Terug naar overzicht

Schoolsportvereniging

Met het concept de Schoolsportvereniging werken scholen en sportverenigingen samen om het sportaanbod dichter bij de woon- en leefomgeving van de kinderen te brengen met als ultiem doel structureel en duurzaam sporten middels een lidmaatschap bij een sportvereniging.

Trainers van de sportverenigingen verzorgen direct na schooltijd trainingen op school of in de buurt. Hiermee wordt de drempel om te sporten zo laag mogelijk gemaakt om vervolgens de stap naar de locatie van de sportvereniging minder groot te maken.

Kinderen beginnen met enkele proeftrainingen om kennis te maken met het sportaanbod om vervolgens lid te worden van de vereniging. Ze kunnen maximaal twee jaar binnen de schoolsportvereniging een sport beoefenen. Daarna moeten ze doorstromen naar het reguliere aanbod van de vereniging.

Probleembeschrijving

Voor het ontstaan van de interventie moeten we meer dan 10 jaar terug. In 2004 geeft de Rotterdamse GGD middels haar jeugdmonitor een signaal af aan verschillende basisscholen in de deelgemeente Feijenoord dat van de leerlingen 22% ‘te dik’ is. Dit ligt ver boven het landelijke gemiddelde van 13 à 14% dat al als alarmerend wordt omschreven. Oorzaken hiervan liggen onder andere in het feit dat de mogelijkheden voor buiten spelen en sporten in deze deelgemeenten minimaal zijn. Verder zijn de ouders vrijwel niet betrokken bij de gezondheid van hun kinderen en geven in onvoldoende mate impulsen om te gaan sporten. De omgeving van de doelgroep motiveert niet tot een actieve levensstijl.

Georganiseerd sporten lijkt in deze wijken de oplossing. Er is echter een te hoge drempel voor de kinderen en ouders in deze wijken om lid te worden van een sportvereniging. Dit komt onder andere doordat de verenigingen en hun accommodaties naar de rand van de stad zijn verdrongen en hierdoor niet meer in elke wijk terug zijn te vinden. Het verenigingsleven maakt geen vanzelfsprekend onderdeel meer uit van de buurtcultuur.

In veel wijken had dit tot gevolg dat slechts 10% van de kinderen in de basisschoolleeftijd lid waren van een sportvereniging en structureel sporten. Niet alleen de fysieke afstand naar de verenigingen maar ook in de beeldvorming is te groot om in één keer te willen overbruggen. Om de sport en sportverenigingen weer terug te brengen in de leefomgeving van deze kinderen is de Schoolsportvereniging ontwikkeld.

Het probleem van een lage sportparticipatie en grote afstand tot het verenigingsleven is niet iets eigens van Rotterdam (Tiessen-Raaphorst, 2015). Daarnaast is overgewicht bij kinderen in Nederland nog steeds een probleem: in 2015 heeft 12% van de kinderen van 4-12 jaar overgewicht (Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2015). Ook andere steden of plaatsen in Nederland kunnen dus via de interventie sport en bewegen dichter bij de leefomgeving van de kinderen brengen.

Doelgroepen

De schoolsportvereniging is gericht op kinderen uit wijken waar geen (of nauwelijks) sportverenigingen zijn gevestigd en de sportparticipatie laag is. Het concept richt zich op kinderen uit de basisschoolleeftijd. De training die de verenigingen verzorgen zijn voor kinderen uit de groepen 3 tot en met 5. Kinderen uit de groepen 6 tot en met 8 kunnen wel kennismaken met het aanbod maar stromen daarna direct door naar het aanbod op de vereniging. In de praktijk is het grootste deel van de kinderen van niet-westerse afkomst. Veelal gaat het ook om kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal economische status.

Intermediaire doelgroep

Voor het duurzaam laten sporten van een kind bij een vereniging is een goede samenwerking nodig tussen de school, vereniging en ouders. De gymdocent en tevens coördinator van de schoolsportvereniging enthousiasmeert en werft kinderen om te gaan sporten. De docent geeft ook uitleg aan de ouders over het proces van de Schoolsportvereniging. Trainers van de verenigingen komen naar de school en verzorgen wekelijks een training. Zij zijn de directe lijn met de kinderen als het gaat om het aanbrengen van sportieve en sociale vaardigheden via sport. Tevens is het aan de trainers om ouders bekend te maken met het verenigingsleven.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Kinderen in de basisschoolleeftijd die wonen en leven in sportarme wijken gaan structureel sporten middels lidmaatschap bij een sportvereniging. Er wordt gevarieerd sportaanbod aangeboden op school of in de eigen wijk. Dit wordt georganiseerd en gegeven door verenigingen waarbij school een centrale rol vervult en wat uiteindelijk leidt tot doorstroming naar regulier aanbod. Uiteindelijk moet dit de integratie en leefbaarheid in de wijk verbeteren.

Subdoel

Nevendoelstellingen voor de einddoelgroep

  • Kinderen in sportarme wijken gaan meer bewegen en verminderen daardoor hun (over)gewicht.
  • Kinderen in sportarme wijken ontwikkelen (meer) sociale competenties.

