Terug naar overzicht

YETS

YETS (Youth Empowerment Through Sports) is een preventieve gedragsinterventie die sport inzet als middel om kwetsbare jongeren te empoweren en maatschappelijke uitval te voorkomen. Hiervoor worden pedagogisch sterke coaches ingezet als rolmodel en leiden zij gedurende twee jaar activiteiten aan de hand van drie pijlers: sport, onderwijs en sociale integratie.

Probleembeschrijving

De YETS-methodiek is ontwikkeld voor jongeren die het risico lopen op maatschappelijke uitval, ookwel “risicojongeren” of “overbelaste jongeren” genoemd (Bakker et al., 2013; Nicis Institute, 2009; Ploegman & Gijzel, 2012). Onder maatschappelijke uitval wordt verstaan schooluitval, jeugdwerkeloosheid en delinquentie. De jongeren die het risico lopen op maatschappelijke uitval hebben beginnende of bestaande problematiek op meerdere leefdomeinen, zoals gedragsproblemen, problemen op school en een problematische thuissituatie (Bakker et al., 2013; Nicis Institute, 2009). Op het moment dat er sprake is van regelmatig ongewenst gedrag dat storend is voor de omgeving, wordt gesproken ven een gedragsprobleem (Nederlands Jeugdinstituut, 2017).

Maatschappelijke uitval (vroegtijdig schoolverlaten, jeugdwerkeloosheid en/of delinquentie) is complexe problematiek, waarbij meerdere oorzaken een rol spelen. Het opgroeien in een gezin met een lage sociaaleconomische status en een migrantenachtergrond vormt een duidelijk risico op maatschappelijke uitval (Bakker, Distelbrink, Pels, & Los, 2013). Vanuit internationale literatuur is er steeds meer bekend over de mechanismen die het risico op maatschappelijke uitval verklaren. Er is sprake van een complexe samenhang tussen psychologische, sociale en culturele factoren die kunnen worden opgedeeld in het individuele, sociale, familie-, school- en omgevingsdomein (De Witte, Cabus, Thyssen, Groot, & Maassen van den Brink, 2013;; Wang & Fredricks, 2014).

Factoren uit het individuele domein:

· Afwezigheid van gestructureerde naschoolse activiteiten;

· Weinig vertrouwen in een betere toekomst;

· Gedragsproblemen;

· Moeite met omgaan met autoriteit en regels;

· Gebrekkige sociaal-emotionele vaardigheden;

· Zwakke probleemoplossingsvaardigheden (Benzies & Mychasiuk, 2009; Farrington & Welsh, 2008).

Factoren uit het sociale domein:

· Gebrek aan prosociale relaties met volwassenen;

· Omgaan met antisociale jongeren;

· Zwakke weerbaarheid tegen negatieve invloeden van leeftijdsgenoten (Archambault, Janosz, Morizot, & Pagan, 2009; Farrington & Welsh, 2008)

Factoren uit het familiedomein:

· Gebrek aan ouderlijk toezicht en betrokkenheid;

· Zwakke opvoedingsvaardigheden van ouders (Benzies & Mychasiuk, 2009; Farrington & Welsh, 2008).

Factoren uit het schooldomein:

· Inzet en werkhouding op school;

· Lage schoolprestaties;

· Spijbelen;

· Lage betrokkenheid van ouders bij school (Camacho-Thompson, Gillen-O’Neel, Gonzales, & Fuligni, 2016; De Witte et al., 2013; Henry, Knight, & Thornberry, 2012; Farrington & Welsh, 2008).

Factoren uit het omgevingsdomein:

· Weinig binding met de sociale omgeving en maatschappelijke normen;

· Gebrek aan sociale cohesie en positieve rolmodellen in de wijk;

· Sociale ongelijkheid/discriminatie en stigmatisatie in de maatschappij (Bakker et al., 2013; Benzies & Mychasiuk, 2009; De Witte et al., 2013; Farrington & Welsh, 2008; Hirschi, 1969)

Doelgroepen

De interventie richt zich op jeugd, zowel jongens als meiden, van 12 t/m 18 jaar die op meerdere leefterreinen beginnende of al bestaande problemen hebben waardoor het risico op maatschappelijke uitval ontstaat, vooral bij jongeren met een migrantenachtergrond. Het risico op maatschappelijke uitval concentreert zich op de lagere opleidingsniveaus (het vmbo) in grote steden.

De problematiek uit zich onder andere in gedragsproblemen, dreigende schooluitval of leerachterstand, gebrek aan een pro sociaal, steunend netwerk, leerachterstand of spijbelen en beginnende politiecontacten. Veelal komt deze doelgroep uit achterstandswijken, is er sprake van een negatief thuismilieu (bijv. gezinnen met geringe sociale redzaamheid), een geïsoleerde omgeving en/of leven in armoede (Nicis Institute, 2009; Ploegman & Gijzel, 2012).

