Terug naar overzicht

Sportclub als Buurthuis van de Toekomst

Het succesvolle project Sportclub als Buurthuis van de Toekomst uit Den Haag is landelijk ontwikkeld tot deze interventie. Sport voor iedereen, dichtbij huis en in de eigen leefomgeving draagt bij aan de volgende doelen:

  • Verhogen van sportparticipatie.
  • Versterken van de maatschappelijke betekenis van de sportaanbieder.
  • Verbeteren van de sociale cohesie in achterstandswijken.

Dit vraagt om een prominentere plaats van sport en de sportaanbieder in de samenleving. De sportaanbieder wordt steeds meer gezien als een ankerpunt in de maatschappij, een veilige plek waar mensen samenkomen: Sportclub als Buurthuis van de Toekomst.

Werken op basis van behoefte levert duurzame sportparticipatie
De doelgroep van de interventie zijn bewoners van alle leeftijden wonend in achterstandswijken rondom een sportaanbieder. Om in wijken met een sociale en maatschappelijke achterstand het belang van sport en bewegen op de agenda van bewoners te krijgen is het belangrijk om je te verdiepen in de wijk, de behoeftes te peilen en te onderzoeken waar de sportaanbieder kan aansluiten bij de leefstijl. Dit geeft de sportaanbieder nieuwe inzichten om aangepast sportaanbod te creëren. Om de sportparticipatie van wijkbewoners vervolgens duurzaam te verhogen is het noodzakelijk dat een sportaanbieder de wijkbewoners betrekt bij het samenstellen van het sport- en beweegaanbod en duurzame samenwerkingen aan gaat met lokale organisaties.

Buurtuis van de toekomst

De sportclub als buurthuis: een veilige plek waar mensen samenkomen
Sportaanbieders zijn geschikte organisaties om dit te bereiken. Aan de via de sport ontstane nieuwe verbindingen kan vervolgens meer maatschappelijke betekenis worden gegeven. Op die manier heeft vernieuwend sportaanbod niet alleen effect op de sport, maar wordt sport in een breder maatschappelijk kader getrokken. Via sport wordt dan ook vernieuwing toegepast op gerelateerde terreinen, zoals het vinden van (culturele) combinaties in de sport en het koppelen van sport aan maatschappelijke doelen.

Doel interventie:
Over een tijdspad van 1 jaar wordt, onder regie van een projectleider, toegewerkt naar Sportclub als Buurthuis van de Toekomst. De interventie bestaat uit drie fasen: voorbereiding, uitvoering en continuering. Het geeft de sportaanbieder zicht op:

  • Eigen sterktes en zwaktes, de uitdagingen en krachten van de lokale context.
  • Specifieke doelgroep(en). 
  • Geschikte (sport)activiteiten en wervingsmethodes. 
  • Lokale samenwerkingspartners om uiteindelijk tot duurzaam sportaanbod te komen.

De Sportbank (interventie-eigenaar) volgt op grote lijnen de uitvoering en ondersteunt de projectleider en sportaanbieder met verschillende middelen zoals een handleiding, meetinstrumenten, opleidingsdag en formats om mee te werken. Na afloop van de interventie verschuift de projectleider naar de achtergrond en neemt de buurtsportcoach het over, met ondersteuning van een sportclub in de Maatschappij bij de sportaanbieder.

Probleembeschrijving

Achterblijvende sport- en beweegparticipatie van mensen met een lage SES. De positie van kwetsbare groepen vraagt om aandacht. Het gaat hierbij om kenmerken als weinig inkomen, lage opleiding, geen werk en slechte gezondheid. Het aantal personen met een kwetsbaar kenmerk is na 2008 geleidelijk opgelopen naar bijna 25% (als percentage van de bevolking) in 2012 (Pommer & Van der Torre, 2013).

Sport- en beweegparticipatie van mensen met een lage sociaal economische status (SES) blijft achter ten opzichte van mensen met een hoge SES. Zo doen mensen uit armere gezinnen minder aan sport dan mensen uit rijkere gezinnen (Tiessen-Raaphorst, 2010). Tiessen en Raaphorst (2010) halen gebrek aan financiële middelen, beperkte sociale participatie van de ouders en een niet-westerse herkomst als belangrijke verklarende factoren aan voor achterblijvende sport- en beweegparticipatie en inactiviteit. Volgens Breedveld (2006) lijkt het er op dat niet zozeer het sportief kapitaal van ouders van belang is voor hun kinderen, maar vooral het sociaal kapitaal. Tot slot is de capaciteit van het sportaanbod in lage SES-wijken veelal beperkt en laat de kwaliteit van de sportvoorzieningen te wensen over (Duijvestijn 2007).

