Terug naar overzicht

Sportdorp; Vitale kernen en buurten

Sportdorp: Vitale kernen en buurten
“Een leven lang actief in de eigen omgeving”
Het succesvolle project Sportdorp uit de provincie Groningen is nu landelijk ontwikkeld tot de interventie “vitale kernen en buurten”. Met de interventie vitale kernen en buurten willen de 12 provinciale sportorganisaties, verenigd in Sportkracht12, niet alleen de leefbaarheid in dorpen en kleine kernen vergroten, maar ook in wijken en buurten van (middel) grote gemeenten. Sport en bewegen is daarbij het bindmiddel.

In een vitale kern of buurt spelen de bewoners en sportaanbieders een hoofdrol. Op basis van hun behoefte en ideeën wordt een vernieuwend sport- en beweegaanbod dichtbij de mensen gecreëerd. Samenwerking van sportverenigingen en andere lokale partijen in een buurt staat centraal. Het nieuwe sportaanbod wordt laagdrempelig aangeboden in de vorm van activiteiten, modules en flexibele lidmaatschappen. Zo kunnen zoveel mogelijk inwoners in een sportdorp (vaker) gaan sporten. Actief meedoen is het sleutelwoord; soms als consument, soms als aanbieder of vrijwilliger of soms gewoon als supporter. Voorzieningen worden zo beter benut, de sociale structuur versterkt en gezondheidsachterstanden verkleind. De leefbaarheid wordt vergroot en er ontstaat een vitale buurt; een sportdorp. Het gaat over dorpen, wijken, kernen en buurten; in de beschrijving zal de term buurt gebruikt worden.

Probleembeschrijving

Door vergrijzing en ontgroening van de dorpen en kernen veranderen behoeften aan voorzieningen en accommodaties. Met name jonge gezinnen en hoger opgeleiden trekken weg uit de dorpen. Zo is het aandeel van inwoners tussen de 15-25 jaar en tussen de 25-45 jaar in Noord-Groningen lager dan het landelijk gemiddelde. Dit gebeurt vaker in plattelandsgebieden (Gardenier e.a., 2011). Maar niet alleen jongeren trekken weg, ook (agrarische) bedrijven vestigen zich elders. Het verdwijnen van (agrarische) bedrijven en het wegtrekken van inwoners zet het verenigingsleven onder druk, dat niet alleen financieel afhankelijk is van de mensen als klant, maar tevens drijft op hun inbreng als vrijwilliger (Uyterlinde e.a., 2009). Uit onderzoek (CBS, 2011) naar vrijwilligerswerk onder werkenden en niet-werkenden blijkt dat hoger opgeleiden vaker vrijwilligerswerk doen en het vooral de werkenden zijn die zich voor sportverenigingen inzetten. Juist deze groepen trekken weg uit de krimpregio’s. Door vermindering van leden, kader en vrijwilligers hebben verenigingen moeite overeind te blijven. Zo verdwijnen onder invloed van krimp steeds meer voorzieningen en komt de leefbaarheid onder druk te staan.

Daarnaast blijkt dat de traditionele opgezette vormen van verenigingsporten met lidmaatschap onvoldoende voorzien in de wensen en behoeften van inwoners. Sportverenigingen als netwerk waar mensen vrijwillig tot toetreden, verliezen aan populariteit. Mensen kiezen liever voor vrije vormen van sportbeoefening, de zogeheten weak ties (Boessenkool e.a., 2011).

Krimp is een verschijnsel dat zich in een regio kan voordoen waarvan bevolkingsdaling het meest opvallende symptoom is. Daarnaast zijn er verschuivingen te zien in de demografische opbouw van de bevolking, er is sprake van ontgroening en vergrijzing.

De sportvoorziening is voor veel inwoners (kleine dorpen 45%) een ontmoetingsplek. Twee derde van de inwoners sport in de eigen woonplaats en een kwart sport in een plaats verderop. Het merendeel sport dus het liefste in de buurt. Een aanzienlijk deel van de sportvoorzieningen in de provincie Groningen betitelt de eigen financiële situatie als zorgwekkend en het voorzieningenaanbod neemt af (Gardenier e.a., 2011).

Doelgroepen

De primaire doelgroep van Sportdorp: Vitale kernen en buurten zijn alle inwoners van buurten in krimpgebieden. De interventie is gericht op een leven lang sporten en bewegen voor iedereen. Specifieke leeftijdsgroepen kunnen onderscheiden worden op basis van leeftijd en vergelijkbare interesses: jeugd 4-12, 12-18, volwassenen (18+) en ouderen (65+ jaar). Inwoners uit de buurt bepalen mede voor welke leeftijdsgroep nieuw sportaanbod wordt opgezet. Daarnaast kan (niet noodzakelijk) gekozen worden voor een specifieke doelgroep als onderdeel van de einddoelgroep, bijvoorbeeld mensen met een gezondheids- en/of beweegachterstand. Deze keuze kan eveneens in afstemming met de gemeente en het gemeentelijk beleid gemaakt worden.

