Terug naar overzicht

Verbeterde zelfzorg in de thuissituatie voor allochtonen met diabetes type II

Diabetes type II bij Islam gelovigen

Allochtone (Islamitische) burgers hebben een grotere kans op het ontwikkelen van diabetes type II. Van deze diabetespatiënten is hun bloedsuikerspiegel vaker onregelmatig en zij hebben vaker ongezonde aspecten in hun leefstijl.

In deze interventie (6 bijeenkomsten) geeft een gezondheidsvoorlichter van de GGD, samen met gastdocenten (diëtiste, beweegdocent, diabetesverpleegkundige) uitleg over de (chronische) ziekte diabetes, de leefregels qua voeding, bewegen, bloedsuiker bepalen en medicijnen innemen en de mogelijke complicaties van diabetes. Doel is om de deelnemers aan te sporen om de gezonde leefregels en het innemen van medicijnen continu toe te passen, zodat hun bloedsuikerspiegel stabiel(er) wordt (waarmee de kans op complicaties verkleint). Deelnemers maken een persoonlijk leefstijlplan waarin zij hun persoonlijke doelen over voeding, bewegen en medicijnen innemen opnemen.

Na de cursusbijeenkomsten plant de gezondheidsvoorlichter 3 huisbezoeken per deelnemer om te bespreken hoe de uitvoer van het persoonlijk leefstijlplan gaat, de deelnemer te motiveren en zo nodig tips te geven.

Probleembeschrijving

Diabetes kent een hoge prevalentie onder bevolkingsgroepen van allochtone afkomst, zoals Turken, Marokkanen, Somaliërs en Hindoestanen (Ujcic-Voortman et al., 2009). De prevalentie is het hoogst onder personen van Hindoestaans-Surinaamse afkomst, met name in de hogere leeftijdsgroep (37% bij personen ouder dan 60 jaar). De prevalentie van diabetes mellitus bij personen van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst is twee tot drie keer hoger dan onder de autochtone bevolking. De prevalentie is hoger onder allochtone vrouwen dan onder allochtone mannen en diabetes ontstaat bij de allochtone bevolking op jongere leeftijd dan bij de autochtone bevolking (Nationaal Kompas Volksgezondheid, 2014).

De prevalentie van overgewicht en ernstig overgewicht, wat een extra risicofactor is bij de ziekte diabetes, onder migrantengroepen is hoger dan onder autochtonen. Vooral Turkse en Marokkaanse vrouwen vormen op basis van zelf-gerapporteerde gegevens een risicogroep. Ook onder de Hindoestanen heeft een groot gedeelte overgewicht (Nationaal Kompas Volksgezondheid, 2014).

Het eet- en beweegpatroon van (oudere) allochtonen verschilt van het eet- en beweegpatroon van autochtonen.

In de praktijk blijkt nogal eens dat autochtone diabetes-zorgverleners leefregels bespreken die niet aansluiten bij de leefgewoonten van allochtone groepen. Ook blijkt dat als allochtone diabetespatiënten de huisarts, diabetesverpleegkundige of praktijkondersteuner bezoeken, ze de leefregels vaak niet begrijpen of opvolgen. Én dat zij niet weten dat diabetes een chronische ziekte is waarbij structureel medicijngebruik en een aangepaste leefstijl horen. Winst is te halen uit een goede informatieoverdracht van de ziekte (Lanting, 2007).

Hoe meer de informatie aansluit bij de eigen cultuur en gewoontes hoe groter de kans dat men de informatie onthoudt. Het gebruik van een gezondheidsvoorlichter die leefregels bespreekt die aansluiten bij de cultuur van de deelnemers, is een beproefde methode om hieraan te voldoen (Singels et al., 2008).

Als allochtone diabetespatiënten de leefregels goed toepassen en medicijnen structureel innemen, zal hun bloedsuikerspiegel stabiliseren. Dit kan leiden tot een lagere co-morbiditeit, tot een lagere mortaliteit en waarschijnlijk ook tot lagere zorgkosten.

Doelgroepen

Turkse, Marokkaanse, Somalische en Hindoestaanse mannen en vrouwen met diabetes mellitus type II. Deze bevolkingsgroepen blijken een hogere kans te hebben op het ontwikkelen van diabetes mellitus type II; Turkse, Marokkaanse en Somalische mensen lopen een verhoogd risico vanaf 45 jaar en Hindoestaanse mensen vanaf 35 jaar.