Lage sport- en beweegparticipatie en inactiviteit verhogen de kans op gezondheidsgerelateerde klachten, zoals hart- en vaatziekten, diabetes, depressie, bepaalde vormen van kanker (o.a. Hildebrandt et al., 1999; Hardman & Stensel, 2009; WHO, 2010). 

De interventie gelooft in sport als sociaal bindmiddel en het draagt mede bij aan het verhogen van beweeg en sportparticipatie, het versterken van de maatschappelijke betekenis van de sportaanbieder en het verbeteren van de sociale cohesie in achterstandswijken.

Doelgroepen

De einddoelgroep van de interventie zijn in eerste instantie bewoners van alle leeftijden wonend in achterstandswijken in de omgeving van een sportaanbieder met achterblijvende sport- en beweegparticipatie.

Meer specifiek richt de interventie zich op wijken waar relatief veel inactieve mensen met een lage SES (bepaald op basis van opleiding, inkomen en beroepsniveau) wonen. Via de gemeente kan worden achterhaald welke wijken bekend staan als achterstandswijken. Subdoelgroepen zijn jongeren in de leeftijd van 4 tot 12 jaar en 12 tot 18 jaar, volwassenen, senioren en niet-westerse mannen en vrouwen. De precieze doelgroep wordt bepaald aan de hand van een wijkbewoners-enquête in de beginfase van de interventie.

Intermediaire doelgroep

De intermediaire doelgroep zijn lokale organisaties uit de wijk en haar vrijwilligers (en betaalde krachten / professionals). De volgende lokale organisaties kunnen deelnemen:

  • Sportvereniging (bestuur, trainers en vrijwilligers).
  • Andere lokale commerciële en niet-commerciële sportaanbieders (bestuur/directie en sportleiders/docenten) zoals een dansschool, karateschool of fitnessclub.
  • Buurtcentrum van waaruit sportactiviteiten in de wijk worden georganiseerd (bestuur, vrijwilligers en sport- en spelleiders).
  • Professionals van diverse maatschappelijke (sport)organisaties.

De projecteider ondersteunt de intermediaire doelgroep gedurende 1 jaar. Hij/zij voert de interventie lokaal uit, adviseert bij de te nemen stappen en is eindverantwoordelijk. De projectleider kan iemand zijn vanuit de intermediaire doelgroep, een zelfstandige professional, iemand vanuit een sportadviesbureau of iemand van een gemeentelijke afdeling Sport.

Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de buurtsportcoach (indien aanwezig) de projectleider vanaf de start ondersteunt. Mogelijke werkzaamheden van de buurtsportcoach (hierna te noemen buurtsportcoach ) zijn het coördineren van de activiteiten en het onderhouden van contacten met de doelgroep. De buurtsportcoach vormt samen met de projectleider de spin in het web in de wijk. Na de opstartfase neemt de buurtsportcoach het over van de projectleider.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het hoofddoel is het verhogen van de sport- en beweegparticipatie van lage ses wijkbewoners en een positieve bijdrage leveren aan de sociale cohesie in de wijk.

Subdoel

Om de hoofddoelstelling te bereiken zijn er een aantal subdoelen gevormd. De subdoelen zijn onderverdeeld in subdoelen voor de doelgroep en subdoelen voor de sportaanbieder.

