Terug naar overzicht

Sport Zorgt

Een grote groep jongeren binnen de jeugdhulpverlening kan niet meekomen in regulier sportaanbod. Verschillende onderliggende, vaak zich in gedrag uitende problemen liggen hieraan ten grondslag. Sport Zorgt creëert voor deze groep sportaanbod waardoor ze met de juiste begeleiding van specifiek geschoolde vechtsportdocenten deel kunnen nemen aan sportactiviteiten. Maar Sport Zorgt doet meer. Vechtsport kent een eeuwenoude traditie in het begeleiden van sporters bij persoonlijke ontwikkeling. Verschillende pedagogische thema’s komen aan bod tijdens (verantwoorde) vechtsport beoefening. Sport Zorgt draagt bij aan een positieve gedragsverandering van jongeren binnen de thema’s weerbaarheid en agressieregulatie.

Probleembeschrijving

In Nederland maken bijna een kwart miljoen jongeren gebruik van jeugdzorg, waarbij 85% gebruik maakt van jeugdhulpverlening (CBS, 2015). Veel jongeren binnen de jeugdhulpverlening kunnen niet meekomen in het reguliere sportaanbod (Magnée & Veenhof, 2013). Sport heeft voor alle jeugd een positief effect op fysieke gesteldheid, toekomstige sportdeelname, gezondheid en schoolprestaties, ook voor jongeren met gedragsproblemen. Het kan bijdragen aan: 1) verbeteren van zelfvertrouwen en eigenwaarde, 2) verbeteren van de fysieke conditie en 3) stimuleren van sociale vaardigheden. Voor jongeren met gedragsproblemen kan het leiden tot positieve gedragsverandering zij het onder voorwaarden zoals het creëren van een veilige en aantrekkelijke omgeving. Ook is de is de rol van de coach zeer belangrijk. Competente en meer ervaren coaches zijn hiertoe vaak beter toe in staat dan beginnende en minder competente coaches (Boonstra e.a., 2010).

Sport Zorgt is ontstaan vanuit het in 2006 gestarte programma ‘Meedoen alle jeugd door sport’. Onderdeel van dit programma waren zorgtrajecten. Dit had het oogmerk de kenmerken van sport te benutten voor opvoedings- en integratiedoelen van jeugd. Uit het onderzoeksrapport (Buysse & Duijvestijn, 2011) blijkt dat zo’n driekwart van de deelnemende jongeren baat lijkt te hebben bij deelname aan sportzorgtrajecten op het gebied van zelfdiscipline, doorzettingsvermogen, samenwerking, zelfbeeld/ zelfvertrouwen, zelfbeheersing en agressieregulatie.

Sport Zorgt sluit aan op:

  • De Beleidsbrief sport “Sport en Bewegen in Olympisch perspectief” (VWS, 2011)
  • Meer beweging bij jeugd uit jeugdzorg stimuleren
  • Lokaal sportaanbod versterken (jeugdzorg en sport maken gebruik van elkaars expertise) ;
  • Stimuleren verbinding tussen sportverenigingen en publieke en private partners in de buurt (samenwerking sport en jeugdzorg);
  • Uitbreiding en verbreding van de regeling combinatiefunctionarissen
  • Herziening stelsel jeugdzorg: decentralisatie
  • Vergroot mogelijkheid voor gemeentelijke co- financiering/beleidsinbedding
  • Sluit aan bij de stelseldiscussie omdat door sportzorgtrajecten jongeren zoveel mogelijk binnen een normale maatschappelijke context hulp krijgen.

In de looptijd van ‘Meedoen’ hebben twee verschillende onderzoeken plaatsgevonden naar de effecten van vechtsportbeoefening (Elling & Wisse, 2010) en de inzet van vechtsport in de jeugdzorg (Buysse & Duijvestijn, 2011). Het onderzoek heeft sterk aannemelijk gemaakt dat de sport-zorgmethodiek – onder gestelde voorwaarden – een bijdrage kan leveren aan het verminderen van de (agressie- en weerbaarheid) problematiek van jongeren in de jeugdzorg. Ook bevordert vechtsport beoefening o.a. persoonlijke groei van deelnemers. De uitkomsten van deze onderzoeken vormen de uitgangspunten voor Sport Zorgt. Hiervoor is er een vernieuwde aanpak gekomen, waarbij er drie vormen van aanbod worden aangeboden.

Doelgroepen

De doelgroep bestaat uit jongeren (8 – 21 jaar) uit speciaal onderwijs en jeugdhulpverlening. Deze jongeren kunnen vaak niet ‘normaal’ meekomen in het aanbod van clubs. Speciale aandacht is er voor jongeren met agressie- of sociale weerbaarheidsproblemen. De doelgroep wordt geselecteerd met een beslissingsboom. Jongeren die in een justitieel traject zitten, vallen buiten de doelgroep.