Deze Islamitische diabetespatiënten hebben vaker een onregelmatige bloedsuiker en ongezonde aspecten in hun leefstijl.

In de eerste versie van deze interventie was de doelgroep Turkse mannelijke diabetespatiënten van 55 jaar en ouder. Omdat zowel mannen als vrouwen van Islamitische afkomst een verhoogd risico lopen op het ontwikkelen van diabetes type II is de doelgroep van de interventie verruimd naar:

  • Naast mannen ook vrouwen
  • Naast Turks ook Marokkaans, Somalisch en Hindoestaans
  • Van 40 jaar in plaats van 55 jaar.

Intermediaire doelgroep

  • Huisartsen, diabetesverpleegkundigen en/of praktijkondersteuners (POH): zij kunnen hun populatie screenen en allochtone diabetespatiënten (met onregelmatige bloedsuiker en ongezonde leefstijlaspecten) motiveren om mee te doen aan de interventie.
  • Facultatief: een peerbegeleider: dit is een diabetespatiënt uit de doelgroep met een goed zelfmanagement en een stabiele bloedsuiker. Deze peer kan het goede voorbeeld en handige tips geven om een goed zelfmanagement en een stabiele bloedsuiker te bereiken.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het realiseren van een verbeterde regulatie van diabetes type II bij diabetespatiënten van allochtone (Islamitische) afkomst door:

  • Het versterken van zelfmanagement en vaardigheden zoals gezond en regelmatig eten, voldoende bewegen, structureel en regelmatig medicijnen innemen, eventueel zelf bloedsuiker controleren in de thuissituatie.
  • Het verhogen van de therapietrouw, wat betreft medicijninname en voedings- en beweegrichtlijnen.

Subdoel

Voorheen maakte een deelnemer samen met zijn partner een persoonlijk leefstijlplan. Dit omdat we dachten dat dit steun zou geven vanuit de sociale omgeving, namelijk de thuissituatie. Dit bleek echter niet in alle gevallen te werken. Soms zag de partner de meerwaarde niet in van dit persoonlijk leefstijlplan. Daarom hebben we dit aangepast naar een individueel leefstijlplan. De deelnemer is zelf verantwoordelijk voor de afspraken die hij met zichzelf maakt; hij/zij moet achter deze afspraken kunnen staan en de afspraken moeten ook haalbaar zijn. Dit is iets wat de gezondheidsvoorlichter samen met de deelnemers kan bespreken. Desgewenst kan een deelnemer wel samen met zijn/haar partner een leefstijlplan maken, als de steun vanuit de omgeving aanwezig is. Het is echter geen voorwaarde meer.

  • Deelnemers zijn bekend met het ziektebeeld van diabetes.
  • Zij kennen de risico’s van complicaties en begrijpen het belang van leefregels.
  • Zij zijn gemotiveerd om de leefregels op het gebied van voeding, bewegen en medicatie toe te passen. Hiertoe maken zij tijdens de interventie een persoonlijk leefstijlplan.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

De interventie bestaat uit 6 bijeenkomsten van 2,5 uur en 3 huisbezoeken van 1,5 uur. Voorafgaand aan de cursus vindt er bij voorkeur een individueel intakegesprek van 1 uur plaats. Tijdens dit gesprek legt de gezondheidsvoorlichter nog een keer uit wat de cursus inhoudt. Deelnemers kunnen vragen stellen. Daarnaast maken de deelnemer en gezondheidsvoorlichter al uitgebreid kennis met elkaar; dit bevordert het vertrouwen in de gezondheidsvoorlichter.

Belangrijke uitgangspunten van de cursus zijn:

  1. Voorlichting in eigen taal voor oudere diabetespatiënten. Voor jongere diabetespatiënten, van wie redelijkerwijs verwacht kan worden dat zij zich de Nederlandse taal eigen hebben gemaakt, vindt de voorlichting in het Nederlands plaats. Dit is nieuw, voorheen vond de interventie plaats in het Turks.
  2. Afstemming op de cultuur en het opleidingsniveau van de deelnemers.
  3. Ondersteuning op maat bij het maken en toepassen van het persoonlijk leefstijlplan.
  4. Facultatief: inzet van een peer die laat zien hoe hij/zij zelf met diabetes leeft en die tips kan geven.

Thema per bijeenkomst:

Bijeenkomst 1: Wat is diabetes? De spijsvertering.

