarnaast is binding een belangrijke sociale factor om te gaan en blijven sporten. Voetbal (waaronder zaalvoetbal) is, omdat het een teamsport is, een sport met een ontzettend hoge binding en zorgt dus voor een langdurige sportparticipatie (NOC*NSF, 2011).

Oorzaken

Voor veel jongeren zijn er verscheidene oorzaken die het sporten belemmeren of zorgen voor uitval. De belangrijkste reden om af te haken verschilt sterk per leeftijd. Jongeren in de leeftijd van 12-23 jaar geven als belangrijkste reden aan dat sport moeilijk is te combineren met school, studie en/of werk. Daarnaast is sport niet meer zo leuk (of andere zaken zijn nog leuker) (NOC*NSF, 2012). Daarnaast kunnen kosten een grote rol spelen in de sportparticipatie. Via een scholencompetitie zijn jongeren gemakkelijk te bereiken en ligt de drempel laag. Daarnaast zijn de kosten van een scholencompetitie in vergelijking met een regulier lidmaatschap laag, vaak legt een school bij in de kosten wat zelfs kan resulteren in gratis deelname.

Doelgroepen

Einddoelgroep:

Alle scholieren binnen het VO; jongens en meisjes van 12 tot 18 jaar, zowel voetballers als niet-voetballers.

Subdoelgroep:
1. Leerlingen op het VMBO: er is speciaal aandacht voor leerlingen in dit schooltype omdat deze groep een nog grotere beweegachterstand heeft.
2. Leerlingen in het VO zijn te verdelen naar geslacht. Bij de uitvoering van de interventie spelen jongens en meisjes in aparte competities.

Intermediaire doelgroep

Voor de organisatie van de competitie is de betrokkenheid van andere intermediaire doelgroepen gewenst, namelijk:

  1. Vereniging:
    a. Spelers, ter ondersteuning en voor promotie van de competitie, bijvoorbeeld voor het geven van een introductieclinic om potentiële deelnemers te enthousiasmeren;
    b. Bestuur, voor de beleidsmatige inbedding;
    c. Technisch kader, om activiteiten te begeleiden. Dit betekent bijvoorbeeld het begeleiden van activiteiten, verzorgen van voetballessen via de module ‘Wij Krijgen Voetballes’ en begeleiden van scheidsrechters en coaches in de praktijk.
  2. VO-scholen:
    a. Docenten, het onder de aandacht brengen van de competitie en het verzorgen van voetballessen;
    b. Directie van de school, het implementeren van de competitie binnen de schoolorganisatie;
    c. Leerlingen Lichamelijke Opvoeding 2 (LO2) en Bewegen, Sport en Maatschappij (BSM): deze leerlingen helpen de competitie mede organiseren en worden hiervoor binnen hun reguliere vakkenpakket opgeleid. Deze leerlingen worden begeleid door de vereniging of buurtsportcoach. Dit houdt onder andere in:
    i. Volgen van een opleiding voor scheidsrechter en begeleider;
    ii. Scheidsrechter zijn in de competitie;
    iii. Begeleiden van teams van de competitie;
    iv. Organiseren en leiden van het speelmoment/wedstrijdronde;
    d. Leerlingen, zie onder kopje ‘ doelgroep’, participeren in de organisatie en nemen deel aan de competitie.
  3. Welzijnsorganisaties/gemeente: Om de koppeling te maken met buurtsportcoaches. De buurtsportcoach vormt een belangrijke verbinding tussen scholen en vereniging. De buurtsportcoaches kunnen bij de KNVB opleidingen volgen om de competitie beter te begeleiden.
  4. Gemeentes: Gebruik van het lokale netwerk op het gebied van het onderwijslandschap en potentiële doelgroepen. Bovendien heeft de gemeente vaak een rol als subsidiënt en facilitator.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

VO leerlingen sporten structureel meer door deelname aan de scholencompetitie VO zaalvoetbal. Zij profiteren hierdoor meer van de positieve effecten van sporten en bewegen.

Subdoel

De interventie bestaat met name uit de organisatie van de competitie door de intermediaire doelgroepen. Om de interventie tot een goed resultaat te brengen zijn er dan ook voor de intermediaire doelgroepen subdoelstellen gesteld.

  1. Vereniging:
    a. meer jeugdleden nemen deel aan de (organisatie van) zaalvoetbalactiviteiten;
    b. meer bestuurders weten hoe zij de scholencompetitie gestructureerd kunnen organiseren en dit kunnen inbedden in het beleid van de vereniging,
    c. meer kaderleden weten hoe zij een team goed kunnen begeleiden, bijvoorbeeld door het behalen van Jeugd Zaalvoetballeider (JZVL).
  2. VO scholen:
    a. Meer scholen integreren de scholencompetitie VO Zaalvoetbal structureel in beleid en activiteiten;
    b. Meer LO-docenten beschikken over de kennis en vaardigheden om voetballes te geven;
    c. Meer leerlingen op VO scholen beschikken over kennis en vaardigheden om een scholencompetitie te helpen organiseren.
  3. Welzijnsorganisaties: meer buurtsportcoaches beschikken over de kennis en vaardigheden om de scholencompetitie te helpen begeleiden;
  4. Gemeentes: gemeenten zijn actief betrokken bij en ondersteunen de uitvoering van de scholencompetitie VO Zaalvoetbal.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Het opzetten van de interventie bestaat uit verschillende fases, de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie. De totale duur van de interventie is 17 maanden, waarbij gestreefd wordt om de fases plaats te laten vinden in onderstaande maanden om zo te zorgen voor een competitie met een najaar- en voorjaarsreeks.