Intermediaire doelgroep

De volgende lokale organisaties kunnen deelnemen en hebben daarin de beschreven rol:

  • Sportverenigingen (bestuur, trainers en vrijwilligers).
  • Andere lokale (sport)aanbieders (bestuur/directie en sportleiders).
  • Buurtorganisaties op het gebied van onderwijs; basisscholen, voortgezet onderwijs (communicatie/stimulatie van leerlingen).
  • Buurtorganisaties op het gebied van zorg en welzijn; buurtcentra, fysiotherapiepraktijken, dorpsbelangen, kinderopvang en jeugdwelzijnsinstellingen (communicatie/stimulatie eigen doelgroep).

De projectleider ondersteunt deze intermediaire doelgroep in de opstartfase van twee jaar. Hij/zij initieert bijeenkomsten en ondersteunt in de te nemen stappen van de interventie.

Daarnaast kan een buurtsportcoach ondersteuning bieden bij de promotie, communicatie en stimulatie tot deelname van verschillende doelgroepen en leeftijdsgroepen.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

De sociale structuur van inwoners en lokale partijen uit kleine dorpen of kernen, waar de leefbaarheid onder druk staat door krimp, vergroten en daarmee de (sport)participatie verhogen.

Subdoel

Subdoelen einddoelgroep:

  • Bereiken: Inwoners maken in 24 maanden tijd kennis met verschillende (vrijere) vormen van sportbeoefening en weten hoe, waar, wanneer ze daar aan kunnen deelnemen en doen hier positieve ervaringen mee op.
  • Activeren: Na 24 maanden is 15% van de inwoners meer gaan (sport)participeren in het dorp/buurt.

Subdoelen intermediaire doelgroep:

  • Boeien: Lokale partijen hebben binnen 24 maanden vernieuwd, passend en toegankelijk sportaanbod opgezet dat aansluit bij de wensen van de inwoners.
  • Activeren: Na 24 maanden is 15% van de lokale partijen meer gaan (sport)participeren in het dorp/buurt.

Voorwaardelijk subdoel:

  • Binden: Na 24 maanden is er een brede sociale structuur van actieve lokale (sport)verenigingen, organisaties en betrokken inwoners in de buurt die de sport- en beweegactiviteiten mogelijk maken.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Sportdorp biedt een alternatieve oplossing voor de traditioneel opgezette sportverenigingen die onder druk staan in de krimpgebieden en niet langer kunnen voorzien in de sport- en beweegbehoefte.

Het project duurt 2 jaar, waarbij onderstaande stappen worden doorlopen. Daarna kan het project zelfstandig gecontinueerd worden.

Voorafgaand aan de start van de interventie

  • Selectie van buurt/wijk.
  • Benaderen intermediaire doelgroep (lokale verenigingen en lokale organisaties).
  • Afnemen steekproef bij inwoners in het dorp om behoeften te peilen.

Voorbereiding project: maand 1-6

  • Draagvlak creëren bij de lokale sportverenigingen en andere organisaties.
  • Training professionals (projectuitvoerder).
  • Stuurgroep formeren.

Uitvoering project: maand 3-24

  • Maand 3-6: Behoeftepeiling afnemen bij inwoners (eenmalig, bij start interventie).
  • Maand 3-6: Startevenement organiseren en promoten (eenmalig, bij start interventie).
  • Maand 7-24: Vernieuwd sportaanbod organiseren, promoten en inbedden (Dit kunnen eenmalige activiteiten zijn of modules van wekelijks aanbod van 5-10 lessen van een uur. Bij succes eventueel nogmaals aanbod in een module van 5-10 lessen).
  • Maand 19-24: Entiteit oprichten voor zelforganisatie en continuering (eenmalig, laatste fase projectperiode).

Evaluatie project: maand 3-24

  • 0-meting (binnen 2 maand).
  • Tussentijdse monitoring (gedurende het project).
  • Procesevaluatie (na 1 jaar).
  • Eindevaluatie, inclusief 1-meting en procesevaluatie (na 2 jaar).