Subdoelen voor de specifieke doelgroep afhankelijk van de lokale context
1. De doelgroep kan deelnemen aan een breed sportaanbod, aangepast aan hun behoeften*
2. De doelgroep kan bij de sportaanbieder sporten in een veilige en vertrouwde omgeving
3. De doelgroep kan deelnemen aan andere gezamenlijke (niet-sportgerelateerde) activiteiten, aangepast aan hun behoeften bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding, kunst en cultuur-gerelateerde activiteiten, kooklessen*
4. De doelgroep kan zijn of haar sociale contacten bevorderen door contact met andere deelnemers

Subdoelen sportaanbieder

  1. De sportaanbieder vergroot zijn maatschappelijk functie. Er worden nieuwe verbindingen met andere organisaties in de wijk gelegd waarmee de sportaanbieder zijn activiteiten verbreedt op verschillende gebieden.
  2. De sportaanbieder gaat, in samenwerking met andere organisaties in de wijk, accommodaties en sportvelden efficiënter inzetten zodat meerdere instanties (bijvoorbeeld dagopvang senioren, kinderopvang, huiswerkbegeleiding, bedrijvensport) op uiteenlopende tijdstippen en voor verschillende doelgroepen hier van gebruik maken.
  3. De sportaanbieder betrekt wijkbewoners als lid en/of vrijwilliger actief bij de organisatie van het activiteitenaanbod.

*De uiteindelijke activiteiten zijn niet vooraf bekend maar worden in de voorbereidingsfase van de interventie bepaald. Er kan worden gekozen voor aangepast aanbod van de eigen sport van de sportaanbieder, vernieuwd sportaanbod en niet-sportgerelateerde activiteiten.

Voorbeelden zijn:

  • Bij een voetbalvereniging: Meidenvoetbal of 35+ Voetbal, GALM-methode voor senioren, biljarten, Jeu de Boules of schilderen.
  • Bij een hockeyvereniging: Fithockey voor senioren of Be Interactive als wandelprogramma voor vrouwen. Huiswerkbegeleiding bij na-schoolse opvang. 
  • Bij een turnvereniging: Master Trend Weken voor senioren of B-fit voor basisschoolleerlingen. 
  • Bij een fitnessschool: Fitness 2.0, BigMove of danslessen voor scholieren. Cursussen over gezonde eetstijl.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

De sportaanbieder als Buurthuis van de Toekomst

Het moment dat een sportaanbieder kiest voor deze interventie, is ook het moment dat de sportaanbieder kiest voor het vergroten van zijn maatschappelijke functie via een integrale aanpak. Gedurende het proces van de interventie worden er nieuwe verbindingen met andere wijkorganisaties gelegd en verbreedt de sportaanbieder zijn aanbod op verschillende terreinen.

Welke partij het initiatief neemt is afhankelijk van factoren als de aanwezigheid van sportaanbieders, zelfstandige professionals, reeds aanwezige samenwerkingsverbanden, zelforganisaties en van lokale behoeftes en beleid van de Gemeente. In de praktijk wordt de aanvraag vaak opgepakt door een uitvoerende professional (zelfstandig of werkend bij een lokaal sport en adviesbureau), in opdracht van een Gemeente of lokaal samenwerkingsverband. De uitvoerende professional levert vervolgens ook de projectleider voor de interventie aan.

Opzetten van een Sportclub als Buurthuis van de Toekomst
Voor het opzetten en overdragen staat een tijdspad van 1 jaar. Gedurende het jaar verschuift de uitvoering, coaching en ondersteuning door de projectleider naar de buurtsportcoach met ondersteuning van een commissie Sportclub in de Maatschappij bij de sportaanbieder. De buurtsportcoach en de commissie zijn na afloop van de interventie in staat de zelfstandig door te gaan.

Fasering
De interventie is onderverdeeld in drie fasen. De tijdsduur is afhankelijk van de lokale context, onderstaande genoemde tijdsduur is bepaald aan de hand van praktijkervaring.

De eerste fase is de voorbereidingsfase en neemt twee tot die maanden in beslag.

  1. De eerste stap is het in kaart brengen van de wijk en het bepalen van de bestaande en gewenste situatie.
  2. De tweede stap is het samenstellen van een klankborgroep (Smaakmakers) die het netwerk vormen.
  3. De derde stap is het inzetten en uitvoeren van de meetinstrumenten (vereniging-in-context-scan: interne scan & partnerscan en de wijkenquête) om de krachten, kansen en uitdagingen van de sportaanbieder, mogelijke partners en wijkbewoners inzichtelijk te krijgen.

De tweede fase is de uitvoeringsfase en neemt 4 tot 6 maanden in beslag.