Sport heeft belangrijke vormende waarden in zich, en deze zijn niet alleen belangrijk voor kwetsbare jongeren. De interventie is daarom niet alleen gericht op de primaire doelgroep. Voor iedere jongere in de wijk zitten er pedagogische thema’s in deze sporten. Deze jongeren worden bereikt via een wijksportuur.

Intermediaire doelgroep

Trainers. Minimaal één hoofdtrainer (minimaal opleidingsniveau is niveau 3 van de KSS in de eigen tak van vechtsport) wordt opgeleid tot docent weerbaarheid en agressieregulatie. Deze trainer zal de uitvoerende lessen verzorgen binnen de interventie en opgenomen worden in een intervisietraject.

Trainers werken samen met docenten en jeugdhulpverleners. Vanuit deze partners wordt de doelgroep bereikt en doorverwezen naar het uitvoerende aanbod. Hiervoor is een speciale Sport Zorgt beslissingsboom ontwikkeld. Deze beslissingsboom maakt het voor de partner(s) mogelijk om jongeren te selecteren en door te verwijzen naar het meest geschikte sportaanbod binnen de interventie.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Ten minste twee derde van de deelnemers, (12 – 21 jaar) uit de jeugdhulpverlening en het speciaal onderwijs heeft een positieve gedragsverandering na deelname aan de interventie.

Deze gedragsverandering wordt waargenomen vanuit het perspectief van jongeren, hulpverleners/docenten en trainers en stelt de deelnemers in staat weloverwogen en proportioneel te reageren op agressieve gedragsimpulsen en/of reageren op (vanuit de eigen beleving) bedreigende situaties.

Subdoel

Einddoelgroep

  • Deelnemers verhogen hun sociale weerbaarheid en/of kunnen hun agressie (beter) reguleren.
  • Het reguleren van agressie
  • Bij reguleren van agressie hebben we het over het terugdringen van agressieve gedragsproblematiek vanuit sociaalecologisch perspectief.
  • Aangezien de jongere deelneemt aan de interventie kunnen alleen de risicofactoren in de persoon direct aangepakt worden. Deze persoonlijk risicofactoren worden o.a. gevormd door:
  • Lage egoveerkracht
  • Hoge agressietolerantie
  • Lage impulscontrole
  • Tekort aan cognitief emotionele vaardigheden
  • Laag zelfvertrouwen
  • Antisociaal gedrag
  • Verhogen weerbaarheid
  • Voorkomen dat emotionele gedragsneigingen voorrang nemen op de meer systematische en regelgebaseerde behandeling van situaties. Hierbij komt aan de orde: het vooraf herkennen van potentieel gevaarlijke situaties, het tevoren plannen van handelingen die de kans op gevaar verkleinen, het onderkennen van emoties als ze optreden bij zichzelf en andere betrokkenen, het beteugelen van die emoties, en het gebruik van technieken die zo weinig mogelijk door emoties gestoord worden.
  • Deelnemers werken aan en verbeteren hun fysieke, mentale en sociaal-emotionele competentieontwikkeling.
  • Deelnemers verhogen hun zelfwaargenomen competenties bij het reguleren van agressie en reageren in bedreigende situaties.
  • Deelname van 30 jongeren uit jeugdhulpverlening/speciaal onderwijs aan de aanpakken ‘Vechtsport Plus’ en ‘Vechtsport met een Missie’ per jaar. Tussen beide aanpakken is geen onderscheid te maken in bereik. Belangrijke voorwaarde is dat de instroom op maat is. De partnerorganisaties selecteren de jongeren en verwijzen door naar het aanbod wat voor het individu het beste aansluit op de behoefte.
  • Deelname van 40-50 jongeren in de wijk per jaar.
  • Een deel van de deelnemers stroomt door naar het reguliere aanbod van de club.

Trainers in de vechtsport

  • Trainers volgen de opleiding tot docent weerbaarheid en agressieregulatie.
  • Trainers blijven zichzelf door ontwikkelen (beroepscompetentie ontwikkeling) door deelname aan intervisietrajecten.

Rand voorwaardelijk

  • Organiseren van de drie aanpakken in de lokale situatie.
  • Initiëren van een structurele samenwerking tussen sport en jeugdhulpverlening/(speciaal)onderwijs.
  • Verbeteren van de samenwerking van vechtsportclub(s) met organisaties die werken met kwetsbare jongeren.
  • Creëren van een veilige en verantwoorde vechtsportomgeving.
  • Creëren van een passend aanbod dat aansluit bij de wensen, behoeften en niveau van jongeren.
  • Verbeteren van het imago van de club en de pedagogische mogelijkheden van vechtsport.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

De volgende fasen worden doorlopen:

  • Voorbereidingsfase/organisatiefase (6 maanden)
  • Uitvoeringsfase (minimaal 12 maanden)
  • Evaluatiefase/borging (3 maanden)

De uitvoeringsfase kent 3 verschillende lestypen:

Vechtsport met een Missie

Bestaat uit een begeleidingstraject van 8 lessen met bij aanvang een intake en een eindevaluatie. Vanuit de eindevaluatie kan er in overleg met de betrokkenen gekozen worden voor een verlenging van het traject. De duur van een les is 1 uur. Maakt onderdeel uit van het behandelplan of het onderwijsprogramma. De intensiteit van het traject is in overleg met de jongeren en de partners.