Nevendoelstellingen voor de intermediaire doelgroep

  • Ouders van kinderen in sportarme wijken worden geïnformeerd over en betrokken bij de sportvereniging(en) in hun wijk om zo de doorstroming van de kinderen richting de sportvereniging te bevorderen.

Het Verwey-Jonker Instituut heeft de deze nevendoelstellingen in hun vier jarig onderzoek naar de effecten van de schoolsportvereniging onderzocht (https://issuu.com/rdsportsupport/docs/rapport_veilig_sporten_in_de_buurt).

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Middels een schoolsportvereniging kan het hele jaar gesport worden met uitzondering van periodes als een winterstop en vakanties. Er worden vijf sporten aangeboden van maximaal twee uur per sport. De trainingen zelf zijn direct na schooltijd op of in de buurt van de school. De kinderen krijgen wekelijks een training van een uur. Per trainingsuur doen minimaal 8 kinderen mee. Het maximum is afhankelijk van de sport en locatie. Dit varieert tussen de 12 en 20 kinderen.

Wanneer de kinderen doorstromen naar de verenigingslocatie worden ze volledig opgenomen in het reguliere aanbod. Meestal gaan ze dan wel op andere tijden trainen en vaker of langer. Bij diverse sporten worden naast trainingen ook andere activiteiten georganiseerd (bijv. deelname aan reguliere competitie, opzet toernooi).

Aanvullend worden activiteiten georganiseerd om de doorstroom te bevorderen. Zoals een bezoek aan de verenigingslocatie of aansluiten bij een feestmoment op de club. Via de trainers komen de kinderen al snel wekelijks in aanraking met de vereniging.

De volgende stappen worden doorlopen:

  • Inrichten projectorganisatie
  • Selecteren van scholen
  • Coördinator aanstellen
  • Behoeftepeiling onder de leerlingen
  • Selecteren van verenigingen
  • Organiseren van proeftrainingen
  • Betrekken van ouders
  • Verzorgen structureel sportaanbod
  • Stimuleren doorstroom naar de vereniging
  • Eventueel organiseren van extra activiteiten

Locaties en Uitvoering

De schoolsportvereniging neemt diverse drempels weg die kinderen kunnen hebben richting een lidmaatschap bij een verenging. Onder meer de fysieke afstand naar de vereniging en bekendheid met het verenigingsleven. De interventie komt het best tot zijn uiting in wijken met een lage sportparticipatie onder kinderen in de basisschoolleeftijd en beperkte sportaanbieders. Het sporten kan zowel binnen als buiten gedaan worden. Een locatie in de buurt is wel een must. Bijvoorbeeld de gymzaal van de school of een grasveldje om de hoek. Dit maakt het toegankelijk aangezien hun eigen omgeving bekend is en vertrouwd aanvoelt. Tevens wordt hiermee gewerkt aan de integratie en leefbaarheid van de wijk.

De schoolsportvereniging in Rotterdam is een samenwerking van een aantal verschillende lokale partijen. De belangrijkste partners in de uitvoering zijn de basisscholen en sportverenigingen. Andere sportaanbieders kunnen ook het aanbod verzorgen zolang ze maar in staat zijn om het kind ook na de schoolsportvereniging structureel en duurzaam sportaanbod aan te kunnen bieden. Scholen zijn belangrijk als ingangspunt naar de doelgroep en voor de coördinerende rol van de gymdocent. Om de overkoepelende organisatie te kunnen coördineren en betrokken partijen te ondersteunen is een professionele partner nodig. Rotterdam Sportsupport neemt deze rol op zich in Rotterdam.

Ondersteuning

De kern van het opzetten van een nieuwe schoolsportvereniging begint met het in kaart brengen van de situatie. Is er daadwerkelijk behoefte aan het concept. Wanneer dat is vastgesteld is het zaak om op zoek te gaan naar juiste partners. Enthousiasme, organisatorische betrouwbaarheid en bereidheid om samen aan de slag te gaan met een maatschappelijk probleem zijn belangrijke kernmerken voor alle partners. Vanuit hier kan verder gekeken worden naar de invulling van het daadwerkelijke aanbod. Hier komen ook praktische zaken aan bod zoals welke sporten worden aangeboden en welke locaties kunnen gebruikt worden. Vervolgens moet de doelgroep kennis gaan maken met zowel het concept als het sportaanbod zodat je kunt gaan toewerken aan de instroom. Zodra alles eenmaal loopt moet door alle partijen gewerkt worden aan de doorstroom en het finetunen van het concept.

Materialen

De interventie is lastig uit te voeren op basis van alleen een handleiding. Samenwerking en afstemming met Rotterdam Sportsupport zijn belangrijk voor een goede uitvoering. Er zijn dan ook geen vrijblijvende hulpmiddelen zoals een handleiding of communicatiemateriaal beschikbaar om andere partijen zelfstandig aan de slag te zetten. Uiteraard is Rotterdam Sportsupport wel bereid om vragen te beantwoorden of mee te kijken naar een passende oplossing om een succesvolle schoolsportvereniging op te zetten in een nieuwe gemeente. Indien nodig kan er gekeken worden naar bijvoorbeeld een intensievere samenwerking om de interventie goed te lanceren.

Belangrijke documenten

Printen