  1. De eerste stap is het organiseren van een Kantineontmoeting waar de resultaten uit fase 1 worden gedeeld met de wijkbewoners en mogelijke samenwerkingspartners.
  2. De tweede stap is het schrijven een actieplan waar naast de specifieke doelgroepen, de gekozen activiteiten per doelgroep en de wijze van werving per doelgroep, de rol en taken van alle partners worden benoemd.
  3. De derde stap is het daadwerkelijk werven van deelnemers en de uitvoering van de gekozen activiteiten.

De derde fase is de continuerings- en borgingsfase en deze fase neemt twee tot drie maanden in beslag. Het doel van deze fase is de verankering in de wijk en de basis leggen voor het duurzame sportaanbod in de wijk. In deze fase vindt ook de evaluatie en herhaling van de interne scan plaats. Na afloop van de interventie kan de sportaanbieder, met ondersteuning van de buurtsportcoach en de oprichting van een commissie Sportclub in de Maatschappij, zelfstandig verder. Indien nodig kan bij de Sportbank aanvullende ondersteuning worden aangevraagd. Het uitvoeren van bovenstaande drie fasen wordt toegelicht bij inhoud van de interventie.

Locaties en Uitvoering

  • Sportaanbieder (vereniging of commerciële sportaanbieder)
  • Gemeentelijke Sportafdeling, in samenwerking met sportvereniging / sportpark
  • Provinciale Sportafdeling, in samenwerking met sportvereniging / sportpark
  • Sport-gerelateerde zelforganisaties in de wijk
  • Sportbonden, in samenwerking met sportvereniging / sportpark
  • Sportafdeling lokale welzijnsorganisatie
  • Buurtsportvereniging 
  • Schoolsportvereniging

Ondersteuning

De implementatie bestaat voornamelijk uit een handleiding, een opleidingsdag en intervisiebijeenkomsten waar onder andere de projectleider aan deel neemt. De interventie vraagt een nieuwe kijk en aanpak van sportaanbieders (en gemeentes) om duurzaam sport- en beweegaanbod te realiseren voor specifieke doelgroepen. Het is daarom belangrijk dat de sportaanbieder zich kan en wil committeren aan de interventie, draagvlak heeft binnen het bestuur van de sportaanbieder en de gemeente de en de aanvrager een projectleider kiest met het juiste profiel. De gemeente speelt met betrekking tot de verduurzaming na afloop van de interventie een belangrijke rol aangezien de buurtsportcoach deels door hun wordt betaald.

Zodra de aanvrager de keuze heeft gemaakt om gebruik te maken van de interventie wordt er contact gezocht met de Sportbank over waarom voor deze interventie is gekozen. Op deze manier toetst de Sportbank of de interventie de juiste keuze is voor de specifieke context van de aanvrager en of er draagvlak voor is binnen de gemeente en bij de sportaanbieder. Naar aanleiding van dit contact volgt een advies van de interventie-eigenaar. Bij het onderdeel kwaliteitsbewaking wordt wijze van aanvraag en de inhoud van de opleidingsdag en intervisiebijeenkomst toegelicht.

Materialen

Materialen
Welke materialen zijn beschikbaar voor de uitvoering, werving en evaluatie van de interventie?

  1. Digitale Vereniging-in-context-scan (interne scan en partnerscan)
  2. Wijkbewoners-enquête (indien wenselijk digitaal)De digitale scans en enquête hebben een eigen link naar Survey Monkey.
  3. Handleiding (digitaal of in boekvorm)
  4. Procesevaluatie
  5. Format draaiboek Kantinebijeenkomst 
  6. Format communicatieplan en contactpuntenmatrix
  7. Evaluatieformulier in relatie tot ondersteuning van de interventie-eigenaar
  8. Onderzoek van Verwey-Jonker Instituut en de Sportbank: De maatschappelijk waarde van sport. Het onderzoek is als boek uitgegeven en kan worden opgestuurd. Het dient als achtergrondinformatie bij de totstandkoming van de interventie
  9. Onderzoek van P. Attema en De Sportbank: De maatschappelijke meerwaarde van sport. Het onderzoek is als boek uitgegeven en kan worden opgestuurd. Het dient als onderbouwing bij de totstandkoming van de interventie
  10. Naambordje ‘Sportclub als Buurthuis van de Toekomst’ (die kan worden bevestigt op de accommodatie)

Belangrijke documenten

Printen Uitgebreide beschrijving (pdf)