Terug naar overzicht

School en voetbal

Aanleiding

Niet altijd is een lidmaatschap van een voetbalvereniging vanzelfsprekend. In sommige gevallen kan de stap te groot zijn. De fysieke afstand tot de vereniging is te groot, de financiële gezinssituatie of de ouders zijn niet bekend met het verenigingsgevoel. De school kan in deze gevallen perfect fungeren als verbindende schakel. In iedere wijk zijn scholen en derhalve is dat de plek bij uitstek om kinderen en ouders te bereiken. Het aanbieden van kennismakingsactiviteiten is een manier om de kinderen te laten kennismaken met voetbal en met (de trainers van) de vereniging. Kinderen worden geënthousiasmeerd om te gaan voetballen en ouders worden uitgenodigd bij de diverse activiteiten. De vereniging heeft een mogelijkheid zich wat meer naar buiten te richten en zich te presenteren, waardoor weer een relatie met de school en dus de wijk ontstaat en het aantal jeugdleden weer kan gaan groeien.

School & Voetbal

School & Voetbal is een traject waarmee voetbalverenigingen voetbalparticipatie van jongens en meisjes in de leeftijd van 6-12 in achterstandswijken kunnen vergroten, binding met de scholen en de buurt kunnen vergroten en jeugdleden kunnen werven. Met School & Voetbal kunnen jongens en meisjes van de basisschool op een speelse manier kennismaken met het voetballen en met de (zaal)voetbalvereniging in de buurt. De voetbalvereniging en de school werken samen om kinderen te laten ervaren hoe leuk het is om te voetballen en om lid te zijn van een voetbalvereniging. Bij de uitvoering kan gebruik worden gemaakt van ondersteuning op maat vanuit de KNVB.

Drie fases

Een traject School & Voetbal bestaat uit drie fases.

  • In de eerste fase geven trainers van de vereniging voetbaltraining op de school binnen de gymles.
  • In de tweede fase worden de kinderen uitgenodigd om deel te nemen aan naschoolse voetbalactiviteiten. Deze vinden direct na schooltijd plaats in de omgeving van de school; dit kan zijn op een Playground, een KNVB Cruyff Court of een gymzaal/sporthal.
  • In fase drie nemen de kinderen deel aan proeftrainingen bij de vereniging.

Uitvoering

Iedere fase wordt verzorgd door trainers van de voetbalvereniging en/of buurtsportcoaches. Een School & Voetbaltraject duurt tien weken. Deelnemende verenigingen ontvangen een School & Voetbal lespakket, dat in samenwerking met SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling) is ontwikkeld voor leerlingen in het basisonderwijs. Trainers en buurtsportcoaches kunnen daarnaast deelnemen aan een workshop, waarin praktische handvatten worden geboden om met de aanpak aan de slag te gaan.

Probleembeschrijving

In 2005 verscheen de nota Tijd voor Sport van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van VWS, 2005). Met de pijler Meedoen wilde het toenmalige kabinet ondermeer bereiken dat alle groepen participeren in sport. Onderdeel van deze pijler was het programma Meedoen alle jeugd door sport 2006-2010 (verder Meedoen). Daarin wordt de nadruk gelegd op het bevorderen van sportdeelname van jeugd in achterstandswijken (met speciale aandacht voor allochtone jeugd).

Geinspireerd door en met subsidie uit het programma Meedoen is door de KNVB ‘School & Voetbal’ ontwikkeld om de achterstand in sportparticipatie van deze kwetsbare jongens en meisjes in te lopen.

Achterstand sportdeelname

Een belangrijk startpunt van het programma Meedoen was de lagere sportdeelname van allochtonen in vergelijking met autochtonen. Allochtone jongens sporten meer dan allochtone meisjes, met name in verenigingsverband. Uit onderzoek naar beweeggedrag in achterstandswijken blijkt dat 4% van de autochtone en 3% van de allochtone stadskinderen van 6 tot 11 jaar de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) te halen (De Vries & Bakker, 2007).

Continuering van het beleid om regelmatig sporten te stimuleren is gewenst, zeker voor allochtonen, ouderen, lagere sociaaleconomische groepen en gehandicapten (Rapportage Sport, 2008).