Intermediaire doelgroep

Geen intermediaire doelgroepen.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het hoofddoel van YETS is het voorkomen van maatschappelijke uitval onder risicojongeren door deelnemers gedurende minimaal 2 schooljaren intensief te ondersteunen in hun sociaal-emotionele, gedragsmatige ontwikkeling en het functioneren op school. Onder maatschappelijke uitval wordt schooluitval, jeugdwerkeloosheid of crimineel/overlast gevend gedrag verstaan (Nicis Institute, 2009).

Subdoel

Het hoofddoel is opgedeeld in de volgende subdoelen:

1. Na twee schooljaren is er een verbetering in de sociaal-emotionele ontwikkeling. Volgens Feldman (2012) zijn identiteitsvraagstukken belangrijk in de adolescentie, omdat de intellectuele vermogens van adolescenten volwassener worden. Zij begrijpen nu abstracte zaken als het belang van het verwerven van een eigen plek in de maatschappij en de noodzaak om zich een beeld te vormen van zichzelf als individu. Concreet betekent dit:

a. Een versterkt gevoel van self-efficacy en zelfbeeld (weten wie ik ben)

b. Verbeterde emotieregulatie

c. Adequate probleemoplossingsvaardigheden

2. Na twee schooljaren is er een afname van gedragsproblemen bij de deelnemers. De gedragsproblemen worden tijdens het aanmeldingsproces in kaart gebracht samen met de mentor van de leerling, de leerling, of zijn ouders/opvoeders. Met een volgsysteem (Additio) houden de coaches de ontwikkeling m.b.t. het gedrag bij van de deelnemers.

a. Aanhoudend positief gedrag wat zijn dagelijkse functioneren stimuleert.

3. Na twee schooljaren heeft de jongere een prosociaal netwerk

a. Heeft prosociale vrienden

b. Ervaart een steunende relatie met volwassenen en durft volwassenen te vertrouwen (na twee jaar 80% van de deelnemende jongeren)

c. Kan weerstand bieden tegen negatieve invloeden van leeftijdsgenoten

4. Na twee schooljaren hebben deelnemers betere schoolprestaties en adequater gedrag dat samenhangt met schoolprestaties. Dit wordt zichtbaar door:

a. Hogere cijfers (gemeten door leerkrachtrapportages en bij een deel van de jongeren door daadwerkelijke cijfers die worden verstrekt door de school)

b. Minder spijbelen (gemeten door zelfrapportage en leerkrachtrapportage)

c. Minder schorsingen (gemeten door leerkrachtrapportages)

d. Betere werkhouding op school (gemeten door zelfrapportage en leerkrachtrapportage d.m.v. de TVA Werkhouding op school)

5. Na twee schooljaren is de jongere op positieve manier betrokken bij de maatschappij, bijvoorbeeld:

a. Is lid van een jeugdorganisatie of sportvereniging (na twee jaar ervaart 80% een positieve betrokkenheid)

b. Heeft een bijbaantje

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

De opzet van de interventie bestaat uit 3 fases:

  1. Selectieprocedure/werving (2 weken) waarbij de coaches alle klassen (2e jaargang) bezoeken voor een kick-off, vervolgens worden promotielessen georganiseerd, de deelnemers worden geselecteerd en de betrokkenen geïnformeerd.
  2. Programma (2 schooljaren; 72 weken) bestaat uit 34 werkweken per jaar. Het YETS-programma begint altijd twee weken na de start van een regulier schooljaar, voor deelnemers uit het 1e jaar zelfs 3 weken later i.v.m. de selectieprocedure/ werving. Het YETS-programma stopt altijd drie weken voor het einde van het reguliere schooljaar, zodat de deelnemers kunnen focussen op de toetsweek. De deelnemers van het laatste jaar eindigen 4 weken eerder i.v.m. met de certificaatuitreiking. Deze weken worden door de Coaches gebruikt voor voorbereiding vooraf en evaluatie achteraf.
    Het programma bestaat uit 2 bijeenkomsten per week van 3 uur, die worden ingevuld aan de hand van drie pijlers: sport, onderwijs en sociale integratie. De helft van de tijd wordt gebruikt voor de sporttraining. Momenteel gebruikt YETS basketbal als middel, maar het YETS-programma kan ingezet worden door elke andere teamsport wat de mogelijkheid biedt om te streven naar de YETS-doelen. Zowel onderwijs en sociale integratie nemen een kwart van de tijd in beslag. Alle reguliere activiteiten vinden op dezelfde locatie plaats. Echter worden er in het kader van de sociale integratie regelmatig activiteiten in de wijk georganiseerd.

