Terug naar overzicht

Versterk je enkel, voorkom blessures

‘Versterk je Enkel’ is een oefenprogramma om secundair enkelletsel bij volleyballers, korfballers en basketballers te voorkomen. De interventie wordt ingezet door trainers en coaches in de training. Het bestaat uit een kaartenset met oefeningen, trainingsschema’s en informatie over wat te doen bij enkeldistorsie. Zo faciliteert de interventie trainers in het geven van enkelblessurepreventie. De interventie is anno 2017 opgenomen in de kaderopleidingen van de betrokken sportbonden. Na de opleiding en/of themabijeenkomst kunnen de trainers aan de slag en het programma implementeren in hun eigen trainingen.

Probleembeschrijving

Lateraal enkelbandletsel is de meest frequent voorkomende sportblessure (ongeveer 25% van alle sportblessures); 80-85% van alle enkelbandletsels betreffen de laterale enkelbanden (O’Loughlin et al.,2009; Ferran & Maffulli, 2006; Wexler, 1998). Recente Nederlands cijfers bevestigen dit beeld: na knieblessures

komen enkelblessures het meest frequent voor. In 2013 liepen Nederlandse sporters 680.000 enkelblessures op (15% van alle sportblessures), waarbij bijna driekwart van de gevallen (71%) een verstuiking, verdraaiing of enkelbandletsel betrof (VeiligheidNL, 2015). Jaarlijks lopen 490.000 Nederlandse sporters een enkelbandletsel op, waarvan 43% medisch wordt behandeld (OBiN 2006-2013, VeiligheidNL). Enkelbandletsel is de meest frequent voorkomende blessure in een variëteit aan sporten; zowel in georganiseerd als ongeorganiseerd verband (Bahr & Bahr, 1997; Hootman et al., 2007; Fernandez et al., 2007; Le Gall, 2008; Nelson et al., 2007; Verhagen et al., 2004). Recente Nederlandse cijfers geven aan dat de meeste enkelblessures voorkomen bij veldvoetbal (200.000/jaar), hardlopen (95.000/jaar), bewegingsonderwijs (58.000/jaar) en fitness (aerobics/ conditietraining; 37.000/jaar), maar ook frequent bij teamsporten als zaalvoetbal (33.000/jaar), volleybal (32.000/jaar) , korfbal (25.000/jaar) en basketball (15.000/jaar) (OBiN 2006-2014; VeiligheidNL). De interventie Versterk je Enkel is ontwikkeld vanuit een bewezen effectief oefenprogramma voor Volleyballers. Daar korfbal en bastketball vergelijkbare sporten zijn (georganiseerd, teamsport, zaalsport, sprongsport is er bij de doorontwikkeling voor deze sporten gekozen). Voor de teamsport voetbal is enkelblessurepreventie opgenomen in de algemene kaderopleiding. Ongeorganiseerde sporten kunnen gebruik maken van het bewezen effectieve oefenprogramma in de App en uitvouwkaart Versterk je Enkel.

Sporters met een enkelverstuiking hebben een verhoogd risico op recidief letsel. In het eerste jaar na de blessure is dit risico twee keer zo hoog (Bahr & Bahr, 1997; Verhagen et al., 2004). Dit recidieve letsel kan in 20-50% van de gevallen zelfs leiden tot chronische pijn of enkelinstabiliteit (Bahr & Bahr, 1997; Ferran & Maffulli, 2006; Freeman, 1965; Saunders, 1980). Een derde van alle enkelblessures door sport in Nederland is een recidief (VeiligheidNL, 2015).

Ongeveer de helft van alle enkelblessures wordt medisch behandeld (290.000 enkelblessures/jaar), waarvan 22.000 op een Spoedeisende Hulp (SEH)-afdeling van een ziekenhuis. Voor drie procent van de enkelblessures is na SEH-behandeling een ziekenhuisopname noodzakelijk (VeiligheidNL, 2015). De totale kosten die gepaard gaan met enkelblessures door sport in Nederland worden geschat op 187 miljoen euro (€47 miljoen medische kosten, €140 miljoen verzuimkosten; VeiligheidNL, 2015). Eerder onderzoek berekende de totale (directe en indirecte) kosten per enkelbandletsel op gemiddeld €360 (Verhagen et al., 2005).

Het aantal enkelbandletsels in Nederland is de laatste jaren in eerste instantie toegenomen (12% in 2006-2013) met een afname sinds 2011 (14% in 2011-2013) (VeiligheidNL, 2015). Of dit een structurele daling inluidt moet de toekomst uitwijzen. Een vergelijkbaar beeld is te zien voor enkelblessures in het algemeen (VeiligheidNL, 2015). Het aantal relatief ernstige enkelblessures, waarvoor medische behandeling noodzakelijk bleek, is de laatste jaren echter ruwweg gelijk gebleven (Kemler et al., 2015; VeiligheidNL, 2015).