Ervaren en ervaringen

Om deze verschillen in sportdeelname te verkleinen is het van belang dat vooral de allochtone jeugd in aanraking komt met sport en in het bijzonder met verenigingssport. Zonder ervaring is de stap om lid te worden van een vereniging groter (Tangen, 2004). Ouders spelen hierbij een belangrijke rol: kinderen van ouders die zelf sporten of van ouders die hun kinderen in aanraking laten komen met sport, zijn eerder geneigd om te gaan sporten (Elling, 2007a; Hoekman 2009). Allochtone ouders en autochtone ouders hebben als gevolg van de eigen ervaringen een ander beeld bij sportbeoefening. Autochtone ouders zijn opgegroeid met de verenigingscultuur en willen dat hun kind ook meegeven. Voor allochtone ouders gaat dit niet op. Voor hen was sport veelal gekoppeld aan onderwijs of iets dat op straat werd gedaan (Hoekman, Kemper, Frelier, Breedveld, 2010).

Stereotype sportbeelden

Bepaalde sporten hebben meer aantrekkingskracht op mensen uit lagere sociale klasse en op allochtonen dan andere sporten. Voetbal kan profiteren van kenmerken als de fysieke kracht en onderlinge strijd, gekoppeld aan mannelijke kameraadschap, die met name deze groepen aanspreken (Elling, 2007b). Niet-westerse allochtonen zetten eerder een stap naar sporten met een gekleurd imago, zoals voetbal. Hierbij spelen rolmodellen (topsporters met een vergelijkbare etnische achtergrond) een belangrijke rol (Elling & Knoppers, 2005).

De sportsocialisatie van allochtone meisjes lijkt vooral te lopen via mannelijke familieleden. Dit zou de relatief hoge participatie van allochtone meisjes aan traditionele mannensporten, zoals voetbal en vechtsporten, kunnen verklaren (Elling, 2007b).

Jeugdafdeling bij verenigingen

Daarnaast is de omgeving van een vereniging soms dusdanig veranderd dat er weinig binding is met de wijk of met een bepaalde buurt. Ook blijkt dat in vooral stedelijke gebieden er verenigingen zijn met relatief weinig jeugdleden. Om het bestaansrecht van een vereniging te vergroten is het belangrijk dat het aantal jeugdleden weer toeneemt.

In dorpen en kleine steden waarvan oudsher een relatie bestaat met de vereniging is dit probleem minder urgent.

Opbrengsten van Meedoen

De sportbonden en –verenigingen die hebben deelgenomen aan het programma Meedoen hebben een grote ledengroei, terwijl andere bij NOC*NSF aangesloten sportbonden een gelijk blijvende of licht dalende ontwikkeling laten zien. Meer specifiek voor de KNVB, door ondermeer de inzet van het programma School en Voetbal, was er sprake van een toename met gemiddeld 48 nieuwe jeugdleden per vereniging. Belangrijke lessen van Meedoen voor wat betreft de inhoud van succesvolle aanpakken, bleken onder andere:

  1. ondersteuning bij de uitvoering op verenigingsniveau
  2. kaderontwikkeling
  3. kennismakingsactiviteiten op school in de buurt
  4. etrokkenheid allochtone ouders en vrijwilligersinzet
  5. beperkte kosten lidmaatschap, samenwerking Jeugd Sport Fonds (Hoekman, Elling, Roest, Rens, febr. 2011).

Belang van sportparticipatie

Een goede manier om structurele sportdeelname te bevorderen is sporten bij een vereniging: sportverenigingen en andere lokale sportaanbieders kunnen in elke wijk in Nederland sportactiviteiten aanbieden die aansluiten op de behoefte van de inwoners van die wijk. De sportbonden en NOC*NSF en hebben in de Sportagenda 2016 de ambitie uitgesproken om de sportparticipatie te verhogen. Dit betekent: (1) meer mensen (2) vaker (3) actief te laten sporten (4) gedurende een langere periode in hun leven. De focus ligt hierbij op behoud van sporters voor de sport en op werving van mensen die niet (meer) sporten. De behoefte van de sporter staat daarbij altijd centraal.

School en Voetbal draagt bij aan het behalen van deze participatiedoelstelling.

School en Voetbal is ontstaan vanuit het programma Meedoen en heeft zijn waarde bewezen in met name de aandachtswijken waar sportparticipatie achterblijft. School en Voetbal beoogt het aantal structurele jeugdvoetballers (6-12 jaar) verder te verhogen (jongens én meisjes).