N.B. Faseaanduiding correspondeert met de gehanteerde fasering in de handleiding. Deze fasering wordt voor alle interventies jeugdzaalvoetbal van de KNVB gebruikt.

Het initiatief voor het organiseren van de scholencompetitie ligt bij de vereniging. Zaalvoetbalverenigingen worden via verschillende wegen op de hoogte gebracht van de mogelijkheid om een scholencompetitie zaalvoetbal op te zetten en te organiseren. Vervolgens geven zij bij de KNVB aan dat zij een scholencompetitie willen organiseren en worden hierin ondersteund. Op dit moment wordt ook al het eerste contact met scholen gelegd.

Fase 1: Voorbereiding (april-september, 5 maanden)
Fase een bestaat uit twee onderdelen:
Fase 1A: Stuurgroep samenstellen welke zorgt voor het opzetten, de procesbewaking en coördinatie. Deze stuurgroep komt minimaal 2 keer per jaar gedurende het seizoen samen, daarnaast zijn er nog informele momenten.
De stuurgroep stelt de werkgroep samen welke regelmatig (minimaal 1x in de maand) samenkomt.
Fase 1B: VO instellingen benaderen (directie/vakdocenten) voor deelname.

Fase 2: Uitvoering (oktober-april, 7 maanden)
Fase 2A: Werven begeleiders en deelnemers doormiddel van verschillende wervingsactiviteiten zoals bijvoorbeeld informatiebijeenkomsten voor begeleiders en kennismakingsactiviteiten op school voor deelnemers.

Fase 2B: Competitie voorbereiden (maken van de teamindeling, de speelschema’s, bepaling speeldata en locaties door werkgroep)
Fase 2C: Competitie uitvoeren. Idealiter start de competitie in oktober (na de herfstvakantie) en afloop in april. De competitie kent een najaar- en voorjaarsreeks (herindeling op speelsterkte/geslacht). Het competitieaanbod bestaat uit minimaal 20 wedstrijden/trainingen van 50 minuten bewegen.

Fase 3: Continuering (april-september, 5 maanden)
De competitie wordt afgesloten met de uitvoering van een evaluatie. Binnen de stuurgroep wordt teruggekeken op de competitie. De verbeteringen worden in een document vastgelegd.

Locaties en Uitvoering

De interventie Scholencompetitie VO Zaalvoetbal is bedoeld voor zaalvoetbalverenigingen die graag de jeugd meer aan het sporten willen krijgen, een centrale rol in de buurt willen spelen en potentiële nieuwe leden willen werven. Hierbij is het belangrijk dat er contact is met scholen om deelnemers te werven.

Ondersteuning

De interventie is beschreven in een handleiding waarin stapsgewijs staat hoe de interventie uitgevoerd moet worden. De handleiding is toereikend voor een vereniging om de interventie, na 17 maanden ondersteuning van de KNVB, zelfstandig uit te voeren.

De KNVB medewerker (medewerker organisatie zaalvoetbal) is verantwoordelijk voor de overdracht van de interventie aan de lokale organisatoren (werkgroep). Daarnaast kan hij/zij de opgedane kennis overdragen aan andere verenigingen en onderwijsinstellingen in zijn district.

Na implementatie is de vereniging verantwoordelijk voor de borging en kwaliteitsbewaking en draagt de KNVB zorg voor de organisatie van de competitie (reguliere werkzaamheden).

Er worden geen specifieke eisen gesteld aan trainers en begeleiders, wel wordt deelname aan de opleiding JZVL (jeugdzaalvoetballeider) gestimuleerd. De scheidsrechter heeft minimaal de BOS opleiding afgerond. De organisatie stimuleert en werft deelnemers voor het volgen van een BOS opleiding.

Materialen

  • De handleiding Scholencompetitie zaalvoetbal voortgezet onderwijs is beschikbaar als onderdeel van de starterskit jeugdzaalvoetbal (zie bijlage). Deze handleiding neemt de vereniging stap voor stap mee in het proces de scholencompetitie te organiseren en bevat zowel een hardcopy component, als een USB stick met handige documenten, o.a. promotiemateriaal als bijvoorbeeld flyers, posters, certificaten en pamfletten. In de handleiding zijn drie fasen te onderscheiden:
    o Voorbereiding: een vereniging krijgt hierin uitleg hoe een scholencompetitie op te zetten en welke externe partners zij hierbij moeten betrekken;
    o Uitvoering: stapsgewijze beschrijving hoe de interventie op operationeel gebied uitgevoerd moet worden;
    o Continuering: hierin wordt beschreven hoe de competitie geëvalueerd moet worden, en eventueel verbeterd kan worden.

In de handleiding wordt ook uitgelegd hoe verschillende doelgroepen benaderd kunnen worden en wat belangrijke beweegredenen zijn voor verschillende doelgroepen om deel te nemen.

  • Evaluatieformulieren: een vereniging voert een onderzoek uit onder deelnemers en betrokkenen met als doel de interventie continu te verbeteren;
  • KNVB module ‘Wij Krijgen Voetballes’ voor het VO. Met dit lespakket, dat is ontwikkeld voor scholen, kunnen docenten LO voetballessen verzorgen op school. Het lespakket bevat leskaarten die direct in de les kunnen worden ingezet en waarmee introductielessen worden gegeven.

Belangrijke documenten

Printen Uitgebreide beschrijving (pdf)