Locaties en Uitvoering

Locatie

Sportdorp wordt uitgevoerd in de settingbuurt(dorp of wijk). Dit is altijd een lokale omgeving, waarin de einddoelgroep leeft. Dat is een veilige en sociale omgeving voor de doelgroep om meer actief te worden/meer te gaan sporten en bewegen. Er is een centrumplek met als trefpunt sport; een ontmoetingsplaats rondom sportbeoefening. De nieuwe sport- en beweegactiviteiten worden georganiseerd in beschikbare indooraccommodaties. Daarnaast worden er ook nieuwe sport- en beweegactiviteiten georganiseerd bij de lokaal aanwezige buitensportvoorzieningen en in de openbare ruimte. Ook kunnen er sport- en beweegactiviteiten op school, naschools of bij de sportverenigingen worden georganiseerd. De interventie draagt bij aan de vergroting van de leefbaarheid in deze setting, door het opzetten of versterken van een sociale structuur. De interventie steekt in op burgerparticipatie en zelforganisatie.

Type organisatie

De volgende lokale organisaties kunnen deelnemen en hebben daarin de beschreven rol:

  • Sportverenigingen (bestuur, trainers en vrijwilligers)
  • Andere lokale (sport)aanbieders (bestuur/directie en sportleiders)
  • Buurtorganisaties op het gebied van onderwijs; basisscholen, voortgezet onderwijs (communicatie/stimulatie van leerlingen)
  • Buurtorganisaties op het gebied van zorg en welzijn; buurtcentra, fysiotherapiepraktijken, dorpsbelangen, kinderopvang en jeugdwelzijnsinstellingen (communicatie/stimulatie eigen doelgroep)

Ondersteuning

Voor het opzetten van een Sportdorp is een handleiding aanwezig, die landelijk toepasbaar is, indien aan de inclusiecriteria voldaan wordt. Het trainen van de professionals maakt hier een belangrijk onderdeel van uit. Bij de start van de interventie worden de projectcoördinator en de projectuitvoerder geschoold en ondersteund tijdens de projectperiode:

Training projectcoördinatie

De projectcoördinator is werkzaam bij een provinciale sportorganisatie. Op dit moment beschikt iedere provinciale sportorganisatie over een projectcoördinator die door Huis voor de Sport Groningen (interventie-eigenaar) getraind is met de methodiek. Een projectcoördinator kan hierdoor op afstand ondersteuning verlenen aan Sportdorpen in zijn of haar provincie.

Training projectuitvoerder

De projectuitvoerder van een Sportdorp ontvangt tweemaal een training van Huis voor de Sport Groningen. In het eerste projectjaar zal de nadruk liggen op het informeren en implementeren over/van Sportdorp, in het tweede jaar ligt de nadruk op de voortgang en borging.

Helpdesk

Tijdens het eerste projectjaar kan zowel de projectcoördinator als ook de projectuitvoerder bij vragen en problemen beroep doen op de helpdeskfunctie die door de adviseur van Huis voor de Sport Groningen wordt uitgevoerd. Als ondersteuningsorganisatie zorgt Huis voor de Sport Groningen voor voorbeelddocumenten, formats, het beeldmerk en communicatietools voor de uitvoering van de interventie.

Materialen

De volgende materialen zijn beschikbaar voor de intermediaire doelgroep:

  • Voorbeelddocument van behoeftepeiling
  • Voorbeeldprogramma startevenement
  • Format 0-meting en 1-meting
  • Stappenplan voor sportvernieuwing
  • Opzet communicatietools (Sportdorpborden, bierviltjes, ballonnen, hesjes, flyers e.a.)
  • Stappenplan en statuten oprichting Coöperatie/Stichting

De volgende materialen zijn beschikbaar voor de projectcoördinator en/of projectuitvoerder:

  • Handleiding Sportdorp; Vitale kernen en buurten
  • Projectbegroting
  • Handleiding monitoring en procesevaluatie Sportdorp
  • Voorbeelddocumenten
    – Format steekproef behoeftepeiling Sportdorp
    – Instructie uitvoeren van een streekproef
    – Voorbeeld behoeftepeiling Sportdorp Vlagtwedde
    – Format verwerking behoeftepeiling
    – Voorbeeld programma startevenement Sportdorp Bellingwolde
    – Stappenplan voor sportvernieuwing
    – Voorbeeld communicatieplan Eenrum en Wehe
    – Profiel projectuitvoerder
    – Stappenplan oprichting Coöperatie
    – Statuten oprichting Coöperatie
    – Voorbeeld statuten stichting Blijham

Ten behoeve van de evaluatie van Sportdorp zijn de volgende materialen beschikbaar:

  • Monitoringsinstrumenten Sportdorp: vanuit ZonMw zijn er vooropgestelde monitoringsinstrumenten beschikbaar.
  • Procesevaluatie Sportdorp
    – Topiclijst focusgroepinterview Sportdorp

Websites en links

Belangrijke documenten

Printen