47% van de basisschoolleerlingen doet aan teamsport. De meest populaire teamsport onder deze doelgroep is voetbal. 33% van de 6-11 jarige sporters voetbalt. Met name in achterstandswijken en in gezinnen met een Lage Sociaal Economische Status (L-SES) blijft de sportdeelname van kinderen achter (Tiessen-Raaphorst, april 2010). Daarom wordt School & Voetbal vooral uitgevoerd in achterstandswijken en -gebieden.

Doelgroepen

De einddoelgroep van de interventie is: kinderen (jongens én meisjes) van de groepen 3 t/m 8 van basisscholen in achterstandswijken en -gebieden, in de leeftijd van 6 t/m 12 jaar.

Subdoelgroepen;

  • Ouders;
    worden bereikt via de veilige omgeving van de school en maken kennis met de trainers en de club. Zij worden uitgenodigd om bij de diverse activiteiten aanwezig te zijn en waar mogelijk mee te helpen met de organisatie.
  • Leerkrachten;
    worden betrokken bij de uitvoering en spelen een belangrijke rol in de communicatie richting ouders en kinderen en natuurlijk in het stimuleren van de leerlingen om deel te nemen.

Intermediaire doelgroep

Uitvoerders;
Uitvoering van het programma School & Voetbal onder schooltijd kan verzorgd worden door;

  • Trainers van de voetbalvereniging
  • Buurtsportcoaches, combinatiefunctionarissen
  • Vakleerkrachten en groepsleerkrachten

Uitvoering van het programma School & Voetbal na schooltijd kan verzorgd worden door;

  • Trainers van de voetbalvereniging, of door
  • Buurtsportcoaches, combinatiefunctionarissen

De (proef)trainingen bij de verenigingen worden verzorgd door de trainers van de voetbalvereniging, eventueel in samenwerking met buurtsportcoaches of combinatiefunctionarissen.

Organisaties;

  • de vereniging
  • de basisschool, basisscholen
  • gemeente

De vereniging is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma School & Voetbal. Zij maakt de afspraken met de school. De school stelt lesuren beschikbaar voor de uitvoering van de voetballessen en informeert ouders en kinderen.

De gemeente is belangrijk aangezien zij de coordinatie doet van de sportstimuleringsprogramma’s op scholen en daarom School & Voetbal in kan plannen in het schema. Zij regiseren het aanbod richting scholen, soms in de persoon van de combinatiefunctionaris.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het doel van het programma School & Voetbal is het bevorderen van voetbalparticipatie van jongens én meisjes in achterstandswijken, in de leeftijd van 6–12 jaar.

Concreet betekent dit het streven dat tenminste 5% van de kinderen die meedoen aan School & Voetbal, een maand na afloop van het traject, lid is geworden van de voetbalvereniging en wekelijks deelneemt aan trainingen en aan de competitie.

Subdoel

  • grotere jeugdafdelingen bij voetbalverenigingen;
  • verbeteren van de kwaliteit van het voetbalaanbod voor jeugd 6-12;
  • structurele samenwerking tussen de voetbalvereniging en de basisschool/-scholen in de wijk (schoolactieve verenigingen);
  • grotere betrokkenheid van kinderen en hun ouders bij de vereniging;

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Een School & Voetbaltraject blijft altijd maatwerk, afgestemd op de lokale mogelijkheden, doelstellingen en doelgroep. Een gemiddeld traject duurt ongeveer tien tot twaalf weken.

Fase 1 à 4 weken binnenschools

Fase 2 à 3/4 weken naschools

Fase 3 à 3/4 weken bij de vereniging

De activiteiten in fase 1 zijn altijd onder schooltijd, tijdens de gymles. De lessen binnenschools duren gemiddeld 45 minuten. Naschools (fase 2) worden de activiteiten in de buurt van de school georganiseerd, dit kan zijn op het plein, in de gymzaal, maar ook op een Cruyff Court of een Richard Krajicek Playground. In fase 3 vinden de activiteiten plaats op de accommodatie van de club. Activiteiten naschools en bij de vereniging duren meestal 60 minuten.

De omvang van een School & Voetbaltraject is erg wisselend. Zo kan er gekozen worden om alleen met groep 3 te gaan werken qua kennismaking, maar natuurlijk ook voor alle groepen (3 t/m 8). Ook qua samenwerking met scholen kan dit variëren: samenwerking met één school of met meerdere scholen.

