Terug naar overzicht

Special Heroes

Special Heroes programma

Special Heroes wil kinderen en jongeren (van 6-19 jaar) met een handicap zelf laten ervaren hoe leuk sporten en bewegen kan zijn. De leerlingen in het speciaal basisonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs staan dan ook centraal en de school vormt de spil in de aanpak. Special Heroes is een landelijk programma met regionale projectleiders in alle regio’s van het land. Het programma wordt in nauwe samenwerking met scholen, lokale sportaanbieders en gemeenten uitgevoerd. Het uiteindelijke streven is dat de leerlingen in hun vrije tijd bij een sportvereniging gaan sporten en bewegen, net als hun leeftijdsgenoten zonder handicap.

Probleembeschrijving

Kinderen en jongeren met een handicap in het speciaal onderwijs bewegen en sporten minder dan hun leeftijdsgenoten zonder handicap en zijn minder vaak lid van een sportvereniging. Recent onderzoek onder ouders van leerlingen met een verstandelijke, lichamelijke en/of meervoudige handicap op cluster 3-scholen (scholen met leerlingen met een lichamelijke, verstandelijke en/of meervoudige handicaps en/of langdurig zieke leerlingen) laat zien dat ongeveer een derde van deze leerlingen niet aan sport doet (Van Lindert en Van den Dool, 2011). Onder kinderen en jongeren in het regulier onderwijs is het percentage niet-sporters veel lager, namelijk vijf procent (zie ook figuur 1). Van de cluster 3-leerlingen is 46 procent lid van een sportvereniging, tegenover ongeveer 70 procent van de kinderen in het regulier onderwijs.

Onderzoek naar de effecten van lichamelijke activiteit dan wel risico’s van inactiviteit voor kinderen en jongeren met een handicap is nauwelijks voorhanden. Toch is het aannemelijk dat de positieve effecten van bewegen en sport ook gelden voor deze groep. Immers: “Sport en bewegen voorziet ieder individu, met welke kenmerken dan ook, in een fundamentele behoefte aan individueel welzijn” (Kobes & De Vries, 2004). Ook de risico’s van inactiviteit zijn waarschijnlijk vergelijkbaar met die bij mensen zonder handicap. Denk hierbij aan overgewicht. Gehandicapte kinderen hebben relatief vaker te maken met overgewicht en obesitas dan kinderen zonder handicap. Bijna een kwart van de cluster 3-leerlingen (6-19 jaar) heeft overgewicht (20%) of obesitas (4%) tegenover veertien procent van de kinderen en jongeren in het regulier onderwijs (5-14 jaar) (Sportersmonitor 2010). Kinderen en jongeren met een handicap neigen daarnaast meer naar lichamelijke inactiviteit (niet bewegen of sporten) dan jongeren zonder handicap.

Ook is bekend dat kinderen met een handicap vaak moeilijker aansluiting vinden bij de sportvereniging in de buurt. Bewegen is echter wel een goede manier om in contact te komen met andere kinderen. Sociaal isolement kan een gevolg zijn van een lagere sportdeelname in verenigingsverband voor kinderen en jongeren met een handicap. Deelname aan sport (via een sportvereniging) kan de integratie van kinderen met een handicap in de maatschappij bevorderen. Zij krijgen hiermee de kans om buiten schooltijd en de thuissituatie contacten op te doen met leeftijdsgenoten. Voor leerlingen in het speciaal onderwijs is het deze mogelijkheid tot het maken van contacten buiten schooltijd bovendien extra belangrijk omdat zij lange dagen maken vanwege het vervoer in busjes van en naar school.

Doelgroepen

Het programma Special Heroes heeft als einddoelgroep leerlingen in het speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs in de leeftijd van 6 tot en met 19 jaar.

Intermediaire doelgroep

Onderwijsinstellingen:

De school is de spil in de aanpak van Special Heroes. Binnen school zijn de directie/ het management, de groepsleerkracht en de vakleerkracht lichamelijke opvoeding of wanneer aanwezig de combinatiefunctionaris, betrokken. De vakleerkracht of combinatiefunctionaris organiseert, in samenwerking met de regionaal projectleider van Special Heroes, in de lokale en/of regionale omgeving van de school een intensieve samenwerking met sportverenigingen en sport- en beweegaanbieders.