Doelgroepen

De einddoelgroep bestaat uit volleyballers van 12 jaar en ouder die in het verleden een enkelblessure hebben gehad en trainen onder begeleiding van een trainer. Ook jongere volleyballers kunnen onder begeleiding van een trainer het oefenprogramma volgen mits hun vaardigheden toereikend zijn. De meeste volleyballers zijn verbonden aan een club en volgen daar ook de trainingen. Ter indicatie: uit cijfers van de Nevobo blijkt dat er in seizoen 2017-2018 nu 94246 competitie spelende leden. Daarvan zijn er 47028 jeugd competitie spelend en er zijn nog zo’n 2000 niet competitie spelende junioren. Volgens de Veiligheidsbarometer Sporters 2008-2011 (Kemler et al., 2011) wordt bij implementatie via de verenigingen bijna driekwart (73%) van alle volleyballers bereikt.

Omdat trainingen in teamverband gevolgd worden, is het oefenprogramma met de 20 oefeningen voor in standaardtrainingen bedoeld voor alle volleyballers van 12 jaar en ouder.

Intermediaire doelgroep

De intermediaire doelgroep bestaat uit de trainers van volleyballers. De Nevobo schat dat er zo’n 11.736 teams en dus trainers bij competitie spelende teams, en ongeveer 1400 recreanten trainers. Zowel opgeleide als niet-opgeleide trainers kunnen meedoen. Opgeleide trainers verdienen licentiepunten met deelname aan een themabijeenkomst.

Sinds 2014 is de interventie een vast onderdeel geworden van de opleiding van trainers via de Nevobo en haar gecontracteerde opleidingsinstituten. De themabijeenkomsten zijn op aanvraag nog af te nemen.

Sinds 2014 bestaat de intermediaire doelgroep van de interventie ook uit korfbaltrainers en sinds 2015 is daar de intermediaire doelgroep basketbaltrainers. Ook hierbij is het een onderdeel van de opleiding van de trainers geworden.

Bij korfbal worden er zo’n 365 trainers per jaar opgeleid naast de thema bijeenkomsten. Totaal gemiddeld wordt er jaarlijks aan zo’n 400 trainers deze lesstof aangeboden. Vanaf 2014 is het bereik ruim 850 trainers. Het bereik hiervan w.b.t. korfballers wordt geschat op minimaal 10.000 korfballers.

Er zijn ongeveer 3.000 basketbaltrainers bij de aan de NBB aangesloten verenigingen.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het uiteindelijke doel van deze interventie is het verminderen van de incidentie van recidieve enkelblessures bij volleyballers, korfballers en basketballers.

Subdoel

Voor de intermediaire doelgroep: Trainers nemen het oefenprogramma met de 20 resp 12 (korfbal) en 15 (basketbal) oefeningen op in standaardtrainingen en adviseren ter voorkoming van een recidief enkelblessure het gebruik van tape/dragen van een brace en het doen van de 6 proprioceptieve oefeningen aan sporters met een enkelblessure. Op niveau van gedragsdeterminanten kunnen enkele subdoelen onderscheiden worden. Trainers in het volleybal, korfbal en basketball:

Kennis

Attitude

Eigen effectiviteit

weten na de opleiding dat het uitvoeren van het oefenprogramma het risico op herhaald enkelbandletsel verkleint/kan voorkomen.

weten door het lezen van de informatie over enkelbraces en enkeltape in de opleidingsstof dat het gebruik van een enkelbrace (of enkeltape) het risico op een herhaald enkelbandletsel verkleint / kan voorkomen.

Voordelen

erkennen na de opleiding dat het gebruik van een enkelbrace of tape een herhaald enkelbandletsels kan voorkomen.

erkennen na het gebruik van trainsersset dat het uitvoeren van het oefenprogramma een herhaald enkelbandletsel kan voorkomen.

Barrières

erkennen na de opleiding dat door het gebruik van een enkelbrace of enkeltape de enkelbanden niet verslappen.

erkennen na de opleiding dat de voordelen van het dragen van een enkelbrace of tape opwegen tegen de nadelen (zoals het niet comfortabel zitten).

vinden na het gebruik van de trainersset dat zij in staat zijn om sporters te informeren over het gebruik van effectieve maatregelen om herhaald enkelbandletsel te voorkomen (oefenprogramma, brace, tape).

Doelen voor de einddoelgroep:

Volleyballers, korfballers en basketballers met een enkelblessure in het verleden voeren in totaal 8 weken lang 3x per week het oefenprogramma uit, hetzij tijdens de trainingen, hetzij thuis. Vervolgens voeren zij alleen tijdens de training het oefenprogramma uit. Volleyballers, korfballers en basketballers met een enkelblessure in het verleden gaan tape gebruiken of een enkelbrace dragen om een recidief te voorkomen. Volleyballers, korfballers en basketballers zonder enkelblessuregeschiedenis voeren tijdens de training het oefenprogramma met de 20 resp 12 en 15 oefeningen uit. Op niveau van de gedragsdeterminanten kunnen de volgende subdoelen geformuleerd worden:

Volleyballers, korfballers en basketballers:

Kennis

Attitude

Eigen effectiviteit

weten na het volgen van trainingen met het oefenprogramma dat het uitvoeren van het oefenprogramma het risico op herhaald enkelbandletsel verkleint/kan voorkomen

weten na het volgens van trainingen met het oefenprogramma dat het gebruik van een enkelbrace (of enkeltape) het risico op een herhaald enkelbandletsel verkleint / kan voorkomen.