De in de docentenhandleiding beschreven lessenreeks gaat uit van 4 lessen per klas. Afhankelijk van hoe de activiteiten ‘lopen’ kan eenzelfde les meerdere malen worden herhaald. Op de website http://trainers.voetbal.nl zijn extra voetbalspellen te vinden om de reeks naar wens uit te breiden. De duurt en intensiteit zijn dus erg afhankelijk van de lokale uitvoerder. De lesmap gaat echter uit van 4 te geven lessen van ongeveer 45 minuten. In samenwerking met de sportvereniging kunnen een aantal van deze lessen (maar evengoed extra lessen) worden verzorgd bij de vereniging of op een andere locatie na en buiten school. De intensiteit is als die van een ‘normale’ gymles op school.

Locaties en Uitvoering

In de eerste fase is de basisschool de setting. De kennismaking vindt plaats op school, waar de einddoelgroep zich bevindt en makkelijk te bereiken is. De leerlingen zitten er immers toch en het is mogelijk aan te haken bij het reguliere lesprogramma door een aantal gymlessen over te nemen. Vervolgens tijdens het verdiepen worden de activiteiten in de buurt van de school voortgezet, om de stap zo klein mogelijk te maken. Indien de vereniging vlakbij is, betekent het dat daar de vervolgactiviteiten plaatsvinden. Wanneer die afstand groter is kan er voor worden gekozen de activiteiten te verzorgen in de gymzaal, een trapveldje of bijvoorbeeld een Playground of Cruyff Court. Na deze fase worden de kinderen toegeleid naar de vereniging, alwaar wordt kennis gemaakt met de vereniging, in een poging de leerlingen daar lid van te laten worden.

Voetbalverenigingen, basisscholen (brede scholen /, scholen voor primair onderwijs), de gemeente, combinatiefunctionarissen en buurtsportcoaches.

Mogelijke andere partijen zijn o.a.; het welzijnswerk, de buitenschoolse opvang (BSO) en de ongeorganiseerde sport.

Qua uitvoering is de relatie tussen vereniging en school de spil. De gemeente is vooral van belang als het gaat om afstemming aan de voorkant en zodoende aan te sluiten bij de sportstimuleringsprogramma’s. Ook kan uit een buurtscan blijken dat voor een bepaalde wijk School & Voetbal ingezet kan worden om de sportdeelname te verhogen. In dat geval kan ook de gemeente het initiatief nemen. De zogenaamde ‘andere partijen’ zijn vooral belangrijk voor het leggen van verbindingen in de naschoolse fase, in de wijk.

Ondersteuning

Deskundigheidsbevordering/Cursus KNVB

Om de kwaliteit van uitvoering te vergroten en het verenigingskader te ondersteunen is er deskundigheidsbevordering voor de trainers van de vereniging en/of de buurtsportcoaches in de gemeente. Het is een praktische workshop die de deelnemers meeneemt in de gehanteerde methodiek en praktische handvatten biedt om aan de slag te gaan.

‘Coaching on the job’

Naast de algemene deskundigheidsbevordering is het in bepaalde gevallen ook mogelijk dat er ‘coaching on the job’ wordt verzorgd door een KNVB-docent.

Algemene ondersteuning KNVB

Lokaal kan er ondersteuning worden geboden om de samenwerking met het onderwijs op te zetten. Naast de lesmap is er documentatie beschikbaar ter ondersteuning zoals; voorbeeldbrieven, een activiteitenplan en draaiboeken voor activiteiten.

Materialen

Materiaal voor afnemer:

Projectbeschrijving: programmaplan ‘School en Voetbal’

Evaluatie rapportage voor vereniging

Activiteitenplan ter bevordering van de samenwerking school/vereniging

Flyer ‘School & Voetbal’

Lesmap ‘Wij krijgen voetballes!’, met daarin: uitgebreide handleiding voor docent/trainer, handzame boekjes met de lesvoorbereidingen, DVD met beeldmateriaal ter ondersteuning.

Ook heeft de KNVB een speciaal (kindvriendelijk en veilig) materialenpakket samengesteld, die het beschikbaar stelt aan de verenigingen. Hierin o.a. zaalballen, foamballen, foamblokjes, pionnen en hoedjes.

Belangrijke documenten

Printen Uitgebreide beschrijving (pdf)