De focus ligt op cluster 3-scholen (scholen met een lichamelijke, verstandelijke en of meervoudige handicaps en langdurig zieke leerlingen) en cluster 1-scholen (scholen voor leerlingen met een visuele handicap en leerlingen met een visuele handicap in combinatie met een meervoudige beperking). Tijdens de programmaperiode vinden ook pilots plaats in de clusters 2 (scholen voor dove, slechthorende leerlingen en leerlingen met ernstige spraakmoeilijkheden) en 4 (scholen voor leerlingen met ernstige gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen).

Sportverenigingen:

Aangezien een van de doelen erop gericht is om leerlingen lid te laten worden van een sport- of beweegaanbieder is hiervoor binnen het programma ook gerichte aandacht. Door de opbouw van een netwerk en het ondersteunen van sportaanbieders bij hun specifieke vragen (deskundigheidsbevordering door ‘learning on the job’ en bijeenkomsten) zijn aanbieders ook daadwerkelijk in staat een goed aanbod te creëren voor de gehandicapte leerlingen.

Gemeenten: Om het programma te verankeren is het belangrijk dat de gemeente het programma opneemt in het beweegbeleid van de gemeente en daarnaast de inzet van de combinatiefunctionaris faciliteert.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het doel van het programma Special Heroes is:

Door middel van een structurele inbedding van sport- en beweegactiviteiten binnen en buiten de school de sportdeelname van leerlingen in het speciaal onderwijs vergroten.

In dit doel zijn twee componenten te onderscheiden, namelijk:

a. Sportdeelname van leerlingen in het speciaal onderwijs vergroten. Deze component bevindt zich op het niveau van het individu, de leerling dus.

b. Structurele inbedding van bewegings- en sportactiviteiten binnen en buiten school realiseren. Deze component bevindt zich op organisatieniveau en betreft zowel de school als het aanbod.

Beide componenten zijn niet los van elkaar te zien en versterken elkaar.

Subdoel

Doelstellingen gericht op individueel niveau1:

Vergroten van de sportdeelname.

• Na 2 jaar deelname aan het programma heeft 80% van de leerlingen van de deelnemende scholen kennisgemaakt met Special Heroes.

• Na 2 jaar deelname aan het programma sport 70% van de leerlingen die met het programma heeft kennisgemaakt minimaal drie maal per week binnen of buiten school.

• Na 2 jaar deelname aan het programma is 55% van deze leerlingen lid van of staat ingeschreven bij een sport- of beweegaanbieder.

Neveneffecten:

• leerlingen leren samenwerken door sporten en bewegen (versterken sociale vaardigheden)

• leerlingen leren omgaan met winnen en verliezen (versterken persoonlijke eigenschappen)

• leerlingen breiden hun ‘leefwereld’ uit (snijvlak sociaal/persoonlijk)

• leerlingen bereiden zich voor op zinvolle invulling van hun vrije tijd

• leerlingen vergroten hun zelfvertrouwen, zelfbeeld (versterken persoonlijke eigenschappen)

Doelstellingen gericht op organisatieniveau1:

Structurele inbedding van beweeg- en sportactiviteiten binnen en buiten school.

• Op 1 juli 2012 hebben 166 scholen meegedaan aan het programma Special Heroes. Dit betreft zoveel mogelijk alle cluster 1- en 3-scholen en zes pilots in cluster 2 en 4.

• 75% van deze scholen implementeert het programma structureel:

• op deze scholen is een infrastructuur ontwikkeld om sport en bewegen ook na de programmaperiode een structurele plaats te geven.

• voor deze scholen worden door de gemeente, zo mogelijk, uren voor een combinatiefunctionaris ingezet.

Neveneffecten:

• bewustwording belang sport en bewegen op diverse niveaus binnen scholen

• sportaanbieders (beter) toerusten met betrekking tot de instroom van jongeren met een handicap.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Gedurende een schooljaar worden maximaal drie blokken van 2 – 6 weken gepland.