Voordelen

erkennen na het volgen van een training met het oefenprogramma dat het gebruik van een enkelbrace of tape een herhaald enkelbandletsels kan voorkomen.

erkennen na het volgen van een training met het oefenprogramma dat het uitvoeren van het oefenprogramma een herhaald enkelbandletsel kan voorkomen

Barrières

erkennen na het volgen van een training met het oefenprogramma dat door het gebruik van een enkelbrace of enkeltape de enkelbanden niet verslappen.

erkennen na het volgen van een training met het oefenprogramma dat de voordelen van het dragen van een enkelbrace of tape opwegen tegen de nadelen (zoals het niet comfortabel zitten).

Vinden dat zij in staat zijn om het oefenprogramma met de 6 proprioceptieve oefeningen uit te voeren.

Vinden dat zij in staat zijn een brace uit te zoeken ter preventie van een recidief enkelbandletsel.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

De opzet van de interventie is dat de trainers gefaciliteerd worden in het geven van enkelblessurepreventie door middel van een opleiding/bijeenkomst en voorlichtingsmaterialen. De interventie is anno 2017 opgenomen in de kaderopleidingen van de betrokken sportbonden. In de kaderopleidingen worden 1 á 2 bijeenkomsten (avonden) gewijd aan enkelblessurepreventie (dit wordt ingevuld door de sportbond). Op aanvraag kan er separaat een eenmalige themabijeenkomst (1 avond) georganiseerd worden waarin trainers geïnformeerd worden over preventie van enkelblessures en tips en adviezen krijgen over hoe ze in hun training sporters kunnen helpen blessures te voorkomen.

Tijdens de opleidingen of bijeenkomst ontvangen trainers naast voorlichtingsmaterialen voor de sporter en een oefentol, ook de trainersset voor hun sporttak bestaande uit een oefenschema en een set kaarten met de 20 resp 12 en 15 oefeningen welke in woord en illustratie staan beschreven.

Na de opleiding en/of themabijeenkomst kunnen de trainers aan de slag en het programma implementeren in hun eigen trainingen. De tijdsinvestering van de trainers om de oefeningen in te passen in de training is zeer beperkt. Het totale oefenprogramma is zeer uitgebreid, maar per training worden er slechts 4 oefeningen opgenomen in de warming-up. Doordat de trainingsvormen zijn beschreven en afgebeeld en ook als kaarten mee te nemen zijn naar de training, zal het voorbereiden van een trainer een beperkte tijdsinvestering vergen, zeker wanneer de oefeningen aan de hand van het bijgeleverde oefenschema in de eigen training worden ingepast. Doordat de trainers de interventie inpassen in hun training, geven zij informatie door aan de sporters en laten zij zien dat het uitvoeren van de oefeningen niet moeilijk is.

Tot slot wordt de interventie jaarlijks met de betreffende sportbonden geëvalueerd en waar nodig aangepast in zowel interventiematerialen als voorlichtingsmaterialen.

Locaties en Uitvoering

Anno 2017 wordt de interventie geïmplementeerd door de sportbonden via hun kaderopleidingen en uitgevoerd als onderdeel van de trainingen door de betreffende trainers. De trainers voeren hun training uit bij de sportvereniging.

Ondersteuning

De interventie wordt overgedragen via de kaderopleidingen van de sportbonden. De materialen die de trainers (intermediaire) daar krijgen vormen de handleiding voor het goed uitvoeren van de interventie.

Materialen

Filmpjes en beschrijving van het oefenprogramma, zijn te zien via de website: www.voorkomblessures.nl/enkel

Tijdens de opleiding of themabijeenkomst ontvangen trainers de volgende materialen:

? Nevobo tipboekjes (alleen voor volleybal)

? Oefentol (volleybal)/balanskussen (korfbal)/foampad (basketbal)

? Uitvouwkaart met 6 proprioceptieve oefeningen en advies m.b.t. gebruik tape of brace voor geblesseerde sporters

? Trainersset met bewezen effectieve oefeningen voor volleyballers, korfballers of basketballers, informatie over tape en brace, en een speciale informatiekaart over wat te doen bij een enkelbandletsel.

De app is voor I-Phone te downloaden via:

http://itunes.apple.com/us/app/versterk-je-enkel/id456001033?mt=8

en voor Androidtoestellen te downloaden via:

https://market.android.com/details?id=nl.veiligheid.versterkjeenkel

Oordeel commissie

Versterk je enkel is erkend op het niveau van waarschijnlijk effectief. Het effect van procioceptieve training wordt aangetoond bij een specifieke groep volleyballers die al eerder een verstuiking hebben meegemaakt en niet eerder een knieblessure hebben gehad.

Printen