Vechtsport Plus

Vindt plaats tijdens de reguliere lessen van de club. Op speciale uren wordt er een extra trainer aangesteld die de begeleiding van de doelgroep op zich neemt. Minimale omvang en intensiteit is 1 uur per week. Jongeren worden lid van de sportvereniging. De doorlooptijd van de ‘Plus’-begeleiding is afhankelijk van de behoefte aan extra begeleiding van de jongere. Zodra verwacht wordt dat de jongeren zonder extra begeleiding kunnen meedoen, zal in overleg met betrokkenen besloten worden dat doorstroming naar reguliere lessen mogelijk is.

Wijksport lessen

Het wijkaanbod heeft een omvang van 1 uur per week. Op een vast moment wordt het wijkuur georganiseerd.

Locaties en Uitvoering

Locatie: Lokale vechtsportaanbieder in de wijk/ stad

Bij de uitvoering zijn vier partijen betrokken:

1. De lokale vechtsportaanbieder; verantwoordelijk voor de uitvoering van de trajecten.

De vechtsportaanbieder levert de trainers die de lessen verzorgen en organiseert de drie aanpakken uit de interventie. Uit onderzoek (Elling & Wisse, 2010; Buysse & Duijvestijn, 2011) blijkt dat de rol en kwaliteit van de trainer essentieel is. In kwaliteitsbewaking wordt verder ingegaan op de randvoorwaarden voor de club en de trainer.

2. Het Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij; verantwoordelijk voor de kennisoverdracht, ondersteuning en kwaliteitsbewaking van de interventie.

3. Lokale jeugdhulpverleningsinstanties en/of (speciaal) onderwijsinstellingen; verantwoordelijk voor het doorverwijzen van de doelgroep aan de hand van de Sport Zorgt beslissingsboom en integreren van het aanbod in de begeleiding/ behandelplannen van de doelgroep.

4. Gemeente en buurtsportcoach; Stelt het lokale netwerk ter beschikking en is verantwoordelijk voor de toegeleiding van deelnemers naar het wijksport uur en promotie van de interventie onder wijkbewoners en lokale partners in de jeugdhulpverlening en speciaal onderwijs.

Uitgangspunt in de samenwerking tussen de verschillende partners is dat iedere partner bijdraagt op de eigen beschreven expertise. De consultant van het NIVM brengt de verschillende partijen bij elkaar en initieert de samenwerking.

Ondersteuning

Ondersteuning

Vanuit het NIVM wordt de interventie actief ondersteund door ervaren adviseurs. Binnen het ondersteuningstraject worden clubs, trainers en lokale partners begeleid bij het organiseren en uitvoeren van de interventie.

Voor de volledige interventie zijn handleidingen beschikbaar. Voor clubs is er een format voor een projectplan waarin alle lokale afspraken vastgelegd worden. De organisatievormen van de drie aanpakken staan daarin beschreven. De rol van lokale partners uit de jeugdhulpverlening en een Sport Zorgt beslissingsboom voor de doorverwijzing van jongeren zijn beschreven. Daarnaast ligt er een volledig opleidingstraject met handboek voor trainers klaar. Het invoeren van het Fight Right Keurmerk is gestandaardiseerd. Hiervoor is een keuringsprocedure, een adviesrapport en een handleiding voor clubs ontwikkeld.

Opleiding DWA (verplicht)

De opleiding tot docent weerbaarheid en agressieregulatie is geïntegreerd in de interventie. In deze opleiding wordt de kennis over de methode overgedragen.

Intervisie bijeenkomsten (verplicht)

De trainers die met de (nieuwe) doelgroep in een nieuw werkveld aan het werk gaan, worden gedurende twee jaar begeleid in 6 intervisie bijeenkomsten. Het werken in de jeugdhulpverlening staat centraal. Daarnaast worden ervaringen van de verschillende trainers gedeeld en besproken en is persoonlijke ontwikkeling van de docent een doel.

Materialen

De volgende materialen zijn beschikbaar voor de uitvoering van de interventie.

Fight Right

  • Keurrapport FRK
  • FRK quickscan (in kaart brengen huidige situatie en actiepunten bij aanvang)
  • Handboek FRK voor clubs
  • Beschrijving kwaliteitsregister vechtsport docenten 
  • Reglement FRK 

Opleiding

  • Eindtermen opleiding DWA
  • Cursusboek DWA
  • Lesvoorbereiding formulier themagericht lesgeven
  • Stageformulieren cursisten
  • Handboek FUNdamentals; het creëren van een sociaal pedagogisch klimaat

Interventie

  • Beslissingsboom
  • Informatie voor partners
  • Voorbeeld projectplan
  • Interventie beschrijving

Communicatie

  • Folder
  • Film en beeld

Evaluatie

– Sport Zorgt monitorinstrument

Belangrijke documenten

Printen