Gedurende een blok krijgen leerlingen gemiddeld 4 lessen van 50 minuten. Uit interviews met uitvoerenden (docenten / combinatiefunctionarissen) blijkt 3 á 4 binnenschoolse lessen vaak voldoende om de leerlingen een goed beeld te geven van wat de sport inhoudt. Een vakleerkracht: “Door de vierde les bij een vereniging te doen wordt dit voor de leerlingen interessant omdat dat voor veel leerlingen iets nieuws is” (Verduin, 2012).

Locaties en Uitvoering

Fase 1 van Special Heroes wordt op de school uitgevoerd (gymzaal, sportlocatie). Door sportactiviteiten in de schoolsetting aan te bieden maken leerlingen binnen hun vertrouwde schoolomgeving kennis met diverse sport- en beweegactiviteiten en kunnen ze ervaren hoe leuk dit is. Leerlingen in het speciaal onderwijs zijn over het algemeen enthousiast over de lessen bewegingsonderwijs op school.

Fase 2 wordt (deels) uitgevoerd op school en indien mogelijk buitenschools op de locatie van de sportaanbieder. Deelname aan sport via een sportvereniging kan de integratie in de maatschappij bevorderen van kinderen met een handicap. Zij krijgen hiermee de kans om buiten schooltijd en de thuissituatie contacten op te doen met leeftijdsgenoten.

Bij de uitvoering zijn de volgende partijen betrokken: Regionaal projectleider Special Heroes, onderwijsinstellingen (directie/management, vakleerkracht lichamelijke opvoeding of de combinatiefunctionaris), lokale sportaanbieders.

De programma-organisatie van Special Heroes werkt samen met de onderwijsinstellingen om draagvlak te creëren, een projectplan op te stellen en een jaarplanning te maken voor Special Heroes. De regionaal projectleider zorgt in samenwerking met de vakleerkracht LO voor de planning van activiteiten in het eerste schooljaar en de selectie van sportaanbieders voor de uitvoering van het binnenschools programma.

Ondersteuning

Op programma niveau:

De regionaal projectleider is lokaal beschikbaar voor coördinatie en overdracht. Daarnaast is een helpdesk en een website beschikbaar (info@specialheroes.nl en www.specialheroes.nl)

Op binnenschools niveau:

In fase 0 van het project krijgen de directies en vakleerkrachten met behulp van een powerpointpresentatie en een folder informatie van de programma-organisatie van Special Heroes over wat Special Heroes is. Daarnaast zijn de vakleerkrachten beschikbaar tijdens de binnenschoolse lessen om expertise direct en rechtstreeks over te dragen op de trainers van verenigingen (learning-on-the-job) en is de regionaal projectleider Special Heroes beschikbaar voor aanvullende vragen.

Op buitenschools niveau:

Tevens begeleidt en ondersteunt de regionaal projectleider/combinatie-functionaris de sportverenigingen bij organisatie en de uitvoering van een sportaanbod op de vereniging, kan de regionaal projectleider deskundigheidsbevorderingbijeenkomsten organiseren en worden vanuit de sportbonden opleidingen verzorgd.

Materialen

Beschikbaar materiaal (maart 2012)

– Format intentieverklaring

– Format samenwerkingsovereenkomst

– Handboek Special Heroes voor regionale projectleiders

– Handboek Special Heroes verenigingsondersteuning

– Folders Special Heroes, 2 versies

o versie gericht op cluster 1 & 3

o versie gericht op cluster 2 & 4

– Posters Special Heroes, 2 versies

o versie gericht op cluster 1& 3

o versie gericht op cluster 2 & 4

– Banieren

– Promotiewand

– Vlaggen

– Bidons

– Kladblokjes & pennen voor netwerkbijeenkomsten

– Leenpolo’s voor trainers op de scholen

– T-shirt voor deelnemers aan Special Heroes Day (sportdag)

– DVD Special Heroes

– Projectplan Special Heroes

– Evaluatierapport Special Heroes Groot Gelre (betrof eerste pilot)

– Procesevaluatie Special Heroes Groot Gelre (betrof eerste pilot)

– Communicatieplan

– Monitor Special Heroes in cluster 3 Startsituatie van deelnemende cluster 3scholen en hun leerlingen Te downloaden via: http://gehandicaptensport.nl/monitorprojecten

Belangrijke documenten

Printen Uitgebreide beschrijving (pdf)