Jaar 1

1 weken later starten na start schooljaar

Selectieprocedure/ werving 2 weken

3 weken eerder stoppen

Jaar 2

2 weken later starten start schooljaar

4 weken eerder stoppen

Totaal YETS-weken: 72 (-12 voorbereiding en evaluatie) weken

Voorbeeld van de invulling van programma:

Maandag

16:00 – 17:30 Sporttraining

17:30 – 18:00 Gezamenlijk eten

17:00 – 19:00 Huiswerkbegeleiding

Donderdag

16:00 – 17:30 Sporttraining

17:30 – 18:00 Gezamenlijk eten

17:00 – 19:00 Sociale Integratie training

  1. Nazorg (contactmomenten tot 1 á 2 jaar na deelname). Na afloop van het programma wordt er per jongere een plan gemaakt hoe de contactmoment met de coach worden ingevuld, toegespitst op de behoeften van de jongeren.

Locaties en Uitvoering

De interventie wordt uitgevoerd door YETS Foundation op de locatie van de partnerorganisatie. Dit kan zijn een school, instellingen voor jeugdhulp en justitiële jeugdinrichtingen. Een vereiste is dat de partnerorganisatie de pedagogische visie van YETS onderschrijft en de uitvoering van de interventie kan faciliteren. Dit bekent dat er een sportruimte beschikbaar is die voldoet aan veiligheidsnormen en er een ruimte is voor de activiteiten van de onderwijs- en sociale integratiepijler. Tot slot moet er binnen de partnerorganisatie voldoende draagkracht zijn voor een intensieve samenwerking met de uitvoerders van de YETS methodiek. Naschoolse interventies behalen meer rendement wanneer de partnerorganisatie middelen ter beschikking stelt als ruimte om af te spreken en inzicht in portfolio’s en/of schoolresultaten om zo de kans dat jongeren hetgeen dat ze bij YETS hebben geleerd ook toepassen in andere contexten (Rhodes & DuBois, 2006). Jaarlijks overleggen beide partijen over de invulling van de activiteiten en welke leerdoelen worden nagestreefd. Op deze wijze worden beide programma’s op elkaar afgestemd om zo efficiënt en effectief mogelijk te werk te gaan.

Op dit moment wordt de interventie uitgevoerd bij het LIFE College in Schiedam, het Geuzencollege in Vlaardingen en het Save Our Lives weeshuis in Ghana.

Ondersteuning

Het succesvol kunnen implementeren van de YETS Methodiek valt of staat bij het profiel en competenties van de uitvoerders. De interventie-eigenaar is daarom kritisch in het bepalen aan welke partijen de interventie wordt overgedragen. Bepalend hierin is welke potentiële projectleider en coaches de interventie-aanvrager hiervoor naar voren draagt. De interventie-eigenaar heeft een vast proces vastgelegd voor overdracht. Hiervoor zijn vier verschillende fasen ontwikkeld:

1. Oriëntatiefase

a. Kennismaking interventie-eigenaar en interventie-aanvrager

b. Afweging voortgang overdracht

2. Ontwikkelingsfase

a. Startbijeenkomst: Het succesvol inzetten van de YETS Methodiek

b. Overdracht interventiehandleiding

c. Meeloopstage van 100 vrijwillige uren voor voorgedragen projectleider en Head Coach

d. Afrondingsbijeenkomst: Evaluatie meeloopstage en start implementatie

3. Implementatiefase

a. Ondertekenen licentieovereenkomst

b. Ondersteuning implementatieproces (op maat)

4. Evaluatiefase

a. Follow-up momenten (na 1 maand, 6 maanden, 12 maanden, 24 maanden)

b. Monitoring en YETS-keurmerk

Een volgende fase kan pas worden ingegaan als een eerdere fase succesvol wordt afgerond. Afhankelijk van de wens van de organisatie die met de cursus aan de slag wil, kan de interventie-eigenaar extra ondersteunen. Denk hierbij aan de inhuur van expertise, extra deskundigheidsbevordering voor uitvoerenden of aanpassing van het projectplan aan de lokale behoefte met suggesties voor de te betrekken partijen en organisatiestructuur.

Materialen

  • Handleiding van de YETS-methodiek die is op te vragen bij YETS Foundation
  • Uitvoerige jaarplannen voor de inhoud van alle bijeenkomsten per pijler. 
  • Map met taken op verschillende niveaus voor verschillende vakken voor de huiswerkbegeleiding.
  • Website www.yetsfoundation.nl
  • Materialen voor evaluatie van interventie:
    – Procesevaluatie
    Observatieformulieren voor de kwaliteit van de interventie
    Vragenlijsten (SDQ, TVA, tevredenheid van deelnemers en betrokkenen)
    Monitoringssysteem voor het volgen van de deelnemers
     
Printen