Bijeenkomst 2: Oorzaken, klachten en complicaties van diabetes

Bijeenkomst 3: Voeding (en betekenis voor eigen leefstijlplan)

Bijeenkomst 4: Beweging (en betekenis voor eigen leefstijlplan)

Bijeenkomst 5: Medicijnen bij diabetes en bloedsuikercontrole

Bijeenkomst 6: Leefregels en complicaties van diabetes

Locaties en Uitvoering

De cursus wordt bij voorkeur uitgevoerd in een laagdrempelige locatie, bijvoorbeeld een buurthuis in de wijk waar de deelnemers wonen. Ook kan de cursus worden gegeven in een gezondheidscentrum of huisartsenpraktijk.

Tijdens bijeenkomst 4 gaan de deelnemers een beweegles volgen, mannen en vrouwen gescheiden. Deze les wordt gegeven in twee afgesloten ruimtes die voldoende groot zijn om te bewegen en waar, bij voorkeur, al beweegmaterialen aanwezig zijn.

Een gezondheidsvoorlichter van de GGD, die is bijgeschoold op het thema diabetes, voert de interventie uit. Tijdens de cursus wordt gebruik gemaakt van gastdocenten zoals een diëtiste, twee beweegdocenten en een diabetesverpleegkundige, bij voorkeur van allochtone afkomst.

Als de cursus in een huisartsenpraktijk/gezondheidscentrum wordt uitgevoerd, wordt bij voorkeur de diabetesverpleegkundige/POH van de praktijk betrokken omdat hij/zij de patiënten al kent en andersom.

Ondersteuning

Voor de werving/voorbereiding:

Kies een of meerdere wijken uit in een gemeente met een groter percentage bewoners van allochtone (Islamitische) afkomst.

Persoonlijke werving blijkt het beste te werken bij deze doelgroep. De gezondheidsvoorlichter kan daarom werven in haar netwerk van deelnemers aan andere voorlichtingen die hij/zij verzorgt. Daarnaast kan de gezondheidsvoorlichter (ondersteund door de projectleider) samenwerking zoeken met huisartsen/diabetesverpleegkundigen/POH’s die werken in een huisartsenpraktijk/gezondheidscentrum met veel allochtone patiënten. De huisarts heeft bij allochtone patiënten nog veel aanzien en als de huisarts een patiënt aanraadt om mee te doen met deze cursus, zal de patiënt dat advies serieus nemen.

Voor aanvang van de cursus stemt de gezondheidsvoorlichter af met de gastdocenten, wanneer hun inzet gewenst is en welke inzet gevraagd wordt. Spreek met elkaar de inhoud van de bijeenkomst door en maak een duidelijke rolverdeling waar zowel de gezondheidsvoorlichter als de gastdocent zich in kunnen vinden.

Aan de hand van het beschikbare draaiboek worden hier afspraken over gemaakt.

Uitvoer:

Uitvoer van de cursus en de huisbezoeken verloopt zoals beschreven in het beschikbare draaiboek. De benodigde materialen, zoals dia’s, leefstijlbladen, checklist huisbezoek, evaluatieformulier, zijn ook beschikbaar.

Nazorg:

Aan het einde van de cursus evalueert de gezondheidsvoorlichter de cursus met de deelnemers. Verbeterpunten worden mee terug naar de organisatie genomen en zo nodig aangepast.

Het is wenselijk om een half jaar na afloop van de cursus een terugkombijeenkomst te plannen. Deelnemers kunnen van elkaar horen hoe het gaat met de uitvoering van het persoonlijke leefstijlplan, deelnemers kunnen elkaar tips geven en de gezondheidsvoorlichter (en eventueel de peer) kunnen ook tips geven om het gezonde gedrag uit te voeren/vol te houden.

Na afloop is er een schriftelijke terugkoppeling naar de huisarts(en) over welke patiënten de cursus hebben gevolgd en met de vraag om de patiënt na een half jaar uit te nodigen voor een controlebezoek.

Materialen

Er is een uitgebreid draaiboek beschikbaar. Dit draaiboek is te verkrijgen bij de GGD Hart voor Brabant.

Het draaiboek bestaat uit een beschrijving van de bijeenkomsten inclusief een aantal bijlagen met cursusmateriaal (de dia’s), vragenlijsten, sheets, bladen om het persoonlijk leefstijlplan te maken en een checklist voor de huisbezoeken. Naast het draaiboek is er een ondersteunende powerpoint-presentatie beschikbaar.

Belangrijke documenten

Printen